Premsela verzamelde allesbehalve spontaan

De tentoonstelling was al lang in de maak, en dus is het nooit de bedoeling geweest dat de expositie die nu in het Exposorium van de Vrije Universiteit in Amsterdam te zien is, het karakter van een postuum eerbetoon zou krijgen....

LUCETTE TER BORG

De in 1920 geboren Premsela was binnenhuisarchitect, decorontwerper, vormgever, lid van allerlei culturele commissies en raden, kunstpaus, maar boven alles kunstliefhebber. 'Zonder schilderijen of beeldende kunst zou ik niet kunnen leven', zei hij vlak voor zijn overlijden. '(Kunst) stroomt, beweegt, beróert.' Daarom steunde hij niet alleen jonge kunstenaars en vormgevers met stipendia, beurzen en advies. Hij kocht ook werk van ze aan en hing er zijn 'woonmachine' mee vol. Het Stedelijk Museum in Amsterdam toonde in 1993 een keuze uit Premsela's verzameling toegepaste kunst. Het bescheidender Exposorium heeft nu een keuze uit de tekeningen gemaakt, die Premsela eerst alleen, en later met zijn levensgezel Friso Broeksma, verzamelde.

Kunst mag van de muur knallen, vond Premsela. Maar wie de vormgever van het understatement kent en weleens bij hem thuis is geweest, weet dat het met dat knallen wel meevalt. Dat blijkt ook op de tentoonstelling, waar een kleine zestig tekeningen en fotocollages bijeen hangen. Premsela is een groot liefhebber geweest van geometrisch-abstracte kunst. Jan Schoonhoven, Ad Dekkers en Peter Struycken hingen en lagen bij hem thuis.

In het Exposorium tref je de oude bekenden: Ad Dekkers is er met louter uit verticale en horizontale lijnen opgebouwde composities, Ben Akkerman, Rob van Koningsbruggen en John van 't Slot. In deze tekeningen gaat het om het ritme en de spanning die daaruit voortkomt. Als zwart en wit geen kleur zijn, dan ontbreekt elke kleur in deze tekeningen. Ze springen niet van de muren, ze gunnen de ogen rust.

Des te verrassender zijn de tekeningen van realistische en naar het surrealisme zwemende kunstenaars die Premsela verzamelde. Zo hangt er een macabere zwemster van Herman Gordijn - een van Premsela's vroegere vriendjes - oud werk van Co Westerik en Carel Visser, en een aantal minutieuze maar dorre landschaps- en architectuurtekeningen van Erik Roos. Soms verloor Premsela kwaliteit uit het oog.

Premsela heet een 'spontaan' verzamelaar te zijn. Maar geen attributief is zo misplaatst als dit. Premsela en Broeksma kozen wat ze mooi vonden, en die keuze heeft niets met spontaniteit van doen. Daarom ook draagt de verzameling zo'n duidelijk stempel, want je ziet dat er afwegingen zijn gemaakt. Als het waar is dat iedere verzamelaar met zijn eigen generatie kunstenaars 'meegroeit', dan beantwoordt Premsela aan dit beeld. Zijn eerste aanschaffen deed hij als dertiger. Hij kocht wat toen 'jong' en niet al te wild was: Carel Visser, en een ingehouden abstract drieluikje van Jan Cremer. Aan de drukke Cobra-kunstenaars uit het eind van de jaren veertig en begin jaren vijftig ging hij voorbij. Hij experimenteerde nog wat met het realisme, maar vond in de jaren zeventig en tachtig zijn definitieve stil, bij de minimalistische en fundamentele kunstenaars.

Duurzaamheid was Premsela's devies. Dat gold voor zijn eigen ontwerpen, voor de ontwerpen van anderen die hij verzamelde, en ook voor de kunst die hij om zich heen bijeenbracht.

Lucette ter Borg

Kunstenaarsdromen, werken op papier uit de collectie Benno Premsela/Friso Broeksma. T/m 29 juni. Exposorium Vrije Universiteit, Amsterdam. Ma t/m vr 10-20u, za 10-16u. Catalogus ¿10,-

Meer over