dagboekA.C. Benson (1862-1925)

Prediker vreest het preekgestoelte

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Erik van den Berg
Houses of Westminster, Londen. Beeld Getty Images
Houses of Westminster, Londen.Beeld Getty Images


Londen, 19 mei 1907

Ik heb een ellendige vierentwintig uur achter de rug, sinds ik gisteren heb toegezegd een preek te zullen houden. Vanwaar die ellende? Ik heb geen idee. Ik had een eenvoudige preek klaarliggen en ik hoefde slechts 10 minuten mijn tekst voor te lezen voor een stuk of twintig mensen, die ik allemaal ken en wiens oordeel mij niet veel kan schelen.

Maar het leek alsof er een zwarte wolk boven mij hing. Angst dat ik het niet zou redden, flauw zou vallen, ertussenuit zou knijpen, etcetera. Vannacht had ik verschrikkelijke dromen – ik moest een reusachtig publiek in Eton toespreken...

Op het laatst verscheen ook papa, die heel vriendelijk was en een wandeling voorstelde: ‘Het is zo lang geleden dat ik je zag, beste jongen.’ Toen schoot me de bijeenkomst te binnen en meteen rende ik bij hem vandaan, terwijl hij me stond na te kijken. Zo ging het de hele nacht door.

’s Ochtends heb nog wat gelezen en toen was het zover. Ik voelde me tamelijk goed, maar midden in de dienst keerde de angst terug, ik trilde op mijn benen en mijn stem viel weg. Daarop volgde de psalm, ik hoorde mijzelf het gebed aanheffen en toen hield ik mijn preek, krachtig en duidelijk, zonder de minste zenuwen, terwijl ik welwillend neerblikte op mijn gehoor.

En daar was ik nu vierentwintig uur bang voor geweest!

A.C. Benson (1862-1925), Engelse classicus en dichter. Ingekort fragment uit The Diary of Arthur Christopher Benson. Hutchinson & Co, 1926.

Meer over