Powerplay en mysterie van Just

Eerst maar even een diepe zucht. O ja, film in een kunstinstelling: geluid uit aanpalende ruimtes komt er dwars doorheen, wat haarscherpe 35mm-beelden moeten zijn, komt in schokkerige gebeamde beelden (controleer die dvd’s!) tot ons....

Sacha Bronwasser

En daar vragen de films van de Jesper Just (1974) wel om. Sinds 2000 maakte de Deense kunstenaar 17 korte films, variërend van één tot twintig minuten. Ze werden allengs groter, duurder en professioneler. Het Stedelijk Museum in Amsterdam toonde onlangs werk van Just, nu zijn er in Witte de With zes films te zien en komt er een drietalig boek uit, alles gezamenlijk geproduceerd met de Ursula Blikle Foundation in Duitsland, het S.M.A.K. in Gent en de Kunsthalle Wien. Jesper Just maakte op hun uitnodiging ook een nieuw werk, A Vicious Undertow, het klapstuk van de expositie.

De films van Just kunnen zich meten met scènes uit de betere Amerikaanse film. De aandacht die aan beeld, geluid en muziek is besteed, vraagt om concentratie. De inhoud ook: verwarrende scènes waarin – tot voor kort – uitsluitend mannen voorkomen die een onduidelijke relatie met elkaar hebben. Vader-zoon, geliefden, rivalen, bloedbroeders – Just laat je raden. Zijn personages spreken zelden, zingen des te meer, en de meeste films verlopen van stoïcijnse ingehoudenheid naar emotionele erupties.

Just nodigt uit tot wilde Freudiaanse speculaties, maar zelf legt hij het er niet dik bovenop.

In een van zijn sterkste films, het vroege Invitation to Love (2003), stapt een oudere heer op tafel om een onverwachte, houterige maar wel verleidelijke dans uit te voeren voor een jongeman. Het is een klein raadsel dat je keer op keer kunt zien.

De daarop volgende schaalvergroting deed Just geen goed, want hoe anders is dat in het drieluik It will all end in tears (2006) – opgenomen op 35mm-film, op locatie in New York en met rookmachines. Hij vergaloppeert zich aan de lege effecten.

Een man valt achterover in een regen van rozenblaadjes (American Beauty), een jongen trommelt op een rood-witte blikken trommel (Die Blechtrommel). Mistflarden waaien af en aan en in deel drie springt een koor na het zingen van een dak. In de verte barst boven Manhattan vuurwerk los. Jesper Just noemt het ‘een rij open momenten’, maar het is powerplay gestapeld op dikke symboliek.

En de pretenties vragen dan om een vergelijking: een gemiddelde aflevering van de series Twin Peaks (1990) of Carnivale (2003), David Lynch’ nieuwe film Inland Empire, ja zelfs een toegankelijker film als Magnolia (1999) bevat tientallen van dit soort fragmenten, ingebed in een goed scenario. Die spankracht heeft Jesper Just (nog) niet.

Gelukkig herneemt de kunstenaar zich. In zijn nieuwe werk A vicious undertow vindt hij het mysterie uit zijn vroege videowerk terug. In zwart-wit zien we het interieur van een bar, waar een mooie middelbare vrouw Nights in white satin fluit. Zij krijgt bijval van een jonge vrouw en een jongeman, die ook fluiten en later walsen. Herinnering, verleden en heden vallen samen, want misschien zijn de twee vrouwen wel dezelfde. Tot de oudste abrupt de deur uitloopt en in de buitenlucht een besneeuwde wenteltrap bestijgt. Klaar met het verleden, afscheid van haar jeugd of gewoon een luchtje scheppen? Als Jesper Just je met zulke vragen opzadelt, is hij op zijn best.

\N Beeld
\N
Meer over