Portugees zat hem beter om het lijf dan Nederlands

rome Er bestond een wonderlijke affiniteit tussen het temperament van August Willemsen en de Portugese cultuur, of het nu ging om die van Portugal of die van Brazilië....

Zijn lievelingsdichters, de Portugees Fernando Pessoa, in welke van diens vele schijngestalten dan ook, of de Braziliaan Carlos Drummond de Andrade. Aan die affiniteit danken wij, tot in der eeuwigheid, de schitterende vertalingen die Willemsen van het werk van die beide dichters heeft gemaakt en op het moment van zijn dood nog bezig was te maken. De Nederlandse uitgave van al het werk van Pessoa, waar Willemsen al jaren mee bezig was, is nog niet voltooid.

Hij was schrijver, essayist – maar toch vooral vertaler. En hoeveel proza Willemsen, die gisternacht in Amsterdam op 71-jarige leeftijd stierf, ook heeft vertaald, hij zal toch vooral herinnerd blijven als poëzie-vertaler. Een van de grootsten.

Als schrijver verraste hij, midden jaren tachtig, met de uitgave van zijn Braziliaanse Brieven. Die brieven had hij, bovenal tijdens zijn eerste reis door Brazilië, aan vrienden en verwanten in Nederland geschreven. Zij vormden hilarische lectuur en wie ervoor gewonnen werd, kon er algauw hele passages uit citeren. De onbevangenheid van de jeugdige reiziger die tegelijkertijd een betovering was door een hem vreemde, maar overrompelende cultuur heeft hij nooit meer geëvenaard. De roman De Val, uit 1991, een autobiografisch verslag van de puinhoop waartoe zijn periodieke alcoholisme had geleid, was weliswaar bij vlagen ontnuchterend geestig, maar ook enigszins larmoyant.

In zijn vertrouwdheid met de Portugese poëzie bleef die kant in hem beperkt tot die vreemde mengeling van weemoed en pathos die zoveel Portugese literatuur kenmerkt. De melancholie bloeit, maar het weerwoord van de zelfspot snoeit haar. Willemsen had daar zoveel gevoel voor, dat zijn Pessoa- en Drummond de Andrade-vertalingen te lezen zijn als een toevoeging aan de Nederlandse poëzie, niet als de ontsluiting van een vreemde. Volkomen terecht kreeg hij er al snel, namelijk in 1983, de Martinus Nijhoff-prijs voor.

In zijn twee essaybundels, De taal als bril (1987) en Het hoge woord (1994), liet Willemsen zien wat voor een secuur lezer hij was: een lezer op zoek naar herkenning, naar literaire vriendschap. Zo las hij, zo leefde hij.

Michael Zeeman

Meer over