Pop

* * * *..

Gijsbert Kamer

Laurie Anderson: Homeland. Nonesuch/Warner.

Negen jaar na het weinig indrukwekkende Life On A String komt Laurie Anderson met een nieuw studioalbum dat eenzelfde zeggingskracht heeft als de platen waarmee ze zich begin jaren tachtig aan het poppubliek presenteerde. Homeland is alleen al belangwekkend vanwege de teksten van Anderson, die vertrouwd praat-zingend worden voorgedragen. De meeste nummers handelen over de toestand waarin haar eigen thuisland, de Verenigde Staten, zich bevindt. Actueel, scherpzinnig en soms zeer vilein, zoals in Only An Expert of in de meer dan elf minuten durende monoloog van haar alter ego Fenway Bergamot in Another Day In America.

Om Bergamot te spelen moet ze haar stem zwaar vervormen tot die van een man. Met die vervormingen van stem en ook vioolspel maakte ze in 1981 al naam, maar het klinkt nergens gedateerd. Only An Expert wordt door Kieran Hebden (Four Tet) van een mooie elektronische bedding voorzien, terwijl saxofonist John Zorn en zanger Antony een paar keer net de juiste accenten geven. Anderson heeft weer wat te vertellen, ze maakt zich zorgen en weet die gevoelens met hulp van echtgenoot Lou Reed in bijzondere muziek vorm te geven.

Beverig gezongen ontboezemingen
* * * *

Perfume Genius: Learning. Matador/V2.

Aangrijpend is het albumdebuut van Perfume Genius, zoals Mike Hadreas uit Seattle zichzelf noemt. Droeve pianoklanken begeleiden zijn beverig gezongen ontboezemingen, waarin Hadreas als een zeer beschadigd jong mens (26 jaar) naar voren komt.

Zijn liedjes over dood, mishandeling en andere perversiteiten zouden autobiografisch zijn, en voor een deel gecomponeerd in een kliniek. Je hoeft het allemaal niet te weten om meteen uit het veld geslagen te raken van de enorme emotionaliteit die uit de liedjes spreekt. Zijn stem doet denken aan die van Elliott Smith en Sufjan Stevens, al doet hun muziek zelfs jubelend aan vergeleken bij de droefgeestige toon van Perfume Genius. Een tip voor wie nog altijd hoopt dat de zwanenzang Pink Moon van Nick Drake (1972) een muzikaal vervolg krijgt.

Zeer afwisselend album van The Roots
* * * *

The Roots: How I Got Over. Def Jam/Universal.

Het negende studio-album van The Roots is met 42 minuten behalve een van hun kortste ook een van hun beste geworden. De hiphopband heeft zich de afgelopen vijftien jaar door tal van andere stijlen en artiesten laten inspireren en zoekt het dit keer bij een aantal typische indie-muzikanten. Let wel: Monsters Of Folk, Dirty Projectors en Joanna Newsom zijn ook meteen een paar van de meest spraakmakende namen van de laatste paar jaar. Mooi is meteen al het sfeertje dat de a capella stemmen van de Dirty Projectors neerzetten. Het titelnummer doet vervolgens aan Steely Dan en Santana denken, terwijl de stem van Newsom Right On van enig mysterie voorziet.

The Roots, van wie uit de originele bezetting alleen rapper Black Thought en drummer Questlove over zijn, hebben een zeer afwisselend album gemaakt, dat meer naar jaren zeventig rock neigt dan naar hiphop. Maakt nieuwsgierig naar hun optreden op North Sea Jazz dit weekend.

Meer over