pop

*****..

VERTROUWD EN TOCH NIEUW
Spoon: Ga Ga Ga Ga Ga. Anti/Epitaph.

VERTROUWD EN TOCH NIEUW
Begonnen als een gemiddeld Amerikaans indie-gitaarbandje, is Spoon uit Austin, Texas inmiddels toe aan hun zesde album. En hun beste. Gaandeweg kon je al horen dat de band een steeds rijker geluid voorstond, maar het dozijn muzikanten dat op Ga Ga Ga Ga Ga opduikt, speelt nergens overdadig, de liedjes blijven altijd gedragen door de piano van Eric Harvey en de stem van Britt Daniel.

VERTROUWD EN TOCH NIEUW
Daniel doet in openingsnummer Don’t Make Me A Target denken aan Tom Barman (dEUS), terwijl ook de melancholie van Johans Jacco de Greeuw nooit ver weg is. En dan wordt er nog productioneel geëxperimenteerd op een wijze waar binnen de rock Wilco patent op leek te hebben. Ondanks alle referenties klinkt Spoon hier toch origineel. De motownbeat in You Got Yr. Cherrybomb, de funky blazersarrangementen in The Underdog, het orgeltje in Rhythm & Soul, ieder liedje heeft iets heel eigens dat vertrouwd en toch nieuw klinkt. Het maakt dat je Ga Ga Ga Ga Ga keer op keer opzet en zelfs wanneer je alle liedjes kunt meefluiten je elke keer nog iets nieuws hoort.

WATSON WIL NET IETS TE VEEL
*****

WATSON WIL NET IETS TE VEEL
Patrick Watson: Close To Paradise. Secret City Record/V2.

WATSON WIL NET IETS TE VEEL
Voor een van de grootste verrassingen in het live-circuit zorgde dit voorjaar de Canadees Patrick Watson. Als voorprogramma van Interpol imponeerde hij met zijn band zoals voorprogramma’s dat eigenlijk niet behoren te doen. Watson speelt zelf toetsen en zingt, op een manier die Jeff Buckley in herinnering roept, zonder dat je hem van epigonisme kunt betichten. Daarvoor is de muziek veel te rijk. Zijn zang staat altijd in dienst van de haast barokke composities en krijgt in de arrangementen maar een bescheiden plek.

WATSON WIL NET IETS TE VEEL
Live werkt dat uitstekend, zoals Watson met zijn band volgende week op Lowlands mag bewijzen. Maar zijn nu ook in Nederland uitgebrachte Close To Paradise is wat minder spectaculair. Dat zit ’m vooral in de productie. Watson wil meestal net iets te veel. Het geluid is zo vol, dat je in veel liedjes bijna verdwaalt. Het is zoeken naar de luisterrichting. Watsons stem is te veel naar de achtergrond verdrongen.

DE IDEALE STRAATBAND
*****

DE IDEALE STRAATBAND
T-99: Vagabonds. Cool Buzz/Sonic Rendezvous.

DE IDEALE STRAATBAND
Pittig gekruide rootsmuziek, afwisselend verwijzend naar blues, country, rockabilly en folk, gespeeld door drie puike muzikanten – zo kenden we T-99 al. De nieuwe cd van het Nederlandse trio is behalve hun veelzijdigste ook hun beste, omdat die stijlen meer tot eenheid zijn gemaakt. Ze klinken met gitaar, staande bas en simpele drumkit nog altijd als de ideale straatband, en het plezier spettert van de liedjes af. Betty had zo van een van Ry Cooders vroege platen kunnen komen, en in Fichez Le Camp lijkt niet Micha den Haring gitaar te spelen maar Marc Ribot. Dat is ook meteen het enige bezwaar: elk liedje dwingt je tot nadenken wie er model voor gestaan heeft. T-99 zijn meesters in het kopiëren van stijlen, maar doen dat ook wat braaf. Het mag wel wat gemener.

REGGAECANON
*****

REGGAECANON
Culture: Two Sevens Clash, The 30th Anniversary Edition. Shanachie/Munich.

REGGAECANON
Het debuut van Culture (wiens zanger Joseph Hill vorig jaar tijdens een toernee overleed) geldt nog altijd als een van de beste reggae-albums ooit. Nu in een jubileumeditie klinkt- ie nog beter dan op eerdere edities. Liedjes als Two Sevens Clash en See Them A Come zijn in dertig jaar tot de reggaecanon gaan behoren, en hebben door de prachtige samenzang en productie van Joe Gibbs niets van hun zeggingskracht verloren. De plaat is altijd goed verkrijgbaar gebleven, alleen niet zo mooi verpakt en geannoteerd. Ook de zeldzame dubversies als bonus nodigen uit tot (opnieuw) aanschaffen.Gijsbert Kamer

Meer over