pop

GEÏNSPIREERDE DONALD FAGEN..

Menno Pot

****Donald Fagen: Morph The Cat. Reprise/Warner.

In 2000 keerde het New Yorkse duo Steely Dan twintig jaar na hun laatstestudioplaat terug met het album Two Against Nature, waarvoor ze bijna alsvanzelf een kruiwagen vol Grammy Awards kregen. Hartstikke leuk voor ze,maar zo'n belangrijke toevoeging aan hun discografie was het achteraf niet.De slappe opvolger Everything Must Go (2003) nog veel minder.

Dan bevalt Morph The Cat veel beter, de derde soloplaat van debelangrijkste helft van 'The Dan', de nu 58-jarige Donald Fagen. Zelfbeweert hij dat het album een trilogie vormt met zijn eerdere soloplatenThe Nightfly (1983) en Kamakiriad (1993). Dat zal allemaal wel; hetbelangrijkste is dat grote delen van Morph The Cat zich kwalitatief met dieuitstekende albums kunnen meten.

Net als Steely Dan komt Donald Fagen niet met muzikale verrassingen:het zwoele, uit duizenden herkenbare popgeluid met veel soul en jazz klinktvertrouwd, maar in pakweg de titelsong en de single H Gang ook erggeïnspireerd. Voor de beste Steely Dan-plaat sinds de wedergeboorte hadFagen zijn maat Walter Becker niet nodig.

STUURLOOS DOORKEUTELEN

**Placebo: Meds. Virgin/EMI.

Vooruit dan maar: een laatste kans voor Placebo. De vorige twee platenvan de multinationale band uit Londen waren pet, maar misschien weten zeop Meds (hun vijfde) de vorm te hervinden. Ooit was Placebo immers hetmeest sexy bandje van de 'post-britpop'.

Meds opent veelbelovend met een sterke titelsong en Drag, een stekelignummer met een ouderwets snerende Brian Molko, maar helaas hebben destuurloos doorkeutelende midtempo-stukken daarna weer de overhand. Zerusten vaak op een veilig bedje van sudderende elektronica en vallenslechts op door slappe melodieën.

Hoe bestaat het dat zo'n vinnig, kinky bandje in een paar jaar tijd zosaai en uitgeblust is gaan klinken?

MUDHONEY KLINKT NOG FRIS

****Mudhoney: Under A Billion Stars. Sub Pop/Konkurrent.

Als je van één grungeband uit Seattle niet had verwacht dat ze in 2006nog zouden bestaan (laat staan dat ze er nog toe zouden doen), dan was hetwel Mudhoney. Groot was de verbazing toen de groep in 2002 één van zijnbeste platen maakte (Since We've Become Translucent) en zijn besteNederlandse optreden ooit gaf (Melkweg, 6 september 2002).

Dat het geen incident was, bewijst Under A Billion Suns, waarop deveteranen Mark Arm (zang), Steve Turner (gitaar) en Dan Peters (drums)wederom fris voor de dag komen met een collectie songs die van meeravontuurlijkheid getuigt dan veel van het oude werk (hoor dat breeduitwaaierende Let's Drop In eens!).

In A Brief Celebration horen we waar Mudhoney zijn inspiratie vandaanhaalde: die gruizige gitaarriffs, die holle drumklappen, het is het geluidvan hun idolen, de Blue Cheer.

Wat een fijne Mudhoney-plaat, en dat achttien jaar nadat ze met TouchMe I'm Sick de Seattle-revolte in gang zetten.

ZEILEN LANGS DE VALKUILEN

***Sly & The Family Stone: Different Strokes By Different Folks. SonyBMG.

Het gevaar van een catastrofe ligt op de loer als je je eigen oude songsin een hip jasje laat steken door eigentijdse artiesten, maar op DifferentStrokes By Different Folks omzeilt Sly Stone de valkuilen.

De formule is simpel: voorname, jonge 'soul people' als The Roots, JohnLegend, Big Boi (OutKast), Joss Stone en D'Angelo doen hun 'ding' op oudesongs van Sly & The Family Stone, onder supervisie van de meester zelf.Het levert soms prima hiphop (Star door The Roots) of een vettedansvloerkraker op (Dance To The Music door Will.i.am).

Menno Pot

Meer over