pop

ZELDZAAM FEESTELIJKE PLAAT..

****

Scissor Sisters: Ta-Dah. Polydor/Universal.

Serieus of camp? Toen de New Yorkse Scissor Sisters twee jaar geleden hun titelloze debuut uitbrachten, was het niet duidelijk of ze het nou meenden: een olijke discoversie van Pink Floyds Comfortably Numb, barokke pianopartijen ontleend aan de oeuvres van Elton John en Billy Joel, en dan nog die malle Bee Gees falsetto van zanger Jake Shears. Zelf was het vijftal, dat het ook nodig vond overal te melden dat de Scissor Sisters uit drie homo’s en twee hetero’s bestond, er zeer serieus over. Niks parodie op seventies en eighties kitsch, maar gewoon een ode aan de perfecte radiopop zoals die nog maar zelden gemaakt werd. En griezelig perfecte popliedjes kunnen ze beslist schrijven.

In eigen land zijn de Scissor Sisters het stadium van cultband nog niet ontgroeid, maar vooral in Groot-Brittannië behoren ze tot de mainstream, alleen daar werden er tweeënhalf miljoen stuks van hun debuut verkocht, meer dan van welke plaat ook in 2004. Veel is er dan ook niet veranderd aan de succesformule van de band. Ta-Dah is opnieuw een zeldzaam feestelijke plaat geworden, met knap geproduceerde popliedjes waarin vijftig jaar klassieke radiopop is terug te horen, en toch sprake blijft van een eigen sound.

Hulp was er van Elton John en Van Dyke Parks. En dat hoor je, want Intermission zou zo van Van Dyke Parks’ Song Cycle uit 1968 kunnen komen. Een fraai rustpunt op deze erg goede popplaat voor alle leeftijden en gezindten.

ELTON JOHN IS TE VOORZICHTIG

***

Elton John: The Captain & The Kid. Mercury/Universal.

Gelijk met de Scissor Sisters komt een plaat uit van hun mentor, en gastmuzikant op Ta-Dah, Elton John. Die heeft de laatste decennia eigenlijk nooit meer zijn gecanoniseerde platen uit de jaren zeventig weten te evenaren, maar met The Captain & The Kid komt hij aardig in de buurt. Samen met Bernie Taupin schreef hij liedjes die moeten worden beschouwd als het vervolg op zijn laatste klassiek geworden plaat: Captain Fantastic And The Brown Dirt Cowboy uit 1975. En nummers als Tinderbox en Old 67 doen weinig onder voor die plaat, hooguit in de productie. Want hoewel Elton John gehoor heeft gegeven aan de adviezen dat hij achter de piano, sober begeleid, het meest overtuigt, klinkt hij nu juist te voorzichtig. Luister nog maar eens naar de rijke, warme arrangementen op de meer dan dertig jaar oude voorganger. Die tinteling van toen weet Elton John nog altijd niet op te roepen.

ROWWEN HÈZE IS IN BALANS

***

Rowwen Hèze: Rodus & Lucius. Rham/Rough Trade.

Juist productioneel boekt het Limburgse Rowwen Hèze progressie op het naar twee rottweilers vernoemde Rodus & Lucius. Het bleek op eerdere platen nog wel eens lastig de uitersten van het bandgeluid – carnavals hoempa en hartstochtelijke ballades – met elkaar in balans te krijgen, waardoor de meeste liedjes live steevast veel meer overtuigden dan op plaat. Nu klinkt de band veel meer als een geheel en zijn de strijkersarrangementen knap afgestemd op blazers en accordeon. Net zoals dat op platen van hun grote voorbeelden Los Lobos en de Pogues het geval is. Jack Poels zingt, opgewekt snel of gedreven langzaam, nog altijd over de dingen dichtbij hem, en daar hoort ook een mooie ode aan zijn held Shane MacGowan bij: ‘Want als geej zingt is alles wir vergeave.’

OM TE HUILEN ZO SLECHT

*

DJ Shadow: The Outsider. Island/Universal.

Briljante beat creator DJ Shadow maakte tien jaar geleden met Entroducing misschien wel het beste instrumentale hiphop-album ooit. Maar zijn derde plaat is om te huilen zo slecht. Talloze rappers ratelen wat op rommelige beats, de instrumentale stukken missen elke spanning en zo mogelijk nog erger zijn de pop-pastiches op Radiohead en Coldplay. Na een geseling van een uur brengt Q-Tip redding, maar dan is het te laat.

Gijsbert Kamer

Meer over