Pop

* * * *..

Menno Pot

The Coral: Butterfly House. Deltasonic/V2.

Het waren geen slechte albums die gitaarband The Coral sinds 2002 uitbracht, maar altijd was er toch een gevoel van frustratie: de sprankeling van het titelloze debuut (2002) wist de Noord-Engelse band nooit meer te benaderen. Op Butterfly House, het zesde studioalbum alweer, schuift de wolk eindelijk voor de zon vandaan en zijn de kleuren weer ouderwets prachtig. De zonnige, melodieuze, vaak lichtvoetig georkestreerde gitaarpop, schatplichtig aan psychedelische Amerikaanse sixtiesgroepen als Love, is in volle glorie terug.

Hoe kan het dat bandleider James Skelly weer liedjes als She’s Comin’ Around en Two Faces afscheidt? Schudde het vertrek van leadgitarist Bill Ryder-Jones (2008) hem wakker? Wees producer John Leckie (de man achter het debuut van The Stone Roses) hem de weg? Ach, wat maakt het uit? Gewoon Butterfly House nog eens draaien en proosten op de wederopstanding van The Coral.

Bruisende, toegankelijke hiphop
* * * *

Big Boi: Sir Lucius Left Foot: The Son Of Chico Dusty. Def Jam/Universal.

In OutKast, hiphopduo extraordinaire, geldt André 3000 als de genre-ontstijgende alleskunner en Big Boi (echte naam: Antwan Patton) als het iets minder getalenteerde, traditionele hiphopgeweten.

Op zijn helft van de OutKast-dubbelaar Speakerboxx/ The Love Below (twee gebundelde soloalbums uit 2003) bewees Big Boi al dat we hem daarmee tekort doen, maar het erg sterke soloalbum Sir Lucius Left Foot: The Son Of Chico Dusty komt toch als een verrassing: een bruisende, toegankelijke, ritmisch afwisselende hiphopplaat, waarop hij begeesterd rapt. Dit is werk van iemand die hiphop serieus neemt en weigert halffabricaten uit te brengen.

André 3000 produceerde een track voor zijn oude vriend (You Ain’t No DJ) en het is nog een goede ook. Het doet uitkijken naar de opvolger, Daddy Fat Sax: Soul Funk Crusader, die al klaar schijnt te liggen voor verschijning in 2011.

Wrange, huiveringwekkende climax
* * *

Danger Mouse & Sparklehorse: Dark Night Of The Soul. Parlophone/EMI.

De ongrijpbare producer Danger Mouse (Brian Burton) maakt altijd ruzie met platenlabels, dus ook over Dark Night Of The Soul, zijn samenwerkingsproject met Sparklehorse (Mark Linkous). Ruim een jaar duurde het gesteggel; in de tussentijd pleegde Linkous zelfmoord (6 maart).

Burton en Linkous maakten liedjes met vocalisten als Iggy Pop, filmer David Lynch en de frontmannen van bijvoorbeeld Grandaddy, Super Furry Animals, The Strokes en The Shins. De muziek is mooi, maar geen van de gasten zingt een liedje dat je nou nooit van hem of haar had verwacht: ze klinken als zichzelf, zich overtreffen doen ze niet. De kracht van het album ligt in de triphop-achtige, soms sinistere onderstroom die voor cohesie zorgt. Die sfeer bereikt een wrange, huiveringwekkende climax wanneer in Grim Augury plotseling twéé mannen te horen zijn die zich sindsdien van het leven beroofden: Linkous én singer/songwriter Vic Chesnutt.

Meer over