Analyse

Populistische politici als Baudet en Wilders creëren een mijnenveld voor de media. Hoe gaan journalisten daar mee om?

null Beeld

Met keuzes over welke politicus aandacht krijgt, beïnvloeden media onbedoeld het stemgedrag. Bovendien kunnen extreme ideeën genormaliseerd raken als er maar vaak genoeg over wordt geschreven. Een balanceeract.

Op 29 maart 1986 pleegden antifascistische demonstranten een aanslag op hotel Cosmopolite in het Utrechtse dorp Kedichem. Doelwit was Hans Janmaat, in de Tweede Kamer fractievoorzitter van de Centrum Democraten (CD), die als extreemrechts werd aangeduid vanwege uitspraken als ‘vol = vol’ en ‘eigen volk eerst’.

De actievoerders gooiden rookbommen naar binnen, waarna een gordijn vlamvatte en het hotel afbrandde. De vriendin van Janmaat sprong door een ruit en kwam ongelukkig terecht. Haar been moest worden geamputeerd.

‘Hoe daarvan verslag is gedaan in de media, is beschamend’, zegt Ferry Mingelen, die dertig jaar verslag deed van het Binnenhof en ten tijde van Janmaat werkte voor het NOS-programma Den Haag Vandaag. ‘Het was niet dat de pers stond te juichen. Maar het was wel: boontje komt om zijn loontje.’

Janmaat, die in de jaren tachtig en negentig in de Kamer zat, stuitte altijd op weerstand van de media. NOS-journalist Henk van Hoorn was de held van de redactie, zo herinnert Mingelen zich, toen hij Janmaat een vraag stelde, maar terugschakelde naar de studio voordat die antwoord kon geven.

De opvattingen van Janmaat over immigranten werden ‘grotelijks genegeerd’, zegt Mingelen. Niet alleen door de Tweede Kamer, dat een cordon sanitaire tegen hem instelde, maar ook door de media.

Tegenwoordig zijn de rollen omgedraaid: media staan in de rij voor een gesprek met Geert Wilders, de populairste rechts-populistische politicus van dit moment, maar de leider van de PVV zegt vooral nee – vorige week zegde hij nog zijn eerder bevestigde bezoek aan Nieuwsuur af. ‘Persvoorlichters hebben de taak om ervoor te zorgen dat niemand in de pers komt’, zei een oud-medewerker van de Partij voor de Vrijheid in 2015 in De puinhopen van rechts, een boek van Chris Aalberts en Dirk-Jan Keijser.

Gevolg van de schaarste die Wilders creëert, is dat media volop óver hem praten, in plaats van mét, zegt Alyt Damstra, als politiek communicatiewetenschapper verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Wilders is als het mooiste meisje uit de klas, zei Max van Weezel in 2012 in de Volkskrant. ‘Hij speelt hard-to-get. Met zijn honderden lopen ze soms achter hem aan: meneer Wilders, mag ik u wat vragen.’

Wilders krijgt hoeveelheden media-aandacht waar Janmaat alleen maar van kon dromen. Dat komt ten eerste door het tijdsgewricht. 11 september 2001, de opkomst van Pim Fortuyn en de moord op Theo van Gogh slechtten het taboe op immigratie- en islamkritiek.

Daarnaast is Wilders een betere politicus dan Janmaat. ‘Janmaat was een enigszins stotterende maatschappijleerdocent in een afschuwelijk slecht pak’, zegt presentator Jeroen Pauw, die voor RTL Nieuws werkte toen Janmaat in de Kamer zat. Wilders daarentegen voert debatten ‘ongelofelijk goed’, zegt Pauw. ‘Hij is niet voor niets de huidige oppositieleider. Er komen pittige confrontaties en nare opmerkingen voorbij. Het leidt tot het leukste fragment uit een verder saai Kamerdebat, dat het NOS Journaal uitzendt en dat in talkshows en kranten wordt besproken.’

Net als Wilders provoceert ook Thierry Baudet graag. Maar in tegenstelling tot Wilders schuift hij wel met enige regelmaat aan bij talkshows. Niet zelden leiden die media-optredens tot confrontaties waar andere media dan weer verslag van doen. Bijvoorbeeld doordat hij tijdens het interview wegloopt. Dat deed hij afgelopen donderdag bij Jinek, nadat cabaretier Martijn Koning onder meer had gesproken over de Joodse achtergrond van Baudets vriendin (‘zometeen wordt u vader van Menachem of Sarah Baudet en dan voel je je als antisemitische kiezer toch behoorlijk in je bruine hemd gezet’). Eerder vertrok Baudet al tijdens interviews met Simone Weimans, Emma Wortelboer en Wilfred Genee.

null Beeld Jip van den Toorn
Beeld Jip van den Toorn

Klopt de vaak gehoorde bewering dat ‘de media’ rechts-populistische politici groot hebben gemaakt? En welke overwegingen maken Nederlandse media bij hun verslaggeving van hen?

Media-aandacht en partijpopulariteit hebben de neiging elkaar te versterken: journalisten doen verslag van een partij, waarna die partij in de peilingen stijgt, waarna nog meer media erop duiken, waarna de zetelaantallen blijven oplopen, et cetera. Het fenomeen is deze campagne in bescheiden mate te zien bij de partij Volt.

Alyt Damstra en Rens Vliegenthart onderzochten het verband tussen de zichtbaarheid van Wilders in drie Nederlandse kranten (NRC Handelsblad, De Telegraaf en de Volkskrant) en zijn zetelaantal in de peilingen, tussen 2004 en 2017. Zij concludeerden dat media-aandacht een grotere invloed heeft op peilingen dan andersom.

‘Het is een technisch verhaal’, zegt Damstra, ‘maar dankzij tijdreeksanalyses konden we een causale ordening vaststellen. Daaruit bleek dat de aandacht voor Wilders en zijn populariteit elkaar inderdaad versterkten, maar media speelden een dominante rol.’ Damstra en Vliegenthart onderzochten niet of er positief of negatief over Wilders werd geschreven. ‘We keken puur naar zichtbaarheid.’

Voor een beginnende partij, of dat nu de Groep Wilders was in 2004 of Forum voor Democratie in 2017, is media-aandacht cruciaal om legitimiteit bij de kiezer te verkrijgen, zegt Damstra. Kiezers moeten weten dat de partij bestaat en ook waar die voor staat.

Bij Wilders was dat laatste al snel duidelijk: hij is vooral mordicus tegen immigratie en de islam. Door die duidelijke signatuur hoeft een krantenartikel over dat onderwerp de naam Wilders niet eens te vermelden om hem toch electoraal te helpen, bleek uit het onderzoek van Damstra en Vliegenthart. ‘Ook omdat nieuws over immigratie, zeker tijdens een vluchtelingencrisis, vaak gaat over de negatieve gevolgen ervan.’

Rechts-populistische politici beklagen zich vaak over de vermeende linksheid van de mainstreammedia. ‘Maar berichtgeving van de mainstreammedia is van grote waarde voor ze’, zegt Damstra. ‘Zonder die aandacht geen succes. Aandacht legitimeert. Dat is niet alleen de uitkomst van ons onderzoek. We zien het ook in andere landen, in heel veel studies.’ Media profiteren op hun beurt van populisten doordat berichtgeving over hun capriolen tot kliks en kijkcijfers leidt, zegt Damstra. Ze noemt de band tussen media en populisten een match made in heaven.

Raoul du Pré, chef van de parlementaire redactie van de Volkskrant, relativeert de invloed van zijn beroepsgroep. Hij zegt dat media het afgelopen halfjaar volop hebben bericht over Thierry Baudet, maar intussen staat zijn partij FvD op vijf zetels in de peilingen – ja, ruim een verdubbeling ten opzichte van het huidige aantal, maar twintig minder dan twee jaar geleden, toen hij zicht leek te hebben op het Torentje.

Ook vindt Du Pré het onwaarschijnlijk dat een Volkskrant-artikel over Geert Wilders leidt tot meer stemmen op Geert Wilders. ‘Het aantal PVV- en FvD-stemmers onder Volkskrant-lezers is nihil. Sowieso vertrouwen die stemmers de traditionele media niet.’ Damstra erkent dat de precieze impact van een enkel stuk moeilijk te meten is. Maar, zegt zij, uit de data blijkt wel dat media elkaars onderwerpen vaak overnemen. ‘Media beïnvloeden elkaar. Via De Telegraaf of het NOS Journaal kan een Volkskrant-bericht alsnog bij PVV-kiezers belanden.’

Jeroen Pauw gelooft niet in de gedachte dat ‘wat je aandacht geeft, groeit’. ‘Toen ik bij de Vara werkte, kregen we vaak het verwijt de omroep van de PvdA te zijn. Inderdaad gaven we daar toen flink wat aandacht aan, maar dat heeft die partij niet altijd veel zetels opgeleverd’ – in 2002 halveerde de partij, tot 23 zetels. De mediadynamiek is anders bij middenpartijen, zegt Damstra. ‘Het optreden van een PvdA-Kamerlid in een talkshow wordt niet gauw opgepikt door andere media. Zit Wilders of Baudet daar, dan gebeurt dat vaak wel.’ Zie Baudets bezoek aan Jinek.

‘Overschat onze macht niet’, zegt ook René Moerland, hoofdredacteur van NRC Handelsblad. ‘Trump en Wilders zijn geen mediacreaties. Via sociale media bereiken ze een veel groter publiek dan via de ‘kritische’ media.’ Inderdaad, het bereik van Baudet en Wilders op sociale media is relatief groot, zegt Damstra. Maar die groep is wel afgebakend. Damstra: ‘Het is een klein clubje dat alles retweet en deelt en daarmee steeds dezelfde groep mensen bereikt, blijkt uit recent onderzoek van de Vrije Universiteit. Pas als de mainstreammedia het oppikken, explodeert de aandacht.’

De aandacht heeft Baudet en Wilders wel degelijk zetels opgeleverd, zegt oud-journalist Wouke van Scherrenburg. ‘Zichtbaarheid helpt. En iemand als Baudet is mediageniek, ziet er goed uit en zegt stellige dingen. Daar houden niet alleen media, maar ook onzekere kiezers van.’

Marcel Gelauff, hoofdredacteur van NOS Nieuws, beseft eveneens dat zendtijd een politicus kan helpen. ‘We weten ook dat we de premier een dienst bewijzen door zijn coronapersconferenties live uit te zenden. Maar als iets relevant is, moet je het toch brengen.’

Wanneer is iets relevant? Daarover is op redacties een permanente discussie gaande. Vooropgesteld: alle partijen proberen de media te gebruiken om hun boodschap bij de kiezer te krijgen. Maar Wilders slaagt daar veel beter in, zegt Damstra. ‘Zijn uitspraken zijn negatief, beledigend, provocatief, simpel – en doen het daardoor uitstekend in de media. Het is entertainment.’

Ferry Mingelen, die in de beginjaren van Wilders voor NOVA de debatten samenvatte, bevestigt dat. ‘Voor ons was het natuurlijk altijd fijn als er iets gebeurde. En met Wilders was het altijd feest. Dan sprak hij weer over de kopvoddentaks. Dat was schandelijk, maar leverde wel mooie televisie op. Ik kan niet anders zeggen.’

Ook Thierry Baudet, die in 2017 met Forum voor Democratie in de Kamer kwam, kent de wetten van de medialogica. Hij speecht in het Latijn of over de uil van Minerva, staat in een militair vest achter het katheder in de Kamer, noemt het Neurenberg-tribunaal, dat nazi-kopstukken berechtte, illegitiem, zegt dat Mark Rutte ‘de tering’ kan krijgen of loopt dus weg tijdens interviews.

De strapatsen van Baudet worden breed uitgemeten in de pers. Een blik in de archieven van NRC, AD, Trouw en de Volkskrant leert dat er sinds de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 in al die kranten veel meer artikelen zijn verschenen met de naam ‘Thierry Baudet’ dan ‘Jesse Klaver’. GroenLinks is in de Tweede Kamer veel groter dan FvD (14 om 2 zetels), maar FvD won meer zetels bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten in 2019 (86 zetels om 61). Bij de verkiezingen voor het Europees Parlement in datzelfde jaar behaalden beide partijen er 3.

De aandacht voor Baudet is te verantwoorden, zeggen René Moerland van NRC en Pieter Klok, hoofdredacteur van de Volkskrant. ‘We hebben veel onderzoeksstukken over hem gehad’, zegt Moerland, ‘daardoor werd hij veel genoemd.’ Klok: ‘Na de Provinciale Statenverkiezingen in 2019 was Baudet even de grootste partij van Nederland.’

Cees van der Laan, hoofdredacteur van Trouw, noemt de verhoudingen wel scheef. ‘We doen ons uiterste best om proportioneel aandacht te besteden aan de partijen, maar zo zie je dat het toch niet altijd lukt.’

Commerciële belangen spelen geen rol bij redactionele keuzen, benadrukken de hoofdredacteuren. ‘Kijkcijfers en kliks zijn nooit leidend’, zegt Marcel Gelauff van de NOS. ‘Sterker, ik ben geneigd om sommige stukken over Baudet of Wilders minder prominent te brengen’, zegt Pieter Klok. ‘Die worden toch wel gelezen.’

De redactie van het tv-programma Nieuwsuur waakt er bij Kamerdebatten voor dat boude uitspraken van Wilders of Baudet niet alleen maar dáárom het verslag domineren, zegt hoofdredacteur Joost Oranje. Maar dat vooral de PVV-leider toch regelmatig te zien is, vindt Oranje niet gek. ‘Hij is de oppositieleider en dat heeft journalistieke relevantie.’

Had Baudets bewering over het Neurenberg-tribunaal nieuwswaarde? Volgens René Moerland van NRC nauwelijks. ‘Volgens mij was die bedoeld als provocatie. Ik had althans niet de indruk dat hij er een academisch debat mee wilde openen.’ NRC besteedde er geen los artikel aan, maar verwerkte de uitspraak in een breder verhaal over de parallellen tussen Baudets campagne en die van Donald Trump.

De uitgelekte racistische appjes van Thierry Baudet kregen daarentegen op pagina 2 een prominente plek in NRC Handelsblad. ‘Dit had wél nieuwswaarde’, zegt Moerland. ‘Voor het eerst bleek dat Baudet, een gekozen parlementariër, ook zelf dit soort appjes stuurde.’ Nieuwsuur opende er om diezelfde reden de uitzending mee.

De Volkskrant bracht het minder prominent, op pagina 9. ‘Hoe nieuwswaardig is het nog als iemand elke dag een grens over gaat?’, zegt Pieter Klok. ‘Dat Baudet racistische ideeën had, was niet nieuw.’ Marcel Gelauff zegt ook dat het shockeffect van uitspraken van Wilders en Baudet afneemt. ‘Op een gegeven moment wordt het mes bot.’

Op 17 maart kiezen we een nieuwe Tweede Kamer. Op deze pagina leest u onze lijsttrekkersinterviews, vindt u onze analyses van de partijprogramma’s en kunt u onze stemwijzer doen.

Waar verbijstering verandert in verbazing, dreigt normalisering. Plannen waar Fortuyn om werd verfoeid, zoals het opzeggen van het Vluchtelingenverdrag, staan tegenwoordig als mogelijkheid in het verkiezingsprogramma van de VVD, zegt Du Pré. Toen de PVV twee maanden geleden haar programma presenteerde, waarin onder meer plannen stonden voor een ‘ministerie voor remigratie en de-islamisering’ en ‘het afpakken van het stemrecht van Nederlanders met een dubbele nationaliteit’ schreef Het Parool er een stuk over onder de – later gewijzigde – kop ‘140 rijden en veel geld naar de zorg’.

Cees van der Laan van Trouw kreeg het idee dat het programma ook in andere media ‘schouderophalend’ werd aanvaard. Trouw wierp daarna in een hoofdredactioneel commentaar de vraag op of de PVV verboden zou moeten worden vanwege schending van artikel 1 van de Grondwet. ‘Als je dat programma leest, wordt het je koud om het hart’, zegt Van der Laan. ‘Wilders wil fundamentele rechten van een miljoen Nederlanders afnemen.’

De media staan hierbij voor een moeilijke keuze. Want niet alleen het verzwijgen van de discriminerende standpunten uit het PVV-verkiezingsprogramma kan tot normalisering leiden, zegt Pieter Klok. Het expliciet benoemen ervan kan dat ook. ‘Stel je besteedt vijf artikelen aan het idee van een ministerie van de-islamisering. Dat soort stukken wordt altijd goed gelezen. Voordat je het weet, is het een gangbare term.’

Op de vraag of media – ‘de waakhond van de democratie’ – partijen met standpunten die de Grondwet zouden schenden anders moeten behandelen, bijvoorbeeld door ze te verzwijgen, antwoorden alle geraadpleegde journalisten ontkennend. ‘Ik vind het niet de eerste taak van de krant om de rechtsstaat te handhaven’, zegt Klok. ‘Het is vooral onze taak om te zorgen dat het maatschappelijk debat goed gevoerd wordt. Als je sommige geluiden niet meeneemt, mis je een deel van de maatschappelijke discussie.’ Bert Huisjes, de hoofdredacteur van WNL die namens de omroepen de woordvoering doet voor de talkshow Op1: ‘Als Wilders stemrecht wil afnemen van mensen met een dubbel paspoort, wil je dat weten.’

‘In een open samenleving zou je de Grondwet moeten kunnen bediscussiëren’, zegt Marcel Gelauff.

De opkomst van Thierry Baudet heeft tv-programma's voor nieuwe uitdagingen gesteld. Omdat hij wél op uitnodigingen ingaat, kampen presentatoren nu met de vraag hoe je zo'n ongewone politicus moet ondervragen.

Hij ontregelt presentatoren door ze te confronteren met overdrijvingen of onwaarheden, vooral over corona en het klimaat. De talkshow Op1 kreeg in januari kritiek, nadat Baudets feitenvrije beweringen over het coronavirus nauwelijks werden gecorrigeerd door de presentatoren Jort Kelder en Welmoed Sijtsma. Het weerwoord moest onder meer komen van een van de gasten, Rosanne Hertzberger.

Dat was ook de bedoeling, zegt Bert Huisjes. Het programma had bewust gasten uitgenodigd met kennis van het coronavirus – Hertzberger is microbioloog. ‘Presentatoren kunnen zich nog zo goed inlezen’, zegt Huisjes, ‘maar ze staan alsnog met de mond vol tanden als Baudet met een rapport uit 1982 uit Congo komt waaruit zou moeten blijken dat het virus destijds al bestond.’

Tijdens een debat met Mark Rutte voor de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2019 baarde Baudet opzien door de EU-leiders Herman Van Rompuy en Jean-Claude Juncker te noemen in een rijtje met Adolf Hitler, als voorbeelden van Europese machtswellustelingen. Debatleider Jeroen Pauw greep niet in. ‘Ik ben van de school die gelooft dat de kijker zelf kan uitmaken of het raar is wat hij zegt’, zegt Pauw. ‘En als tegenstanders hem in het debat niet weerspreken, zegt dat ook iets over hen.’

‘Baudet verzamelt zoveel mogelijk controversiële gedachten om die in zo kort mogelijke tijd uit te strooien’, zegt Pauw, die ook dit jaar een-op-een-debatten begeleidde. ‘Maar je komt niet tot een debat als je iedere keer inbreekt om te zeggen dat dit en dat niet klopt. Dus behalve als het enorme onwaarheden zijn, zoals ‘de ic’s hebben nooit volgelegen’ of ‘het virus is in een lab ontstaan’, grijp ik niet in.’

Interviewers en debatleiders moeten Baudet blijven confronteren met zijn leugens, zegt Wouke van Scherrenburg. ‘De gevaarlijke dingen die hij zegt, moeten ze doorprikken. Dat lukt beter in een kritisch een-op-een-interview zoals bij Nieuwsuur, dan aan een drukbezette talkshowtafel waar ook andere gasten zich ermee bemoeien.’

Journalisten verkeren in een moeilijke positie, zegt Alyt Damstra. ‘Media hebben een representatieve functie, ze moeten sentimenten in de samenleving laten horen. Maar tegelijkertijd kunnen ze die sentimenten beïnvloeden.’ Zeker in het geval van Baudet kan dat riskant zijn, zegt Damstra. ‘Complotdenken is zo oud als de mensheid, maar het is nieuw dat een Nederlands politicus zich daar zo actief mee inlaat. Hij ondermijnt de instituties waar onze democratie op is gebouwd, of het nu de rechterlijke macht is, de wetenschap of de media zelf. Aandacht voor zijn verhaal leidt niet alleen tot steun, maar voedt ook wantrouwen in de samenleving. Dit onbedoelde bijeffect is reden genoeg om de enorme aandacht voor zijn partij te heroverwegen.’

Wallonië

In Wallonië mogen politici ‘met vrijheidsberovende overtuigingen’ niet live op tv verschijnen, zegt Léonie de Jonge, een universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen die onderzoek heeft gedaan naar mediaverslaggeving van populisten in de Benelux. ‘Interviews met hen worden altijd in context geplaatst.’ Als gevolg van het mediacordon werden de debatten in 2017 tussen de Franse presidentskandidaten Emmanuel Macron en Marine le Pen vanwege laatstgenoemde met vijf minuten vertraging uitgezonden, zodat eventuele controversiële uitspraken van haar er nog uit konden worden geknipt.

Verenigde Staten

‘Hoe zou Donald Trump zich hebben gedragen als media alleen verslag van hem hadden gedaan als hij positieve, zinvolle dingen had gezegd?’, vroeg de Amerikaanse journalist Ezra Klein zich regelmatig af in zijn podcast The Ezra Klein Show. Amerikaanse media hebben kritiek gekregen, nadat ze zeker tijdens de presidentscampagne van 2016 veel aandacht hadden besteed aan Trumps polariserende uitspraken. ‘Het zou me niets verbazen als de huidige Nederlandse berichtgeving daar een reactie op is’, zegt Buitenhof-presentator Twan Huys. ‘Interviewers van grote kranten, Buitenhof en Nieuwsuur laten alle franje los, kijken alleen kritisch naar de inhoud. Ik vind het de meest gedegen campagneverslaggeving die ik tot nu toe heb gezien.’