ACHTERGRONDUrbano

Popmuziek is in 2020 officieel grenzeloos geworden – hoe is dat zo gekomen?

Muzikanten Bad Bunny en J Balvin in de ‘YouTube Music Artist Lounge’ op Coachella 2019.Beeld Getty Images for YouTube

Is het een genre? Een beweging? Nee, het is urbano, de frisse smeltkroes van genres die nu de hitlijsten domineert. De Volkskrant zocht uit hoe popgrenzen verdwenen.

Als er één nummer is waarop we dit prachtige maar eigenaardige popjaar moeten vastpinnen, één track die het hele muziekverhaal van 2020 vertelt, dan het liefst toch Bichiyal van Bad Bunny. En nee, dat is niet ons nummer van het jaar omdat het gaat over de pandemie. 

Bad Bunny, het pseudoniem van Benito Antonio Martínez Ocasio, is een Puerto Ricaanse popster en iemand die de grimmige, in de underground gewortelde kunst van de reggaeton de laatste jaren een nieuw en mondiaal leven heeft gegeven. Bad Bunny tekende samen met zijn landgenoot Ozuna en de Colombianen J Balvin en Maluma voor een paar van de spectaculairste wereldhits van dit jaar. En honderden miljoenen streams en views.

Het onweerstaanbare, tikje duistere en zalig golvende nummer Bichiyal gaat over vrouwen die zich weten te ontworstelen aan de cultuur van de achterstandswijken en iets groots weten te bereiken. ‘Bichiyal’ is een samentrekking van Puerto Ricaanse straattaaltermen bicha (snob) en yal (jonge vrouw), en is een geuzennaam voor sterke vrouwen. De emancipatoire lading van het nummer wordt ook uitgedragen door de clip. We zien reggaetonsterren Bad Bunny en Yaviah in oogverblindende, van ieder smartphonescherm afspattende straatmode, en de Japanse havenstad Yokohama, waar ’s nachts straatraces worden gehouden en aan bolides wordt gesleuteld door Japanse cyberpunkmeiden.

In een grandioze mash-up van culturen horen en zien we dus reggaeton die van Puerto Rico naar Japan vliegt, om daar bij brandend rubber van futuristische punk en illegale straatraces te worden gelanceerd tot wereldhit. Want een hit werd Bichiyal. Bad Bunny’s album YHLQMDLG brak records in de Amerikaanse hitlijst Billboard als hoogst genoteerde Spaanstalige binnenkomer.

Dankzij vertolkers als J Balvin, Maluma, Ozuna en Bad Bunny domineert reggaeton sinds vorig jaar wereldwijd de hitlijsten van de streamingplatforms. Een sprekend voorbeeld, om bij in de stemming te komen: de twee jaar geleden verschenen track El Farsante van Ozuna scoorde alleen al op YouTube een onwaarschijnlijke 1,5 miljard views. 

Veelzeggend zijn ook de streamingcijfers van muziekdienst Spotify van deze week. Wereldwijd veruit het meest gedraaid is de track Dákiti van Bad Bunny (6,5 miljoen afspeelbeurten), gevolgd door Positions van Ariana Grande (4,7 miljoen) en Therefore I Am van Billie Eilish (4,3 miljoen). Dákiti is op weg om dé hit van dit najaar te worden. Op YouTube werd de track in een maand tijd een kwart miljard keer aangeklikt, net zo veel als de veelbesproken wereldhit WAP van Cardi B en Megan Thee Stallion in drie maanden tijd.

Maar er was meer verheugend nieuws waardoor 2020 moet worden uitgeroepen tot het jaar van de mondiale pop (of ‘urbano’, maar daarover later meer). Hand in hand met de reggaeton trokken vanuit Afrika namelijk de afrobeats op. Wizkid, Burna Boy, Yemi Alade en Aya Nakamura braken door als popsterren. Samen zijn ze goed voor miljarden views en streams. Een paar mooie en veelbetekenende hits: Joro van Wizkid, Jolie Nana van de Malinees-Franse Aya Nakamura en het in Nigeriaanse en Zuid-Afrikaanse muziekpracht gehulde, bubbelende Wonderful van Burna Boy.

Dan nog een paar opmerkelijke noteringen: voor het eerst in de muziekgeschiedenis debuteerde een Koreaanse single (Dynamite van de boyband BTS) op nummer 1 in de Verenigde Staten. En werd een Zuid-Afrikaans liedje de grootste wereldwijde dansrage: de Jerusalema van Master KG werd gedanst van Ommen tot Kingston, en vooral door zorgpersoneel dat door de coronacrisis even een zonnig beweegmomentje nodig had.

Feestelijke finale

De popmuziek is het afgelopen decennium enorm geglobaliseerd en het jaar 2020 lijkt een soort eindpunt – of feestelijke finale – van dat proces. In de jaren nul stond de muziekindustrie nog op instorten, omdat de verkoop van geluidsdragers ernstig stagneerde door al dan niet illegale downloadpraktijken. Maar de popmuziek vond zichzelf gelukkig opnieuw uit, allereerst op economisch vlak. De laatste jaren is de industrie weer opgebloeid en een streamingcultuur ontstaan waarbij de inkomsten voor artiesten en rechthebbenden nog altijd niet optimaal, maar wel steeds beter zijn gereguleerd. 

Maar de verschuiving van de muziekstromen van ouderwetse media als geluidsdragers, radio en tv naar streamingplatforms, afspeellijsten en online videokanalen had ook een gigantische invloed op de geografie van de popmuziek. De hele wereld – en niet alleen meer het welvarende deel van het Westen en Oosten – heeft inmiddels een smartphone of laptop en dus toegang tot álle muziek die daarop beschikbaar is. 

Grenzen spelen geen rol meer en dat geldt ook voor als artiesten hun muziek wereldkundig willen maken, zelfs zonder tussenkomst van de traditionele muziekhandelaren. De voortschrijdende technologie heeft bovendien het produceren van muziek een stuk laagdrempeliger gemaakt. Als Billie Eilish met haar broer vanuit een slaapkamer een plaat vol popliedjes in elkaar kan sleutelen, met een laptop en een handvol instrumenten, dan kan iemand in Medellín of Lagos dat ook.

Aya Nakamura.Beeld Corbis via Getty Images

Er werd het afgelopen decennium dus veel meer muziek gemaakt, waardoor er ook meer uitmuntende muziek is komen bovendrijven. En die toplaag wist de laatste jaren wereldwijd door te breken – dus toch een pandemie, maar dan één om blij van te worden.

Nieuw artistiek elan

Eerst golfde de reggaeton de wereld over. Nieuwe namen als J Balvin en Bad Bunny wisten het ooit vrij barse en in de jaren negentig soms zelfs behoorlijk vrouwonvriendelijke straatgenre nieuw artistiek elan te geven, en de frisse reggaeton scoorde steeds hogere kijkcijfers op YouTube en later de streamingplatforms. Precies tien jaar geleden werd een eerste nummer van J Balvin, Ella Me Cautivó, breed opgepikt in de Verenigde Staten. De taal was niet echt een probleem, want in de Verenigde Staten spreken nu eenmaal bijna evenveel inwoners Spaans als Engels. Maar daarna ging de reggaeton net zo vrolijk Europa in, vanuit Spanje.

Hetzelfde gebeurde met een nieuwe lichting pop uit vooral West-Afrika. Uit Nigeria stoomden de afgelopen jaren artiesten op met een compleet nieuw en fijn fris genre op zak: elektronisch geproduceerde pop die heel lichtjes voortborduurt op klassieke Afrikaanse genres als de Congolese soukous en de afrobeat van Fela Kuti. Maar Burna Boy, Wizkid, Tiwa Savage en Yemi Alade mengden de muziek van hun ouders met die uit hun eigen jeugd, en dus vooral ook westerse hiphop en r&b. De laatste jaren mengen ze hun muziek zelfs met reggaeton uit Colombia en Puerto Rico, want die hoorden zij natuurlijk ook uit hun smartphone komen. Vooral de nieuwe Nigeriaanse pop, die afrobeats werd gedoopt, ging de wereld over. De feestelijke danstrack Johnny van Yemi Alade uit 2014 was de eerste grote Nigeriaanse popknaller van het nieuwe tijdperk en het startschot voor nog heel veel moois.

Vanuit het oostelijke deel van de wereld wisten intussen ook de J-pop uit Japan en de K-pop uit Korea nieuwe fans aan zich te binden, vooral dankzij YouTube. Op dat videoplatform verschenen strak geproduceerde videoclips bij voor veel mensen weliswaar onbegrijpelijke, maar wel extreem aanstekelijke popliedjes. In 2012 schreef Gangnam Style van PSY geschiedenis, als een virale wereldhit die we terugkijkend best als een startpunt voor de hele globaliseringsgekte in de popmuziek kunnen beschouwen. En nu breekt de Koreaanse band Blackpink het ene na het andere YouTuberecord: de clip bij How You Like That wordt waarschijnlijk het meest aangeklikte nummer van dit jaar.

YouTube werd een venster op de popwereld waarvan liefhebbers in de jaren tachtig of negentig alleen maar konden dromen. Wie in de popmuzikale oertijd nieuwsgierig was naar muziek uit andere culturen, was vooral aangewezen op goed toegeruste platenzaken of een krakende wereldontvanger. Nu is muziek uit Zuid-Korea, China, Zuid-Afrika of Colombia opvraagbaar met een muisklik. En succesvolle popliedjes die in Japan en Zuid-Korea miljoenen views krijgen, komen natuurlijk ook als trending bovendrijven bij YouTubekijkers in de Verenigde Staten of Europa. De ene klik genereert de andere.

En de streamingcijfers dicteerden de mondiale muziekrevolutie. Liedjes van J Balvin of Burna Boy waren simpelweg niet meer te negeren – door het publiek én muziekprofessionals – als die honderden miljoenen views of streams wisten te scoren. Dus doken plotseling ook de grote platenmaatschappijen op de wereldwijde pop – de muziekindustrie is nooit lang uit het veld geslagen. De Nigeriaan Wizkid tekende drie jaar geleden een contract met het grote Amerikaanse label RCA. J Balvin wordt tegenwoordig op schouders gedragen door Universal. En Sony wist al een lange reeks reggaetonsterren aan zich te binden en doet nu heel goede zaken.

En mede dankzij deze professionalisering van de wereldwijde muziekstromen werd het juichende sluitstuk van het globaliseringsproces ingezet: de kruisbestuiving. De wereldartiesten gingen ook echt de wereld over. Afrobeats, reggaeton én K-popsterren gingen samenwerkingen aan met artiesten uit Europa en de Verenigde Staten, en dat leverde spectaculaire hits op. Wie had tien jaar geleden een track als Chicken Noodle Soup kunnen zien aankomen, een half op hiphop, half op K-pop leunend liedje van zangeres Becky G met de Koreaanse rapper J-Hope. Of het onmiskenbaar Nigeriaanse en tegelijk zeer Amerikaanse r&b-nummer Strong Time van Wizkid met de Canadese rapper Drake. Of de tropische hiphopsalsa van Cardi B, Bad Bunny en J Balvin in I Like It.

Gelijkwaardiger speelveld

Een jaar of vijf geleden konden dit soort grensoverschrijdende featurings in de popmuziek nog worden gezien als strategie van artiesten en hun platenmaatschappijen, om via de fanbase van een ingehuurde grote ster zelf ook meer views en streams te genereren. Oftewel: wie als opkomende Nigeriaanse artiest een nummer weet te maken met Drake, krijgt er ineens een paar miljoen Drake-volgers bij. Maar de pop uit Nigeria, Seoul en Puerto Rico is inmiddels zo groot geworden, dat je je kunt afvragen wie nu precies wie helpt als een Amerikaanse rapper opduikt in een Nigeriaanse track.

Het speelveld is gelijkwaardiger geworden, en dat maakt de mixmuziek nog mooier. Een prachtig voorbeeld van panculturele samenwerking die twee artiesten een enorme oppepper heeft gegeven, is het nummer Con Altura van de Spaanse zangeres Rosalía en de Colombiaanse reggaetonster J Balvin. De Barcelonese Rosalía had zelf al een wonderlijk soort mengmuziek van flamenco met hiphop bedacht. Ze werd twee jaar geleden groot in Spanje en een beetje bekend in de rest van Europa. Maar toen ze met J Balvin die heerlijke mix maakte van flamenco met reggaeton, gingen zowel zij als de Colombiaan in een popraket de wereld rond. 

Con Altura werd vorig jaar een wereldhit, vanwege die curieuze muziekmix en de krankzinnige dansclip vanuit de cabine van een privéjet. Het nummer werd op YouTube meer dan anderhalf miljard keer bekeken, en dankzij Con Altura werd Rosalía een reusachtige popster in de Verenigde Staten en Latijns-Amerika. En het betekende een boost voor de carrière van J Balvin in Europa. Rosalía trad vorig jaar op in stadions van Chili tot Mexico, en J Balvin kon grote shows geven op festivals van Barcelona (Primavera) tot Landgraaf (Pinkpop). Over kruisbestuiving gesproken.

De transnationale mengmuziek is nu de norm geworden. Kijk maar naar de laatste plaat van Coldplay, Everyday Life, en de samenwerkingen met de Nigeriaan Femi Kuti en onlangs nog de Belg Stromae. Ook Nederlandse artiesten hebben de geneugten van de culturele cross-over ontdekt. De Nederlandse rapper Dopebwoy nam het nummer Je m’en tape op met de Malinese zangeres Aya Nakamura en de Franse rapper Oboy. De taalverwarring in dat nummer is eerder een pluspunt dan een probleem: Dopebwoy rapt gewoon in het Nederlands, naast het Frans van Oboy en Nakamura. En het nummer scoorde al 12 miljoen views op YouTube in een jaar tijd. ‘Leuke rapper, die Dopebwoy’, staat ergens in de commentaren onder de clip. ‘Waar zou hij het over hebben?’

Dat vroeg de wereld zich ook af bij het nummer Djadja van Aya Nakamura, dat in 2018 een reusachtige hit werd. Het nummer was in tekstueel opzicht onbegrijpelijk, want het zat vol met straattaal uit de Parijse banlieues. Toch ging het als een lopend vuurtje de wereld over. Het nummer werd op YouTube 700 miljoen keer bekeken, een mijlpaal voor een (gedeeltelijk) Franstalig liedje. 

Voor de nieuwe popmuziek, zei Nakamura tegen de Volkskrant, is tegenwoordig de hele wereld het speelveld. ‘Ik denk dat ik heb bewezen dat muziek eindelijk echt geen grenzen meer heeft. Iedereen kan alle denkbare muziek oppikken via zijn telefoon, en daarom komt nu muziek bovendrijven waarin je ook die hele wereld hóórt.’

Wie nog eens naar Djadja luistert, kan dat zelf ook constateren. Het liedje klinkt als Malinese pop, maar ook een beetje als een Frans chanson, en als Amerikaanse r&b met een lik hiphop, en dankzij het huppeltje in het ritme toch ook als Latijns-Amerikaanse reggaeton. Geen touw aan vast te knopen, maar dat hoeft ook niet meer. ‘Echt niemand is nog met genres in de muziek bezig’, zegt Nakamura. ‘Een genre is een achterhaald begrip. Popmuziek is veel meer een soort vibe geworden, een breed gedeeld gevoel. Alle pop die je zelf in je jeugd hebt opgepikt, vaak ook via je smartphone, krijgt een plek in de muziek die je daarna zelf maakt.’

‘Van de stad’

De popmuziek uit alle windstreken is de laatste jaren zo met elkaar versmolten, dat het ook bijna onmogelijk is geworden er nog een genrekopje bij te bedenken. Een veelgehoord begrip is tegenwoordig de term urbano (vrij vertaald: ‘van de stad’), die wordt gebruikt voor eigenlijk alle grootstedelijke dansmuziek met een lekker energiek ritme. Popmuziek die je hoort op straat in Lagos, Amsterdam en San Juan. En onder afspeellijsten op streamingstations met het kopje urbano erboven kom je ook echt muziek tegen van Bad Bunny tot Dopebwoy, Rosalía en Wizkid. En in alle tracks, hoe uiteenlopend ook, is datzelfde buigzame en optimistische levensgevoel terug te vinden.

Toch kleeft aan het ultieme samengaan van muziekstijlen, van hiphop tot r&b, Spaanse pop en reggaeton, ook een kleine paradox. Door de globale muziekrevolutie is de pop geografisch gezien veel diverser geworden. De mainstreampopmuziek komt niet langer per definitie uit de Verenigde Staten of het Verenigd Koninkrijk, en dat is uiteraard pure winst. Maar intussen is de muziek uit al die windstreken gek genoeg ook steeds meer op elkaar gaan lijken.

De straffe, voor verwende westerse poporen soms nauwelijks verteerbare reggaeton uit de jaren negentig en nul van undergroundhelden als Daddy Yankee of Jowell & Randy klinkt in het jasje van de jaren tien toch wat gelikter en gemasseerd door Amerikaanse r&b en hitgevoelige hiphop. En de Koreaanse boyband BTS verloor dit jaar toch wat eigenheid toen de band besloot een eerste Engelstalige single uit te brengen. De globale pop, of noem het urbano, van de laatste jaren is veelkleuriger dan ooit, maar tegelijk steeds eenvormiger, en dus minder divers.

Maar over dat paradoxale raadsel zal de nieuwe mondiale popadel zich de komende jaren waarschijnlijk weinig zorgen maken. Zolang de miljoenen streams blijven stromen, en de wereld in ieder geval wat de popmuziek betreft een iets betere plek kan worden.

Global

Een rottige term uit het muziekverleden: wereldmuziek, of in het Engels: world. Dat vond de organisatie van de Grammy Awards ook. Zeker nu die ‘wereldmuziek’ de grootste pophits aanlevert. De categorie deed te veel denken aan muziek uit de opnamearchieven van cultureel antropologen. Dus is bij de uitreiking van volgend jaar een nieuwe categorie in het leven geroepen, met de toch ook wat ongelukkige maar in ieder geval goedbedoelde naam global. Grote kanshebber is de Nigeriaan Burna Boy, met zijn plaat Twice as Tall.

Reggaetonster Ozuna: ‘Niemand heeft het meer over genres’

De Volkskrant sprak reggaetonster Ozuna voor zijn cd-presentatie in Madrid.

In de muziek van de ­Puerto Ricaanse ster Ozuna komen werelden samen. Natuurlijk de reggaeton uit zijn geboorteland, maar Ozuna zweert ook bij hiphop, r&b, reggae en gelikte pop. Zijn voorlaatste plaat Nibiru presenteerde Ozuna niet voor niets in Madrid: hij wil behalve Latijns-­Amerika en de Verenigde Staten ook Europa en Azië aan zijn voeten hebben, en dat lijkt hem ook te lukken met gigantische hits als El Farsante.

We spraken Ozuna (28) bij zijn cd-presentatie in Madrid, en vroegen hem om een verklaring voor het enorme succes van de reggaeton. Volgens de zanger is er sprake van een wisselwerking, die de kunst hogerop helpt. ‘De wereld is in het internettijdperk écht een grenzeloze plek geworden. En de hele wereld lijkt ­muziek met een soort ­relaxed grotestadsgevoel mooi te vinden en te begrijpen, dwars door de culturen heen. Maar door de globalisering van de hele popmuziek is onze muziek ook veranderd. Wij zijn uiteraard opgegroeid met reggaeton maar ook met hiphop en r&b, en Afrikaanse pop. Al die stijlen komen terug in wat wij maken. Waardoor onze muziek nóg universeler wordt.’

Ozuna: ‘De wereld is in het internettijdperk écht een grenzeloze plek geworden.’Beeld Gio Alma

De ontwikkeling in de popmuziek gaat de laatste jaren ongelooflijk snel, zegt Ozuna. ‘De stijlen veranderen constant, en eigenlijk heeft niemand het meer over genres, dat is achterhaald.’ Sociale media poken het vuur van de muzikale revolutie op, zegt hij. ‘Ik merk het zelf, als ik een vrij experimenteel nummer uitbreng dat bijvoorbeeld vol zit met reggae. Je post zo’n nieuwe track en merkt onmiddellijk hoe die valt. De feedback is direct. Stoot je je oude fans voor het hoofd, of juist niet? Dat is heel leerzaam. Al mijn muziekvrienden zijn nu bezig met nieuwe geluiden, met invloeden uit andere popculturen. En ja, ook omdat we gehoord willen worden in Europa en Azië.’ Maar niet alleen uit financiële overwegingen, zegt hij. ‘Zeker niet. Als wij kunnen optreden in Zuid-Korea, Afrika of ­Japan, pikken wij daar ook weer nieuwe geluiden op die onze muziek inspireren. Het is ook wat dat betreft echt twee­richtingsverkeer.’

De teksten van Ozuna, maar ook die van zijn ­collega’s Bad Bunny en J Balvin zijn de laatste ­jaren veel gematigder dan gebruikelijk in een ver reggaetonverleden. Het genre had een slechte naam vanwege vrouwonvriendelijke, soms gewelddadige ­teksten. In Colombia en Spanje werd geprotesteerd tegen misogyne reggaetonliedjes. Mede dankzij de de mondiale expansie is de inhoud van veel nieuwe reggaeton genuanceerder: nog wel sexy (of hitsig), maar minder bruut machistisch. Een bewuste keuze, zegt Ozuna. Maar niet om van het gezeur af te zijn. ‘Steeds meer artiesten nemen hun verantwoordelijkheid, en willen vooral een positieve ­inspiratie zijn.’

Meer over