ReconstructieUndercover op Kralingen

‘Popkleding’ aan en meeblowen – Hoe undercoveragenten op Kralingen een oogje in het zeil hielden

Boven van links naar rechts: Ruud van der Linden, Roel Gerrand, Fred van Leeuwen, Frits van der Putten, Henk van Trier. Onder van links naar rechts: Cees Ottevanger, Hans van der Meer, Brandt Drok en hoofdinspecteur Ton Postma, teamleider.

Wat doe je als undercoveragent tussen de hippies? Hup, ‘popkleding’ aan en meeroken. Op ‘Kralingen’ zag het gedoogbeleid het licht.

Het gedoogbeleid voor softdrugs werd vijftig jaar geleden voor het eerst openlijk toegepast ­tijdens het Holland Pop ­Festival. Handhavers in uniform ­waren in geen velden of wegen te bekennen, maar de ­gemeentepolitie hield wel een oogje in het zeil met een achtkoppig in ‘popkleding’ gehuld undercoverteam. Dat was het bos in gestuurd met de opdracht niet in te grijpen, alleen te observeren. De Volkskrant wist de hand te leggen op het verslag van het team.

De meeste bezoekers van het Woodstock aan de Maas waren drie dagen en nachten zo stoned als een garnaal. Undercover werd gewoon meegeblowd, durft een van de agenten nu te vertellen – zijn ambtsmisdrijf is ruimschoots verjaard.

Met de Amerikaanse festivals van 1969 – spacefeest Woodstock en het beruchte Altamont – nog vers in het ­geheugen, maakte de Rotterdamse politie zich met angst en beven op voor drie dagen seks, drugs en rock-’n-roll in het statige stadspark Kralingen. In Altamont was de 18-jarige festivalbezoeker Meredith Hunter tijdens het optreden van The Rolling Stones doodgestoken door een Hells Angel, die met zijn motormaten was ingehuurd door de organisatie. ‘Een beetje zenuwachtig waren we wel. We hadden geen idee wat ons te wachten stond’, zegt toen­malig undercoveragent Cees Ottevanger.

Intussen had de sociaal-democratische burgemeester van Rotterdam, Wim ­Thomassen, weer heel andere kopzorgen. Lang had hij getwijfeld over het verstrekken van een vergunning voor het festival, vooral omdat een ­mogelijk tekort aan sanitaire voorzieningen hem ernstig zorgen baarde. Waar moesten die tienduizenden festivalbezoekers straks drie dagen en nachten hun behoeften doen? Thomassen was bang dat zijn fraaie stedelijke groenvoorziening helemaal zou worden ondergekakt.

Het draaiboek dat de lokale autoriteiten hadden opgesteld voor het Holland Pop Festival kreeg de grimmige titel ‘Operatie Nightmare’, Sodom en Gomorra aan de Kralingse plas.

Intussen maken in Amsterdam vier jonge twintigers zich op voor drie ­dagen feesten. Henk de Vries, de ­latere oprichter van coffeeshopketen The Bulldog, zorgt voor de wiet, de ­andere vrienden voor kampeer­spullen. En drank, want er zal geen druppel alcohol worden geschonken op het popfestival, dat heeft hoofd­sponsor Coca-Cola – in ruil voor 300 duizend gulden (136 duizend euro) – ­bedongen bij organisatoren Berry Visser en Georges Knap.

Cannabis is nog niet zo goed verkrijgbaar in de hoofdstad, maar Henk, zoon van een bordeelhouder en de uitbater van een café op de (toen nog ruige) Zeedijk, heeft contacten in de krochten van de stad. Bij ouwe Max van de Cotton Club, een jazzclub op de Nieuwmarkt waar al in de jaren vijftig marihuana van onder de toonbank werd verhandeld, koopt hij wat Congolese wiet. Het is niet van wereldklasse, die Afrikaanse spinazie, maar goed genoeg voor een roesje. Eenmaal op het festival verdeelt hij de wiet en gaat de fik in de eerste joint.

‘Het ging hard met de stuff. Nadat ik her en der nog wat had uitgedeeld, was ik er zelf snel doorheen.’ Als Henk zijn vrienden vraagt of zij nog wat voor hem hebben, blijken ze alles te hebben verkocht. Dat kan ik ook, denkt Henk. ‘Ik ben als een gek teruggereden naar Amsterdam om bij ouwe Max meteen maar een kilo te halen.’ Dat kostte hem, herinnert hij zich, zo’n 1.800 gulden (ruim 800 euro). Bij een tabaksgroothandel koopt hij alle lucifers op en stopt in elk doosje 2 gram.

In het Kralingse Bos posteert Henk zich op een bruggetje waar veel festivalvolk overheen komt en stalt zijn handelswaar uit. Hij vraagt 12,50 gulden per doosje. ‘De handel liep als een tierelier, vooral nadat een paar keer was omgeroepen dat je voor goeie wiet op de brug moest zijn. Ik wist niet wat ik meemaakte. In een paar uur tijd verdiende ik 5.000 piek. En nergens een politieman te bekennen.’

De meeste optredens gaan aan hem voorbij, want tijdens het festival rijdt hij nog een paar keer heen en weer naar de Cotton Club om in te slaan. Henk de Vries heeft een goudader aangeboord. De autoriteiten staan erbij en ­kijken ernaar. ‘Ik was een van de eerste gedoogde softdrugsverkopers.’

Dat de politie tijdens het festival de handel in en het gebruik van verdovende middelen bewust ongemoeid laat, heeft weinig tot niets te maken met vrijzinnige opvattingen over drugsgebruik, maar is vooral ingegeven door de vrees voor ongeregeldheden. Dat blijkt uit stukken die zich in het Rotterdamse gemeentearchief bevinden. ‘In overleg met de officier van justitie blijft optreden tegen drugsgebruikers en handelaren achterwege, daar het niet verantwoord wordt geacht onder een zo grote mensenmassa tot aanhouding en overbrenging van overtreders over te gaan’, schrijft de hoofdcommissaris aan de procureur-generaal, de hoogste baas van het Openbaar Mini­sterie in Den Haag.

Met tienduizenden festivalbezoekers zijn de gezags­dragers, ook al zijn alle verloven ingetrokken, met te weinig. Het in beslag nemen van verdovende middelen op het festivalterrein en aanhoudingen stuiten mogelijk op massaal protest en wie weet gewelddadig verzet. Vooral niet provoceren is daarom het devies. Besloten wordt om zelfs geen agenten in uniform het Kralingse Bos in te sturen. Veel te link. De openbare orde en veiligheid wordt drie ­dagen uitbesteed aan een legertje Feyenoord-suppoosten (‘Die zijn gewend aan mensenmassa’s’).

Er zijn in dat juniweekend maar acht politie­mensen op het bomvolle festivalterrein. Ze ­moeten ‘gekleed in ‘popkleding’, zonder daarbij al te bizar te zijn uitgedost. Deze kleding is noodzakelijk aangezien de kans groot is dat een enkeling die in een kostuum gekleed gaat, zal opvallen. Het verzamelen van informatie dient op onopvallende wijze te geschieden. Bij het plegen van misdrijven of overtredingen mag door het team op het terrein niet worden opgetreden’.

Een 'cannabisondernemer'.Beeld Getty Images

Spijkerbroeken, T-shirts, halfopen hemden, uitgesteld kappersbezoek en een enkele pruik vormen de uitrusting van de acht undercoveragenten, jonge hoofdagenten en inspecteurs, die zich drie dagen en nachten mengen onder de naar schatting tachtig- tot honderd­duizend festivalbezoekers.

De leider van het team, de 39-jarige hoofdinspecteur Ton Postma, is de enige die een das draagt. Maar hij blijft dan ook op het politiebureau aan de Boezemsingel, vlak bij het festivalterrein, om de operatie in goede banen te leiden.

De vermomde agenten nemen hun rol serieus: ze dansen mee, zingen mee, liggen in de zon (én in de nacht van zaterdag op zondag in de stromende regen) en weten zich soms even geen raad als er een smeulende joint of een hasjpijp wordt doorgegeven. Niet meeroken, zou argwaan kunnen wekken, toch? Uit het politieverslag:

‘Zaterdagochtend neemt de verkoop van ver­dovende middelen een openlijk karakter aan. Op kraampjes worden de drugs uitgestald en passerende festivalgangers kunnen vrijelijk kopen.’

‘In het Kralingse Bos ben ik zakenman geworden’, zegt De Vries. In 2016 is hij de eerste cannabisondernemer die, met een geschat vermogen van 95 miljoen euro, zijn entree maakt in de Quote 500. Zijn imperium omvat inmiddels vestigingen in Italië en op Ibiza, een wintersporthotel in Canada, een resort op Bali en natuurlijk het vlaggeschip: het filiaal in het voormalige politiebureau op het Leidseplein in Amsterdam.

Henk de Vries is niet de enige cannabisentrepreneur van wie de loopbaan aanvangt in het Kralingse Bos. Ook Ben Dronkers verkoopt voor het eerst op het Holland Pop Festival. Inmiddels is Dronkers met zijn miljoenenbedrijf Sensi Seeds een van de belangrijkste internationale cannabiszaadhandelaren. Zijn zaadbank bevat meer dan achthonderd cannabisvariëteiten. Daarnaast produceert Dronkers met zijn bedrijf Hemp Flax op grote schaal (niet-rookbare) vezelhennep in Groningen en Roemenië, onder meer voor de kleding- en auto-industrie, en exploiteert hij in Amsterdam en Barcelona cannabismusea. ‘Kralingen was de kraamkamer van de Nederlandse cannabis­industrie’, zegt hij.

‘De handel breidt zich meer en meer uit. In de ­zondagmiddag werd op één plaats een aantal van 13 verkopers gedurende drie uur van slechts enkele meters geobserveerd. Het aantal klanten dat speed kocht, was ongeveer vier per kwartier, terwijl de daarnaast zittende verkoper van softdrugs driemaal zo veel klanten in dezelfde tijdseenheid bediende. De verkopers bleken elkaar te kennen en maakten tussentijds afspraken over de prijs. Een juist beeld kon alleen maar worden verkregen door geruime tijd (enkele uren) op één enkele plaats ­tussen de festivalgangers te ­verblijven.’

De drugs worden duur betaald in Rotterdam. ‘Prijsstijgingen van 300 of 400 procent zijn geen uitzondering’, meldt het ‘drugshulpteam’ van het festival in stencils die onder de bezoekers worden uitgereikt. Het team staat onder de bezielende leiding van cannabisactivist Koos Zwart, die in zijn wekelijkse beursberichten op de Vara-radio de marktprijzen van hasj en wiet volgt. Zijn moeder, Irene Vorrink, zal later als minister van Volksgezondheid in het kabinet-Den Uyl een belangrijke rol spelen bij de wijziging van de Opiumwet, waardoor het bezit van een kleine hoeveelheid softdrugs de facto niet langer strafbaar is.

Toenmalig undercoveragent Ruud van der Linden: ‘Ik lag in een kring van festivalbezoekers aan de Kralingse plas. Gewoon om erbij te horen, een beetje mee te luisteren, mee te kletsen. En kijken natuurlijk, vooral naar de meiden die poedelnaakt het water in doken.’

‘Er was geen sprake van excessen op het gebied van de seksualiteit, voor zover een en ander waarneembaar was. Door kleine groepen werd, voornamelijk in de ochtenduren, naakt in de Kralingse plas gezwommen, hetgeen weinig opzien baarde. Op enkele plaatsen op het terrein werd vastgesteld dat een gering aantal mannen en/of vrouwen naakt liep, waarbij bleek dat niemand zich daaraan stoorde.

‘Opvallend was dat mannen en vrouwen, die kennelijk alleen waren, vrijwel geen belangstelling ondervonden van de andere sekse. Er werd nauwelijks geflirt en van het zogenaamde versieren was niets te merken. Het lastigvallen van vrouwen werd niet geconstateerd. Tevens merken wij op dat op allerlei tijdstippen over het gehele terrein verspreid groepjes mannen en vrouwen gezamenlijk lagen te slapen, al dan niet in eigen of gemeenschappelijke tenten, zonder dat dit aanleiding gaf tot waarneembare excessen op ­seksueel gebied. (…) Bij de ­toiletten werd enige malen ­geconstateerd dat oudere mannen kennelijk homofiel contact zochten.’

Dan doet undercoveragent Van der Linden een bekentenis: ‘Tja, dan lig je in zo’n kring en gaat er opeens een hasjpijp in het rond. Ik moest absoluut niets hebben van drugs, maar het leek me niet handig om voor de eer te bedanken. Het leek me ook niet verstandig om stoned te worden, al helemaal niet onder diensttijd. Dus vouwde ik mijn handpalm maar een beetje rond het mondstuk van zo’n pijp en deed alsof ik inhaleerde. In werkelijkheid zoog ik vooral lucht op en vermoedelijk ook wel wat hasj. Maar er hing zo’n zware wietdamp in het park dat je bij normaal ademhalen die rotzooi al binnenkreeg.”

‘De meest voorkomende vorm van druggebruik was het roken van hasjiesj en marihuana. Dit gebeurde door middel van sigaretten en speciaal geconstrueerde pijpen. Dat het hier hasjiesj en marihuana betrof, was onder andere op te maken uit het feit dat men een zeer speciale manier van klaarmaken had (bijna ritueel). Men behandelde de stuff alsof het diamant was; geen kruimeltje mocht verloren gaan.’

Cees Ottevanger, die het later nog tot hoofdcommissaris in Rotterdam zal schoppen, is ook undercover op Kralingen. ‘Man, dat optreden van The Byrds terwijl de zon bloedrood onderging boven de Kralingse plas. Geweldig! Ik voelde me als Alice in Wonderland. Al die jonge mensen bij elkaar, zonder enig noemenswaardig incident. Het was allemaal love and peace, drie dagen lang. Dat er geen alcohol werd geschonken, hielp natuurlijk wel. Van softdrugs wordt niemand agressief. Dat was echt een eyeopener voor ons. We waren op het ergste voorbereid, maar er gebeurde niets. Iedereen was lief en aardig voor elkaar. Onvergetelijk.’

‘Opvallend was dat de festivalgangers zeer vredelievend tegenover elkaar stonden. Op het gebied van vermogensdelicten zijn geen bijzonderheden waargenomen. De festivalgangers vertoonden geen belangstelling voor de soms zeer waardevolle goederen van anderen, ondanks het feit dat deze vaak urenlang zonder enig toezicht op het terrein lagen en de tenten dikwijls onafgesloten en verlaten waren.’

Onvrijwillig cannabisconsument Ruud van der Linden, die later bij de narcoticabrigade werkte (‘Ik heb ik weet niet hoeveel dealers opgepakt’) heeft het er in juni 1970 maar moeilijk mee dat hij niet mag ingrijpen. Zijn handen jeuken tussen al die dealers en gebruikers. ‘Er waren ­ouders die hun kinderen eropuit stuurden om drugs te kopen.’

Als hij een rondje over het festivalterrein maakt, ziet hij zijn kans schoon en kan hij niet nalaten om een handelaar een nat pak te bezorgen. ‘Die jongen zat aan de plas, vlak bij het water. Ik heb even gewacht tot het druk werd en heb hem toen in het gedrang – geheel per ongeluk natuurlijk – met z’n hele handel, hups een duwtje gegeven en in de plas gesodemieterd. Dat gaf me best een goed gevoel.’

In de maanden na het festival bepleiten strafrechtadvocaten aan de lopende band vrijspraak voor hun van drugsdelicten verdachte cliënten onder verwijzing naar het tolerante politieoptreden in het Kralingse Bos. ‘Drugszaken worden na het popfestival nog moeilijker’, kopt Het Vrije Volk. De maatschappelijke discussie over wat later het ­gedoogbeleid is gaan heten, is in de zomer van 1970 een feit.

Volgens Cees Ottevanger is dat beleid uitgevonden en beproefd in Rotterdam. ‘Er werden heel wat wetten overtreden daar in het park, maar het was een happening zonder wanklank. Een bijzondere ervaring. Je werd in drie ­dagen gevormd. Het was gewoon een spoedcursus maatschappelijke ontwikkeling.’

Ottevanger: ‘Amsterdam gaat vaak met de eer strijken als het gaat om de liberalisering van het drugsbeleid, maar ik weet dat de collega’s van de Amsterdamse politie in 1970 nog grote bedenkingen hadden bij onze Rotterdamse aanpak. Ze vonden het maar niks dat wij niet op­traden tegen handelaren en gebruikers. Pas twee jaar later, toen ze in Amsterdam met een enorme toename van het heroïnegebruik te maken kregen, is ook daar het softdrugsbeleid versoepeld.’

In 1976, zes jaar na het Holland Pop Festival, wijzigen ­ministers Dries van Agt (CDA) van Justitie en Irene Vorrink (PvdA) van Volksgezondheid de Opiumwet. Het bezit van een hoeveelheid tot 30 gram hasj of wiet (‘voor eigen gebruik’) is niet langer strafbaar.

Op het hoofdpodium.

Vrijdag: It‘s a Beautiful Day, ­Jefferson Airplane, Stone the Crows, ­Santana, The Flock, Canned Heat, Hot Tuna, ­Pentangle, Quintessence, East of Eden.

Zaterdag: The Byrds, Family, Dr. John the Night Tripper, Country Joe, Tyrannosaurus Rex (Marc Bolan), Third Ear Band, Al Stewart, Supersister, CCC Folk & Blues Inc. en ­Tamalone.

Zondag: Mungo Jerry, Art ­Ensemble of Chicago, John Surman, Misha Mengelberg en Han ­Bennink, Caravan, Fairport Convention, Fotheringay, Soft Machine en Pink Floyd.

Op het tweede podium

Dream, Bismarck, Oscar ­Benton Blues Band, Focus, ­Ekseption, White Rabbit, Scarry Sally Theater en het ­Nederlands Danstheater.

Lees meer over het ‘Nederlandse Woodstock’

Pieter Boersma (75) vond honderdzeventig nooit eerder gepubliceerde Kralingen-dia’s in zijn archief. Ze laten zien dat de fotograaf vijftig jaar geleden meer gefascineerd was door het publiek dan door de muziek. ‘Al die liedjes zijn toch hetzelfde.’

De concertfilm van Kralingen is uniek. Al was het maar omdat de meeste (bijna-)makers zouden uitgroeien tot wereldberoemde filmmakers. De Volkskrant sprak ze (toen nog jong en onbekend, nu wereldberoemd) over het blote publiek, ‘verdwenen’ opnamen en vooral de magische sfeer.

Er is beeld noch geluid van zijn optreden en zijn naam stond verkeerd op de poster, maar Tamalone speelde écht op het hoofdpodium. Diederik Buijen hoopt dat zijn overleden broer nu de aandacht krijgt die hij verdient.

Meer over