POP: Burnside ontbeert solo de scherpte van Jon Spencer

R.L. Burnside: Mr. Wizard. Fat Possum/ Epitaph 0301-2...

GERT VAN VEEN

Een oude bluesman uit Mississippi, die op 69-jarige leeftijd ontdekt wordt door het Nederlandse rockwereld. R. L. Burnside had al een hele reeks Nederlandse tournees langs het bluescircuit gemaakt, voordat hij in het najaar van 1996 met het album A ass pocket of whiskey een nieuw publiek vond. Begeleid door de muzikanten van de Jon Spencer Blues Explosion maakte Burnside een rauw klinkend bluesrock-album, dat lovende kritieken kreeg en zijn carrière een stevige nieuwe impuls gaf.

Met het uitbrengen van Mr. Wizard speelt nu ook platenmaatschappij Epitaph, het punklabel van groepen als The Offspring, in op Burnside's plotselinge succes. Het album oogt als de opvolger van A ass pocket of whiskey, vooral omdat een vergelijkbare hoestekening van Burnside (zo te zien van de hand van dezelfde ontwerper) de nieuwe plaat siert. Twee nummers van Mr. Wizard zijn afkomstig van dezelfde sessies met Jon Spencer: Alice Mae en Highway 7, maar de rest van het materiaal nam Burnside in verschillende sessies op tussen september '94 en november '96 met zijn eigen trio, met Kenny Brown (gitaar) en zijn kleinzoon Cedric Burnside op drums.

Leg je deze bluessongs naast het materiaal van A ass pocket full of whiskey dan valt op dat Burnside nog een stuk traditioneler klonk voordat hij in zee ging met Spencer's Blues Explosion. Want hoe rauw en losjes Burnsides aanpak ook mocht zijn geweest, de scherpte en dwingende kracht van A ass pocket full of whiskey was toch op de eerste plaats te danken aan de inbreng van Spencer.

Shamus: Doolally. Pressure Pre186005.

Ross Curry maakte naam als zanger van de Amsterdamse Spo-Dee-O-Dee. Met de groep Shamus is hij aan een nieuw hoofdstuk begonnen, dat nauwelijks aansluit op de muziek die hij vroeger maakte. De stevige rock van weleer heeft plaatsgemaakt voor gitaarliedjes in Britpop-stijl. De Oasis-sound, in de stijl van de sixties-pop van groepen als The Beatles, heeft model gestaan voor Curry's eigen songs op Doolally. Het komt zowel naar voren in de up-tempo-songs als in de met slepende stem gezongen ballads.

De oorspronkelijk uit Liverpool afkomstige zanger-gitarist pakte de zaken met Doolally meteen goed aan. Met een reeks goed in het gehoor liggende gitaarsongs toog hij naar de Rockfield Studio's in Wales, een van de beroemdste opname-ruimten van Engeland, waar Oasis ondermeer het album What's the story (morning glory) opnam.

Producer Simon Dawson (Stone Roses) en een Engelse ritme-sectie (drummer Ray Weston en bassist Alan Thompson) hielpen het Shamus-project tenslotte aan datgene wat Curry voor ogen moet hebben gehad: Shamus te laten klinken als een onvervalste Britpop-band.

Solomon Burke: The definition of soul. Pointblank records 7243 8 42557 2 5.

NuYorican Soul: NuYorican Soul. Talkin' Loud 534 460-2.

Zo af en toe duikt een van de oude sterren uit de gouden periode van de soul, midden jaren zestig, opeens weer op. Rufus Thomas en Wilson Pickett toeren om de zoveel tijd weer eens door Europa, Aretha Franklin is nog actief, en Isaac Hayes is voorzichtig begonnen aan een come-back. Ook de 60-jarige 'King Of Rock & Soul', Solomon Burke, wiens Everybody needs somebody to love bekend werd in een versie van The Rolling Stones, probeert het nu opnieuw.

Op The Definition of soul, met bijdragen van Little Richard en producer Jerry Wexler, blijkt zijn stem en declamatie nog nauwelijks aan kracht te hebben ingeboet, maar het songmateriaal is lang niet overal even sterk, terwijl ook de produktie blijft steken in een halfslachtige poging om de oude soul in een modern jasje te steken.

Soul van een heel ander kaliber komt van het befaamde producers-duo Mas ters At Work (Louie Vega en Kenny 'Dope' Gonzales), die op NuYorican Soul de New-Yorks-Puertoricaanse disco-soulsound verklanken. Met bijdragen van Roy Ayers, George Benson en zangeressen Jocelyn Brown en George Benson is dit een met zorg in elkaar gezet conceptalbum, dat een nostalgische seventies-sfeer oproept.

Atari Teenage Riot: Delete yourself. Di gital Hardcore Recordings. DHR CD1.

Various: Harder than the rest. Digital Hardcore Recordings. DHR CD2.

Alec Empire: The Destroyer. Digital Hardcorde Recordings DHR CD4.

Alec Empire is een van de produktiefste producers van de Berlijnse techno-scene. Hij maakte naam met een aantal onder eigen naam verschenen cd's en met het trio Atari Teenage Riot, waarvan het twee jaar geleden verschenen debuut nu pas officieel in Nederland is uitgebracht. Delete yourself is een bijzondere plaat, omdat Atari Teenage Riot al in 1995 pionierde in de richting die The Prodigy recent met zoveel succes insloeg.

Hardcore techno en punk komen op een heel natuurlijke manier samen in nummers als Start the riot en Cyber punks are dead, die met hun agressieve sound, stuiterende ritmen en snerpen de gitaren precies klinken zoals je mag verwachten van een groep die zich Ata ri Teenage Riot noemt. De hardcore-elementen, die nog het meest doen denken aan de Nederlandse gabber-sound, maken op Empire's recentere werk steeds meer plaats voor jungle, dat met zijn ratelende snare-drums hetzelfde tempo heeft als de eerdere hardcore-techno. Empire's industriële jungle-punk is een nieuw voorbeeld van de manier waarop de rock en de danswe reld naar elkaar toe schuiven.

Gert van Veen

Meer over