interview

‘Politiek tekenaars hebben invloed, daarom worden ze ook gecensureerd’

Tjeerd Royaards van Cartoon Movement over (zelf)censuur en uitvlakcultuur.

Een politieke prent van de Afghaanse cartoonist Hossein Rezaei. Beeld Hossein Rezaei/Cartoon Movement
Een politieke prent van de Afghaanse cartoonist Hossein Rezaei.Beeld Hossein Rezaei/Cartoon Movement

Zijn cartoons verschijnen in The Washington Post en sinds kort tekent hij voor de voorpagina van Le Monde. Tjeerd Royaards (41), die in Nederland lang voor NRC Handelsblad heeft gewerkt, weet welke valkuilen en voetangels je als politiek tekenaar kunt tegenkomen. Komend weekend doet hij mee aan twee debatten tijdens het Stripweekend in Haarlem (1 t/m 3 oktober) rond de thema’s ‘Censuur, zelfcensuur en uitvlakcultuur’ (een vrije vertaling van cancel culture).

‘Machthebbers van alle tijden hebben moeite gehad met cartoons’, zegt Royaards. ‘Ik laat zien hoe krachtig lijntjes op papier kunnen zijn: politiek tekenaars hebben invloed, daarom worden ze ook gecensureerd.’ Tien jaar geleden richtte hij de Cartoon Movement op, een digitaal platform waar zeshonderd cartoonisten uit negentig landen hun getekende kritiek publiceren.

Welke landen zijn vandaag de dag het gevaarlijkst voor politiek tekenaars?

‘Het worden er steeds meer, dat is het enge. De duimschroeven worden steeds harder aangedraaid. Het bekende rijtje risicolanden is Rusland, Turkije, China, Iran en Noord-Korea. Maar ook Egypte is niet leuk. Tekenaars zeggen: bij Mubarak wist je wat wel en niet kon, onder Al-Sisi kan zomaar de geheime politie op de stoep staan. In Europa is vooral de situatie in Polen en Hongarije zorgwekkend.

‘Voor bedreigde cartoonisten kunnen wij doorgaans weinig doen. Nederland heeft een reputatie als tolerant land en asielaanvragen zouden hier kansrijk zijn, maar in werkelijkheid zijn we een rechts land waar politieke vluchtelingen geen uitzonderingspositie hebben. Noorwegen, Canada en Frankrijk zijn voor politiek tekenaars veel veiliger.’

Toen de Taliban aan de macht kwamen, heb je geholpen met de evacuatie van een Afghaanse cartoonist. Hoe ging dat in zijn werk?

‘Ik ken vier Afghaanse cartoonisten, van wie er twee in Kabul zijn ondergedoken, één zit er in Pakistan en dan is er Hossein Rezaei, die we naar Nederland hebben kunnen halen. Hij mailde begin augustus dat het niet goed ging in zijn land en dat we meteen al zijn cartoons van onze site moesten halen. Het werd te gevaarlijk voor hem. Een fijn toeval was dat de Tweede Kamer er toen net over debatteerde dat we coulanter met Afghaanse vluchtelingen zouden moeten omgaan.

‘Ik heb connecties bij Buitenlandse Zaken dankzij een cartoon-expositie die ik eerder voor de World Press Freedom Conference in Den Haag heb georganiseerd. Via WhatsApp en later via Signal, dat beter is voor je privacy, hebben we Hosseins paspoortgegevens naar het crisisteam in Kabul gestuurd. Na drie vergeefse pogingen heeft hij tenslotte het vliegveld bereikt en is hij naar Islamabad gevlogen. Daarna belandde hij in Heumensoord en moest hij in quarantaine. Hij had niks anders bij zich dan een extra broek, een extra trui en zijn tablet, waarop hij nu weer kan tekenen. Gelukkig maar, want hij verveelt zich dood in de noodopvang.’

Met welke thema’s moet je als tekenaar oppassen?

‘Mohammed is een beetje de evergreen. Daarnaast kun je drie categorieën onderscheiden. Bij traditionele, repressieve regeringen geldt: je mag de machthebber niet ridiculiseren. Dan zijn er de extremistische groeperingen die geen kritiek op religie dulden.

‘Sinds een jaar of tien zijn seksisme en racisme erbij gekomen: in westerse landen word je snel afgestraft als je daarover een fout maakt. Minister Ingrid van Engelshoven had pas nog kritiek op een spotprent van cartoonist Ruben L. Oppenheimer omdat hij D66-leider Sigrid Kaag als heks afbeeldde, maar ik weet zeker dat Oppenheimer tijdens het tekenen helemaal niet met seksisme bezig was. Voor politieke satire is het nu niet het gunstigste klimaat, want je moet als cartoonist scherp zijn, maar ook weer niet té.’

Wat doet de kritiek op sociale media met tekenaars?

‘Sociale media hebben geleid tot een nieuwe vorm van censuur, door de druk en agressie die daarvandaan komen. Een cartoon van de Australische tekenaar Mark Knight over een woedeaanval van tennisspeler Serena Williams leidde al snel tot zware beschuldigingen van racisme. Vooral toen Harry Potter-auteur J.K. Rowling aan de discussie ging meedoen: zij heeft 6 miljoen volgers.

‘Het probleem is dat op sociale media al snel wordt geroepen dat controversiële tekenaars monddood gemaakt moeten worden: ‘Die mag nooit meer publiceren!’ Daardoor worden cartoonisten steeds behoedzamer. Natuurlijk moet je als tekenaar nadenken over hoe je minderheden afbeeldt, je moet geen gemakzuchtige stereotypering gebruiken. Maar de grens tussen zelfreflectie en zelfcensuur is dun.’

Meer over