Pokerspel schadevergoeding gênant voor Duitsers

Duitse bedrijven en de overheid bieden ex- dwangarbeiders acht miljard mark schadeloosstelling. De slachtoffers vinden dit nog steeds niet genoeg....

Van onze correspondent Philippe Remarque

Het 'schaamteloze pokerspel', zoals een Duits weekblad het noemde, gaat voorlopig door. Vertegenwoordigers van de voormalige dwangarbeiders en onderhandelaars van de Duitse bedrijven die ze tewerkstelden in de Tweede Wereldoorlog zijn woensdag opnieuw uit elkaar gegaan zonder een akkoord. Over drie weken gaan de besprekingen in Washington verder.

Over veel onderwerpen zijn de partijen het eens geworden, bijvoorbeeld de manier waarop de Duitse bedrijven in de toekomst gevrijwaard kunnen blijven van aanklachten. Maar de belangrijkste controverse is nog niet opgelost: die over het geld.

Er zit wel beweging in de bedragen. De Duitse bedrijven die een fonds voor de schadeloosstelling van dwangarbeiders hebben opgericht, hebben hun bod woensdag verhoogd tot vijf miljard mark. De Duitse regering legt daar drie miljard mark bovenop. Het bod van acht miljard wordt volgens bedrijven en regering 'niet meer verhoogd'.

De advocaten en vertegenwoordigers van de dwangarbeiders nemen hiermee geen genoegen, al spraken ze van 'het eerste serieuze aanbod' van Duitse zijde. Ook zij hebben water bij de wijn gedaan. Hun eis is bijna gehalveerd tot een bedrag tussen de tien en vijftien miljard mark.

De onderhandelaar van de Amerikaanse regering, Stuart Eizenstat, concludeerde daarom woensdag hoopvol dat een akkoord 'binnen bereik' is. Er moet, vindt hij, een 'afsluitend moreel gebaar aan het einde van de twintigste eeuw' worden gemaakt.

Beide zijden hebben belang bij een snel akkoord. De voormalige dwangarbeiders zijn gemiddeld tachtig jaar oud. Elk jaar overlijdt 10 procent van hen. Als niet snel met uitbetaling wordt begonnen, hebben de meesten er niets meer aan. Deze week dreigden de advocaten van de dwangarbeiders nog de besprekingen af te breken en door te gaan met rechtszaken tegen de bedrijven. Maar die zaken kunnen jaren duren, met slechts een kleine kans op succes.

De Duitse bedrijven willen niet alleen af van de vele rechtszaken die de slachtoffers tegen hen aanspannen. Ze vrezen vooral voor een slechte naam en misschien zelfs een boycot in de Verenigde Staten. Deutsche Bank nam het initiatief het fonds op te richten, toen het bedrijf begin dit jaar een overname in de VS in gevaar zag komen door joodse protesten tegen zijn oorlogsverleden.

De Duitse bedrijven liggen van alle kanten onder vuur. Bondskanselier Schröder hield ze aanvankelijk de hand boven het hoofd. Hij zegde steun toe bij de oprichting van het fonds, 'om het Duitse bedrijfsleven en de goede naam van Duitsland te beschermen'. Bedrijven en regering hebben sindsdien verschillende suggesties gedaan om het uit te betalen bedrag omlaag te krijgen.

Zo stelden ze voor de hoogte van de uitkering aan te passen aan de levensstandaard van het land waar de ex-dwangarbeider woont. Het regende protesten. Daarmee zouden de honderdduizenden Polen, Oekraïners en Russen 'tweederangsslachtoffers' worden.

De Duitse pers heeft de opstelling van de bedrijven en regering scherp bekritiseerd. 'Moraal wordt in het Duitse bedrijfsleven met een kleine letter geschreven', concludeerde Die Woche. De kanselier moet volgens het blad ingrijpen. 'Het gaat om het aanzien van Duitsland en alle Duitsers.' Bondsdagvoorzitter Thierse noemde de houding van de bedrijven deze week een 'schandaal'.

De regering voert de druk op het bedrijfsleven inmiddels flink op. Nog woensdagochtend zei regeringsbemiddelaar Otto Graf Lambsdorff dat de bedrijven best meer konden betalen. 'Eén blik op de winstcijfers is voldoende.'

Het echte schandaal is volgens veel commentatoren echter dat zo weinig bedrijven deelnemen aan het fonds. Van de naar schatting tweeduizend bedrijven die onder de nazi's hun voordeel hebben gedaan met dwangarbeid, hebben pas zeventien betalingen toegezegd. Nog 34 andere willen deelnemen, maar anoniem blijven.

De rest houdt zich schuil. Niet ieder bedrijf heeft belangen in de VS die op het spel staan. Woordvoerders van het fonds hopen echter dat meer bedrijven zich aansluiten, als de juridische garanties op papier staan. Anders is volgens hen het bedrag van vijf miljard mark helemaal niet op te brengen.

De tegenpartij heeft zich in Duitsland echter evenmin geliefd gemaakt. Vooral de agressieve manieren van de advocaten van de joods-Amerikaanse slachtoffers stuit op weerzin. De advocaten hebben niet alleen irreëel hoge bedragen geëist, maar ook in paginagrote krantenadvertenties juist die bedrijven aangevallen, die het fonds hebben opgezet.

Dat zou het antisemitisme in Duitsland wel eens in de hand kunnen werken, waarschuwde bedrijfshistoricus Manfred Pohl. Maar dwangarbeideradvocaat Michael Witti wijst deze verwijten van de hand: 'De bedrijven zijn pas bereid te betalen, als je ze massaal onder druk zet'.

Meer over