Poetry snuffelt aan toneel en proza

Rotterdam‘Je probeert te vertellen hoe het is door iets anders te zeggen.’ Deze ene zin van de Noorse toneelschrijver Jon Fosse maakte dinsdagavond direct duidelijk waarom Poetry International Fosses toneelstuk Ik ben de wind’ had geprogrammeerd....

Op een leeg podium vertelden twee nagenoeg onbeweeglijke mannen over een zeiltocht langs de Noorse scherenkust. Ze spraken zacht, hun handelingen (boot aanleggen, eten maken) benoemden ze alleen. Langzaam werd duidelijk dat een van de mannen bang was om in zee te springen. Een angst die hij op het laatst niet meer kon weerstaan, de ander achterlatend op een boot waarvan deze niet wist hoe die te besturen.

Het publiek luisterde ademloos naar dit even poëtische als beklemmende drama. Bijzonder was ook dat Fosse zelf in de zaal zat én dat het stuk in het Noors gespeeld werd met Engelse en Nederlandse boventiteling.

Later op de avond werd in een speciaal programma over meertaligheid het nieuwste deel van de onvolprezen Pessoa-reeks van de Arbeiderspers gepresenteerd. In Heimwee naar vereeuwiging zijn de Engelse gedichten opgenomen die de in Zuid-Afrika opgegroeide Pessoa schreef voordat hij op het Portugees overstapte.

Humoristische kant
Vertaler Maarten Asscher las D.T. voor, kort voor delirium tremens. Het liet een humoristische kant van Pessoa zien: ‘Dan, alles bijeen,/ Heb ik voor mijn geluk geen woorden,/ Want met een schoen,/ Ik geef het u te doen,/ Zal ik de ware duizendpoot vermoorden -/ Mijn ziel die ooit verdween.’

De discussie over de invloed van proza op poëzie, dit jaar een van de hoofdthema’s, leidde maandagavond tot weinig nieuwe inzichten. Maar het enthousiaste pleidooi van de Peruaanse dichter Carlos López Degregori voor de roman Pedro Páramo van zijn Mexicaanse collega Juan Rulfo maakte veel goed. Het was het ‘zoekende schrijven’ wat hem in dit boek uit 1955 aantrok: ‘Het ontbreken van grenzen zodat je moet zoeken naar wat er gesuggereerd wordt.’

De Deense Ursula Andkjaer Olsen zei het onderscheid proza/poëzie niet echt interessant te vinden. Voor haar telde het verschil tussen verhalend of niet verhalend, waarbij zij de voorkeur gaf aan het laatste, zoals duidelijk werd in het hoorspel Gardensensibilities. De Rotterdamse WORMRADIO-crew had bij haar tekst een ‘muziekachtig stuk’ gemaakt, met daarin een belangrijke rol voor de fluisterende heksenstem van de schrijfster.

Een mooi initiatief, maar voor een hoorspel dat zich als een ‘beminnelijke natuurramp’ had aangekondigd, kende het weinig ontwikkeling. De toehoorder voelde zich als een kabouter in een gevaarlijk overwoekerde tuin, maar na drie kwartier was er nog steeds weinig gevaar te bekennen.

Meer over