Boeken

Podium van Europa is een begeesterend boek over de pioniersjaren van Amsterdamse Schouwburg ★★★★☆

Bevlogen beschrijft cultuurhistoricus Frans Blom het ontstaan van de Amsterdamse Schouwburg. Hij laat zijn lezers het theater meebeleven en toont hoe het zich telkens aanpast aan de tijd.

null Beeld Silvia Celiberti
Beeld Silvia Celiberti

Het plezier spat van de pagina’s in Podium van Europa, over de pioniersjaren van de Amsterdamse Schouwburg. Cultuurhistoricus Frans Blom heet je aan het begin van het boek ‘welkom’, alsof hij op het podium staat. Na afloop gaan we ‘napraten’, zoals in de foyer, wat theaterbezoekers in de coronatijd zo hebben moeten missen. Het ondernemerschap in de zeventiende eeuw kan een inspiratie zijn voor het theater van nu, zo laat dit boek zien.

De opening van de Amsterdamse Schouwburg in 1638 was een knap staaltje cultureel ondernemerschap. Een plek om naar het toneel te kijken, maar ook een theater om te worden gezien. Mede om de verkettering vanuit kerkelijke kringen voor te zijn, gingen de opbrengsten naar liefdadigheid. Het Burgerweeshuis en het Oudemannen- en Vrouwengasthuis werden zelfs investeerders en draaiden deels op de inkomsten van de schouwburg.

Bredero, Hooft en Vondel: het zijn de bekende namen van het toneel die in dit boek veelvuldig aan bod komen. Zo was de Gysbreght van Aemstel van Joost van den Vondel het eerste en succesvolste stuk dat in de Amsterdamse Schouwburg werd gespeeld. Een geschiedenis of ‘oorsprongsmythe’ van de stad Amsterdam, die bijna 1.200 keer werd opgevoerd, in een cyclus van ruim vierhonderd jaar, die doorliep tot 1968.

Prettige verteller

Frans Blom laat je het theater meebeleven; soms bijna letterlijk, als hij stukken bedrijf na bedrijf beschrijft. Dat vraagt veel van de lezer, maar Blom is een prettige verteller. Interessant is ook zijn kwantitatieve benadering, de cijfers over de opbrengsten en de bezoekers van de schouwburg. Welke stukken door de jaren heen werden opgevoerd en wat voor publiek die trokken. Hoe de schouwburg heel verschillende groepen wist te bedienen.

Met enthousiasme vertelt de schrijver over de beroemde stukken die er zijn gespeeld, zoals het wraakspel Titus Andronicus van Shakespeare of de Spaanse liefdeskomedie De Cid (allebei opgevoerd vanaf 1641). Het was niet zozeer Engeland maar vooral Spanje dat de meeste stukken leverde, die voor het Amsterdamse publiek werden bewerkt. Wat opmerkelijk is in de tijd van de Tachtigjarige Oorlog, de opstand tegen Spanje.

null Beeld Silvia Celiberti
Beeld Silvia Celiberti

Bijzonder interessant wordt het wanneer Blom aandacht vraagt voor de vergeten pioniers van het theater. Zoals Jan Vos, een ‘regent’ van de schouwburg. Naar het spektakel en de ‘gruwelscènes’ die hij liet zien kwamen de mensen massaal kijken. Of naar een hilarische klucht als Oene (1642), ‘zo scabreus dat er na de zeventiende eeuw nooit meer plaats voor is geweest’. Over de hitsige Fytje die haar echtgenoot Oene bedriegt.

Deze kluchten waren aantrekkelijke vormen van vermaak, maar hadden soms ook een boodschap. Zoals de ‘droom van Oene’ over de hel (geïnspireerd op Dante), waarin hij stadgenoten tegenkomt uit allerlei beroepsgroepen: advocaten, handelaren, woekeraars, kroegbazen en boekverkopers, die allen in de hel zijn beland vanwege hun dubbele moraal. Zo hield Jan Vos de bezoekers van de klucht een sociale spiegel voor.

Na het rampjaar

Aan deze pionierstijd kwam een einde in het ‘rampjaar’ 1672, toen de Republiek onder de voet werd gelopen door onder meer Franse troepen en de Amsterdamse Schouwburg de deuren moest sluiten. Na de heropening in 1677 was het tijdperk van kwajongens als Jan Vos voorbij en gingen filosofen als Lodewijk Meijer (een leerling van Spinoza) het beleid bepalen. Voor stoutmoedige kluchten als Oene was vanaf toen geen plaats meer.

‘De triomf van het bedrog wordt ingeruild voor de triomf van de beschaving’, stelt Blom met spijt vast. Na de opstand tegen Spanje bleven stukken uit het land van de vijand in Amsterdam populair. Na de Franse overheersing ging de schouwburg op de Franse toer. Geen Jan Vos, maar Molière. Niet de schouwburg van het spektakel, maar van de ‘beschaafde lach’. De kenners die de smaak van het volk gingen bepalen.

In 1638 werd in Amsterdam het woord ‘Schouburg’ voor het eerst gebruikt, als equivalent van het ‘Griekse’ theatron. Blom laat zien hoe het theatergebouw aan de Keizersgracht telkens werd vernieuwd, met wisselende decors en ‘machinerieën’ om spelers hoog door het theater te laten zweven. Ook schrijft hij over de introductie van vrouwelijke acteurs (vrouwenrollen werden lang gespeeld door mannen) en hun invloed op het bezoekersaantal.

null Beeld Silvia Celiberti
Beeld Silvia Celiberti

De schouwburg van Amsterdam had wel degelijk invloed op de verspreiding van toneelstukken, vooral naar de Duitstalige gebieden. De typering ‘podium van Europa’, die Blom eraan geeft, is wel wat veel eer. Het podium van Amsterdam is al heel wat. Het boek is ook een soort cultuurgeschiedenis van de stad, waarbij de besproken toneelstukken iets laten zien van de smaak, fantasieën en gevoeligheden van Amsterdammers in die tijd.

Online database

Blom maakte voor dit boek gebruik van Onstage, de online database voor de schouwburg, die ook op zijn initiatief tot stand is gekomen. Een database die is bedoeld voor onderzoekers, maar waarin iedereen rustig kan grasduinen. Die breder is dan het onderwerp van dit boek, omdat de informatie doorloopt tot in het heden. En die in de toekomst vergelijkend onderzoek mogelijk moet maken met theaters elders in de wereld.

Frans Blom laat tevens zien hoe sommige stukken alle politieke perikelen overleefden, zoals Vondels Gysbreght van Aemstel, dat als gezegd ruim vier eeuwen in de Amsterdamse Schouwburg te zien was. Tot Aktie Tomaat in 1968, het protest van studenten tegen het traditionele toneel. Podium van Europa laat zien hoe de traditie juist inspiratie kan bieden voor vernieuwing. Een begeesterend verhaal door een bevlogen verteller.

null Beeld Querido
Beeld Querido

Frans Blom: Podium van Europa – Creativiteit en ondernemen in de Amsterdamse Schouwburg in de zeventiende eeuw. Querido; 504 pagina’s; € 28,99.

Meer over