PLATEN: POP

Jubilerend Island blikt terug op geboorte ska..

Island 1959-1999. Volume 1. Ska's the Limit. Island 524 393-2.

Island 1959-1999. Volume 2. Rhythm & Blues Beat. Island 524 394-2.

Het Island-label viert zijn veertigjarige jubileum (1959-1999) met een lange reeks heruitgaven, waarvan de eerste twee, ietwat aan de vroege kant, nu al in de winkels liggen.

Ska's the Limit en Rhythm & Blues Beat geven een fraai beeld van het eerste hoofdstuk uit de geschiedenis van het label, de late jaren vijftig en vroege jaren zestig.

Chris Blackwell, de man die Island in 1959 op het eiland Jamaica opzette (vandaar de naam van het label) en drie jaar later naar Engeland verhuisde, stelde de selectie zelf samen.

Het eerste deel, Ska's the Limit, schetst de ontwikkeling van het label, van Boogie in My Bones van Laurel Aitken, de nog altijd actieve godfather van de ska.

De vroegste stukken klinken nog als een exotische rhythm 'n blues-variant. Pas zo'n drie jaar na de eerste releases klinken in Forward March van Derrick Morgan de eerste stijlkenmerken (het huppelende ritme) van de ska-sound. Het bekendste nummer van deze fraai vormgegeven compilatie is Millie Smalls' My Boy Lollipop, dat met zijn zeven miljoen verkochte exemplaren in die eerste jaren verreweg de grootste hit was van Island.

Het tweede deel Rhythm & Blues Beat is minstens zo spannend, en toont de veelzijdigheid van Blackwell, die hier onder meer te horen is als producer van The Spencer Davis Group, met de jonge Stevie Winwood als zanger en Hammond-organist. Gimme Some Lovin', een van de (nog altijd steengoeie) klassiekers van het sixties-repertoire, staat op deze verzameling zij aan zij met hits als Harlem Shuffle (Bob & Earl), Isrealites (Desmond Dekker) en werk van onder anderen The Skatalites en The Wailers.

Een fraai document, dat doet uitzien naar de volgende delen.

Junkie XL: Saturday Teenage Kick. Medcom.

Een stevige impuls voor het big beat-genre: Saturday Teenage Kick van Junkie XL. De Amsterdamse groep van Tom Holkenborg imponeert met een debuutalbum dat de speakers uit dendert. Holkenborg, onder meer bekend van de industriële rockgroep Nerve, maakte internationaal naam als producer en remixer van rock- en metalbands als Kong, Fear Factory en Dog Eat Dog. Ditmaal heeft hij al zijn productionele kwaliteiten ingezet voor een album dat zich kan meten met het beste wat tot nu toe in dit genre verschenen is.

Holkenborg komt niet uit de dance, maar belandde vanuit de rock in het crossover-gebied. En dat is te horen ook. Heavy gitaar-riffs en snoeiharde beats domineren het klankbeeld, zodat elk nummer door een dwingende puls wordt voortgestuwd. Holkenborg heeft zich verzekerd van enkele muzikale troeven: gitarist Dino Cazares (Fear Factory) en Urban Dance Squad-frontman Rude Boy, die goed uit de voeten kan in dit nieuwe territorium, en raps leverde voor een groot aantal stukken op de plaat.

De vergelijking met Prodigy of Chemical Brothers ligt voor de hand, maar Junkie XL blijft nergens steken in epigonisme. Dat komt nog niet eens zo goed naar voren in de single Billy Club (wel een van de pakkendste tracks), maar vooral in uitschieters als Saturday Teenage Kick, een puur rocknummer met dansbeat en rap, en het meeslepende Metrolike, dat is voorzien van een diep zuigende groove.

Volgende maand begint Junkie XL aan een uitgebreide tournee door het clubcircuit.

Aphex Twin: Come to daddy. WArp WAP94CDX.

Autechre: Cichlisuite. Warp 96 CD.

Richard D. James, het enfant terrible van de Engelse elektronische muziek, goot de nieuwe Aphex Twin-single Come to Daddy in de vorm van een acht nummers tellende ep. De eerste, zwaar overstuurde versie van het titelnummer klinkt als een parodie op The Prodigy, zeker als James ook nog een punky 'zangstem' inzet.

Wat volgt is een chaotische muzikale reis langs verraderlijk lieflijke Aphex Twin-melodietjes, drum 'n bass en nog een handvol andere genres, alle voorzien van James' onmiskenbare handtekening.

Labelgenoot Autechre volgt een iets minder grillige koers, maar toont zich met de mini-cd Cichlisuite weer goed op dreef. De zes nummers van deze 'suite' zijn iets minder abstract dan de muziek op het eerder dit jaar verschenen Autechre-album Chiastic Slide.

Hardfloor: The Best of. EyeQ CD15.

Het Duitse Hardfloor werd bekend met een heftige, bijzonder effectieve acid-sound. Twee overstuurde 303-synthesizers vormen de basis voor de Hardfloor-stijl, die op de dubbel-cd The Best of is onderverdeeld in remixes (onder andere van Mory Kante's Yeke Yeke) en eigen werk. De afsluiter van de cd Acperience, dat de blauwdruk vormde voor het repertoire van de groep, blijft onovertroffen.

Various: Advanced Techniques no 1. 04 Input CD.

Various: Advanced Technologies of Amsterdam. 02 Input CD.

Input is een nieuw Amsterdams/Londens label, dat zich specialiseert in acid-techno-trance. De eerste, in verzorgde hoesjes gestoken cd's, geven een goed beeld van de richting die Input vertegenwoordigt. Advanced Techniques no 1 is een mix-cd van de Liberator-dj's, met een strakke set harde techno.

Advanced Technologies of Amsterdam is een verzameling minder bekende Amsterdamse trance-producties, waarvan de kwaliteit onverwacht hoog blijkt. Met onder anderen de van de Mazzo bekende Synchro, Da Brotha's T en Blacklight, die indruk maakt met het fraai geproduceerde Radar.

Gert van Veen

Meer over