PLATEN: Pop

Brokstukken krijgen samenhang bij Primal Scream..

Primal Scream: Vanishing Point. Creation SCR 487538-2.

Primal Scream, het Engelse gezelschap rond zanger Bobby Gillespie, dat zich opvallend stil hield gedurende de opkomst van de Britpop, keert terug met een plaat die vriend en vijand op het verkeerde been zet. De betiteling 'psychedelicdubdancepop' waarmee platenmaatschappij Sony Vanishing Point in een advertentie aanprijst, is een aardige gooi in de richting van het benoemen van de muziek, al zou er met een gerust hart nog 'countryrocksoulambienttriphopetcetera' aan kunnen worden toegevoegd.

Na het album Give out but don't give up uit 1994, waarop Primal Scream zich met een repertoire van retro-boogie en -rock ontpopte als een jaren negentig-versie van The Rolling Stones, heeft de groep die richting voor een groot deel weer achter zich gelaten, al vormt een track als Medication nog een laatste aanknopingspunt met de voorganger. Het nummer wordt gevolgd door een grappig zwalkende cover van Hawkwinds Motörhead, maar deze twee songs behoren tot de zeldzame momenten dat Primal Scream even onbekommerd doorstoomt.

De groep experimenteert naar hartelust in de meest uiteenlopende richtingen, van psychedelische rock (het openingsnummer Burning Wheel) tot trip hop-achtige filmmuziek (het tweede nummer Get Duffy en Trainspotting). Het duistere, meeslepende Kowalski is geïnspireerd op de film Vanishing Point (1971), waaraan het album bovendien zijn titel ontleent. Zo laten de elf tracks zich eigenlijk ook het best beluisteren: als de soundtrack van een roadmovie.

De muziek roept krachtige beelden op, het broeierige songmateriaal is afwisselend, en steeds even overtuigend. Het neemt de luisteraar mee op een lange reis door een vreemde, bedwelmende wereld. Primal Scream heeft met Vanishing Point alles uit de kast gehaald, en is er in geslaagd om uit een hele stapel muzikale brokstukken een fraai coherent album te brouwen.

John Lydon: Psycho Path. Virgin Records America CDVUS 130.

Een grote mond zal hij altijd houden, maar heeft John Lydon ook muzikaal nog iets te melden? Een jaar na de eenmalige Sex Pistols-reünie, presenteert het boegbeeld van de seventies-punk zijn eerste solo-album.

Die plaat valt niet mee. Grootste probleem is dat Lydon, als hij het op zijn heupen heeft, wel kan overtuigen als vocalist, maar dan alleen als de muzikale omlijsting van zijn huilerige, penetrante stem echt heel sterk is. John Lydon zelf (bijgestaan door Martin Lydon en Mark Saunders) is niet in staat zo'n instrumentatie te leveren. De songs houden niet over, de arrangementen zijn zelfs uitgesproken zwak. Veel te keurig en steriel.

Het voornamelijk elektronische instrumentarium wordt pas in het laatste deel van het album effectief aangewend, zij het dat Lydon hier wel de hulp inroept van anderen: producer Moby (Grave Ride), Danny Saber (Stump) en Leftfield, dat met het al in 1993 verschenen Open Up Lydon introduceerde in de wereld van de elektronische dansmuziek. Open Up, een gepeperd mengsel van heftige beats en Lydons snerende stem, is ook verreweg het beste nummer op de plaat. Sterker nog: het is de enige track die echt goed is.

Todd Terry: Ready for a New Day. Manifesto 536 076-2.

Todd Terry is een legende. De NewYorkse house-producer, die al vanaf 1988 (het klassieke Can You Party) een hele reeks club- en radiohits op zijn naam zette, en geldt als een van de belangrijkste pioniers van de huidige clubsound, heeft in zijn muziek altijd twee gezichten laten zien. Hij is een meester in het produceren van abstracte collages en grooves, waarin een paar pakkende (sample-)fragmenten zijn verwerkt, maar daarnaast schrijft hij af en toe ook 'echte' liedjes.

Beide richtingen zijn vertegenwoordigd op Ready for a New Day. De instrumentale tracks zijn degelijke, zij het wat routineus klinkende Terry-stampers, die vooral lijken bedoeld als intermezzo voor de troeven die hij inzet: een hele serie vocale danstracks, met bijdragen van ondermeer Martha Wash, Jocelyn Brown en Bernard Fowler. Het resultaat valt het best te omschrijven als neo-disco.

Niet al het materiaal is even goed, en soms overheerst het retro-gevoel wel erg sterk, maar op zijn beste momenten schudt Terry toch weer een paar lekkere tracks uit zijn mouw. Martha Wash en Jocelyn Brown zijn sterke vocalisten die zelfs in middelmatige tracks nog het onderste uit de kan halen.

Various: 10 Days of Techno. PIAS 213.0041.23

Zaterdag begint '10 days of techno', een tiendaags festival, dat samenvalt met de traditionele Gentse feesten in België. De grootste, nieuwste en interessantste namen zijn uitgenodigd voor dit festijn, waarvan de naam de lading inmiddels al lang niet meer dekt. Behalve techno bieden de '10 days' ook trip hop, chemical beats en drum 'n bass: een veelzijdige aanpak, die terug te horen is op de dubbel-cd 10 Days of Techno, met bijdragen van een aantal artiesten die in Gent zullen aantreden.

Pure, minimale techno (Plastikman, Laurent Garnier, Slam, Dave Clarke) staat naast drum 'n bass (Boymerang, LTJ Bukem, Squarepusher) en zo ongeveer alles wat daar tussen in ligt, inclusief bijdragen van het Franse Motorbass, Kenny Larkin, Speedy J, Jedi Knights, Ken Ishii en Death In Vegas. Wat vooral duidelijk wordt is dat de stijlen dan wel ver uit elkaar gegroeid zijn, maar dat in alle richtingen veel goede muziek wordt geproduceerd. Een sterke selectie, die de luisteraar in één klap op de hoogte brengt van wat er het afgelopen jaar zoal opborrelde uit de underground.

Gert van Veen

Meer over