PLATEN: KLASSIEK

Austbo op excursie door Messiaens vogelparadijzen..

Messiaen: Petites esquisses en Catalogue d'oiseaux. Hakon Austb, piano. Naxos 8553532-34 (3 cd's).

De pianist Hakon Austb is een geweldige Messiaenvertolker, maar er zijn maar weinigen die dat weten, behalve misschien degenen die zijn uitvoering kennen van de Vingt regards sur l'enfant Jésus op het budget-label Naxos.

Austb, een Noor die in Nederland woont, speelt dezelfde cyclus dinsdag in Utrecht, en er is reden om daar veel van te verwachten. Austb heeft zich bij het doorgronden van de finesses van Messiaens piano-oeuvre lang geleden laten bijstaan door Messiaen en zijn eerste vertolkster, de pianiste Yvonne Loriod. Zijn voordracht - contrastrijker dan die van Loriod - maakt duidelijk dat Austb het niet bij navolging laat, maar er een eigen, geprononceerde visie op na houdt.

Even belangwekkend is het resultaat van Austb's excursie door Messiaens vogelreservaten, getiteld Catalogue d'oiseaux en Esquisses d'oiseaux. Zeker als je bedenkt dat het hier om een van de meest problematische onderdelen gaat van Messiaens oeuvre.

Messiaens grootste opgave was 'de eeuwigheid op muziek te zetten', en daarin is Messiaen vaak een heel eind gekomen, vooral wanneer hij er het middel toe inzette (zoals in de Vingt regards) van een sublieme, doorschijnende akkoordiek. Nog subliemer werd het toen Messiaen impressies van vogelzang in zijn muziek begon te vlechten, zoals bij de viool en de klarinet in de opening van zijn Quatuor pour la fin du temps uit 1941. In de gestileerde vogelzang van de piano in het tweede deel van de liedcyclus Harawi (1945) toont de componist-ornitholoog zich dronken van extase.

De vogelliefde liep vervolgens enigszins uit de hand. Messiaen beschouwde de avifauna als een arsenaal van uniek talent. Hij besefte dat de kunst van de vogelen des velds grote opofferingen van hem eiste ('om vier uur op, lange marsen, verre reizen'), en trok wanneer hij kon erop uit met potlood en muziekpapier. Zijn eerste vogelportret schreef hij in 1951 voor fluit en piano, Le merle noir. Daarna bracht Messiaen volières bij elkaar in werken voor piano en orkest als Réveil des oiseaux en Oiseaux exotiques.

Messiaen zegde de style oiseau niet meer vaarwel. Van alle elementen die in zijn toontaal zijn opgegaan (eigen toonschalen, hindoestaanse metrums), is zijn vertaling van de vogelkunst het meest herkenbaar Messiaens - maar ook het ongrijpbaarst. In het ensemblestuk Couleurs de la cité celeste (1963) bestaat het vogelkoor uit 21 soorten. Een veelvoud is op zeventig notenbalken aan het woord in de vogelpreek van de opera Saint François d'Assise. De beste manier om deze fenomenale kwetterdeliria te doorstaan, is ze te beluisteren als omgevingsgeluid bij de elementen die harmonisch en ritmisch meer aanknopingspunten bieden.

Weer een nuance anders ligt het bij de Franse vogelportretten die Messiaen tussen 1956 en 1958 te boek stelde in zijn pianowerk Catalogue d'oiseaux. Hier zijn, zeven tot dertig minuten lang, de wielewaal, de rietfluiter of de karekiet consequent het middelpunt. Andere vogelindividuen en ongevederde diersoorten doen in de muzikale leefomgeving ook hun zegje - het zijn voorbeelden van ecologisch geïnspireerde toonkunst.

Het bezwaar dat de micro-intervallen van het vogelgefluit nauwelijks te realiseren zijn met gewone instrumenten, pareerde Messiaen met oplossingen die een soort methode zouden worden: mini-toontrapjes in de vogelzang worden halve-toonsafstanden op de piano. Sprongetjes in de vogelmelodie worden, naar dezelfde formule, reuzensprongen. Als vanzelf daveren in het roodborstje diepere tenortonen mee.

Gevoegd bij de vermetele ritmiek, en bij de 'kleurende' harmonieën waarmee Messiaen het pianotimbre naar de vogelstem tracht te modelleren, ontstaat er paradoxaal genoeg een klankwereld die alleen in de verte nog met vogels, en verder alles met Messiaen te maken heeft (en in Le traquet stapazin een klein beetje met Ellington en Tristano).

Het is een klankwereld die even sterk intrigeert als die van Stockhausens Klavierstücke, en voor de pianist even lastig is te doorkruisen. Austb lijkt dat met het grootste gemak te doen, scheidt hoofdzaak van bijzaak, voorgrond van achtergrond, steekt met Le rousserolle effarvatte dertig minuten lang het hele zwerk over, en geeft de sonore mogelijkheden van de piano en passant een sterk profiel.

Messiaen: Harawi. Judith Vindevogel en Alain Franco. Walpurgis/Vox Temporis 92033.

Uit België komt een prachtige uitvoering van Messiaens 'lied van de liefde en de dood' Harawi door de sopraan Judith Vindevogel en de pianist Alain Franco. Een uitgave die in het geweld van het grote platenaanbod een tijdje verscholen bleef. Vindevogel, die in een Salzburgs-Brusselse opvoering van Mozarts Zauberflöte furore maakte als een miniatuur-Papagena met een ongewoon indringende sopraanstem, bewijst zich met haar lenige, nauwelijks vibrerende naturelgeluid ook als een Messiaenvertolkster van aparte betekenis. De spontaniteit van deze uitvoering kan alleen maar het resultaat zijn van diepgaande studie. Het samenspel van stem en piano is exemplarisch.

Messiaen: Quatuor pour la fin du temps. Sjostakovitsj: Pianotrio nr 2. Joshua Bell e.a. Decca 452899.

Minder exemplarisch is de inspeling van het Quatuor pour la fin du temps door Olli Mustonen, Joshua Bell, Steven Isserlis en Michael Collins. De uitvoering is weinig geladen, en haalt het niet bij de lezing van Michel Béroff, Erich Gruenberg, William Pleeth en Gervase de Peyer, noch bij die van Reinbert de Leeuws Rondom Kwartet.

Roland de Beer

Meer over