PLATEN: KLASSIEK

Musique humanitaire van Liszt. Gregorio Nardi, piano. Phoenix 97312. Inl.: Via delle Pinzochere 3, 50122 Firenze, Italië...

Wat zou er van Gregorio Nardi zijn geworden, als hij die ene vinger op dat ene moment niet op de verkeerde toets had gezet? Zoveel is zeker: Gregorio Nardi, de Italiaanse pianist die elf jaar geleden de hoofdprijs van het eerste Internationale Franz Liszt-concours in Utrecht misliep door in de finale de kluts kwijt te raken in een simpele passage, speelt nog steeds prachtig piano.

Het was een akelig concourstafereel: Nardi, die als favoriet aan de finale begon, moest een kleine geheugenstoornis in Liszts Sonnetto 104 del Petrarca ernstig bezuren. De Nederlander Martijn van den Hoek won. De jonge Nardi, bewierookt om zijn 'filosofisch' getinte uitvoeringen van lastig werk als de Fantasie en fuga over BACH en de etude Chasse-neige, reisde met een plunjezak vol aanmoedigingen terug naar Florence. Hij was de eerste van een reeks Italiaanse ontdekkingen in het Utrechtse concours. Enrico Pace en Igor Roma zouden hem volgen.

Nardi heeft intussen in twaalf landen opgetreden. Hij is van Griekenland tot Zweden op de radio geweest, heeft composities in première gebracht die aan hem werden opgedragen, en nam in 1990 een Liszt-cd op die The Gramophone tot 'de beste van het jaar' rekende. Tot een grote doorbraak heeft het niet geleid.

Opnieuw heeft Nardi zich tot Liszt gewend. Tot Abbé Liszt ditmaal: op het kleine Italiaanse label Phoenix heeft hij een selectie bijeengebracht van pianowerken uit een interessante maar impopulaire categorie, die zich laat omschrijven als religieus of meditatief werk.

Een vreemd genre voor pianisten. Religieus pianowerk - het zou pas in het tijdperk-Messiaen acceptatie vinden. Franz Liszt ontwikkelde de eerste specimina al in zijn jonge jaren, rond 1834. Hij keerde er op zijn oude dag met opmerkelijke overgave naar terug, en wie Nardi's geconcentreerde, inderdaad buitengewoon 'meditatieve' uitvoering hoort van het vijftiendelige Via Crucis, zal inzien dat hier de essenties van Liszts kunstenaarschap bijeenkomen.

Liszts muzikale schildering van Jezus' kruisgang, dood en graflegging, neergezet in een esthetiek van uiterste soberheid (een eenvoud die een dramatische forte-expansie nu en dan niet in de weg staat), heeft bij ons bekendheid dankzij de versie die Reinbert de Leeuw heeft uitgevoerd met het Nederlands Kamerkoor.

De tekstloze pianoversie, nog onthechter, blijkt minstens zo effectief. Zeker wanneer Nardi ermee aan de slag gaat. De Italiaan heeft een scherp oor voor de bedachtzame cadans en voor harmonische zweving van deze muziek, en voor de merites van de subtiele boventooneffecten die Liszt erop loslaat.

Op het eerste gezicht vormen ze een allegaartje, de stukken die Nardi op deze cd bij elkaar heeft gezet. De quasi-naïeve Invocation uit 1834, eerste deel van een vroege versie van de bundel Harmonies poétiques et réligieuses, staat broederlijk naast pianoparafraseringen van Schubertliederen zoals de Litanei en de Hymne 'dem Unendlichen'.

De plaat opent met een eenvoudige paashymne van een zekere Eduard Lassen, die door Liszt in 1879 als het ware in een nieuwe muzikale lijst is gezet. Maar tezamen vormen ze, naar de geest en muzikaal-esthetisch, een constante in het werk van Liszt - wiens gedachten over de Zukünftige Kirchenmusik het ideaal van de oecumene al ruimschoots ontstegen voor dat woord überhaupt bestond. Het navrantst klinkt hij wanneer zijn meditaties over andere muziek gaan, zoals in de Bach-koralen die hij citeert, aarzelend en stamelend, in de zesde en twaalfde kruiswegstatie.

Dat Nardi ook de virtuoze Liszt niet verleerd is, blijkt uit zijn uitvoering van de complexe Bachparafrase die Liszt neerschreef onder de titel Variationen über das Thema 'Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen'. Het zal niet meevallen deze opmerkelijke cd te pakken te krijgen. Phoenix wordt in Nederland niet geïmporteerd. Het handigst, voorlopig, is een briefje naar Italië.

Werken voor cello en piano van Chopin, Fauré en Poulenc, door Pieter Wispelwey en Paolo Giacometti. Channel Classics 10797.

Dat de uitslag van een concours niet alles zegt over de perspectieven van winnaars en slachtoffers, blijkt uit het carrièreverloop van Pieter Wispelwey. Kort nadat hij eruit vloog in de voorronden van een internationaal concours in Scheveningen, nam de cellist de Nederlandse Muziekprijs in ontvangst, en sindsdien spoedt hij zich vrolijk van het ene podium naar de andere cd-opname.

Met de pianist Paolo Giacometti, een leerling van Jan Wijn, vormt de cellistische alleskunner een duo van uitzonderlijk niveau. Chopins monumentale cellosonate (een stiefkindje in Chopins oeuvre) krijgt een even flamboyante vertolking als de neo-sonate die Poulenc een eeuw later componeerde. Drie afzonderlijke stukken van Fauré - de Elegie, de Romance en het Pièce - blijken, bij elkaar gezet, op hun beurt verrassend genoeg ook een sonate te vormen.

Roland de Beer

Meer over