PLATEN: JAZZ

Bheki Mseleku blijmoedig en sereen..

Bheki Mseleku: Beauty Of Sunrise. Verve 314 531 868-2.

Hij komt oorspronkelijk uit Zuid-Afrika, maar omdat hij zijn achtergrond niet zo nadrukkelijk in zijn muziek verwerkt als bijvoorbeeld Abdullah Ibrahim of Hugh Masekela, is pianist Bheki Mseleku niet zo makkelijk te plaatsen. De Afrikaanse invloeden klinken in z'n spel en composities door via de omweg van de Amerikaanse jazz, en dan met name de experimenten met polyritmiek en niet-Westerse tonaliteit van het beroemde John Coltrane Kwartet.

De hypnotiserende ritmische figuren, die zich in twee richtingen tegelijk schijnen te bewegen, het vraag- en antwoordspel tussen solist en begeleiders en een voorkeur voor simpele, volks aandoende melodieën - het zijn elementen uit het moederland die Mseleku moeten hebben aangesproken en geïnspireerd.

Een tijdlang kon hij zich ook moeilijk losmaken van de manier waarop de pianist van dat kwartet, McCoy Tyner, die elementen verwerkte tot een spanningsveld van dreunende vamps en romantische klateringen. Hoewel de verwantschap nog steeds hoorbaar is, en Mseleku zich op deze cd laat bijstaan door Coltranes drummer Elvin Jones en zijn eveneens tenorsax spelende zoon Ravi, is er zeker geen sprake van slaafse navolging.

De Zuidafrikaan is een interessanter en veelzijdiger componist dan Tyner. Dat hoor je in de solo's, die sneller en met meer gevoel voor de juiste noot op hun doel afgaan, en kleine verhaaltjes bevatten in plaats van langdurige lyrische uitbarstingen. En natuurlijk blijkt dat uit de stukken zelf, die variëren van een compact Afrocaribisch thema als AJA, propvol informatie, tot een langzaam naar het licht opstijgende, dromerige ballad als Nearer Awakening.

Trompettist en bugelspeler Graham Haynes schittert hier, en blijkt ook elders de serene, blijmoedige sfeer en exotische ritmiek goed aan te voelen. Tyner duikt overigens nog even op onder zijn Moslim-naam, in het spirituele eerbetoon Sulaiman Saud.

Geri Allen: Eyes. . . In The Back Of Your Head. Blue Note 7243 8 38297 2 9.

Net als Ornette Coleman laat de Amerikaanse pianiste Geri Allen sfeer en melodische ontwikkeling zwaarder wegen dan een vooraf geplande structuur. Zoals de titel van haar jongste cd al aangeeft, heeft ze een intuïtieve aanpak, die wel eens tot wolligheid leidt, maar met sterke uitgangspunten en medespelers tot indringende, ver boven technische aspecten uitstijgende muziek.

Eyes. . . bestaat grotendeels uit een serie solo's, duetten en trio-opnamen met de ongebruikelijke bezetting van piano, trompet en percussie. Die karige omlijsting heeft haar wellicht aangezet tot precisie en puntigheid bij het uitwerken van de thema's. Ze verkent een groot aantal stemmingen: Mother Wit is aards en warm, door de trommels van Cyro Baptista van een stevige hartslag voorzien, en New Eyes Opening, een pianosolo, is een welkomstlied voor haar pasgeboren zoon, vol onschuld en verwondering.

De vader van het kind, trompettist Wallace Roney, komt in deze intieme omgeving beter tot zijn recht dan ooit. Zonder maniertjes, met een ravissante toon en notenkeuze vult hij de klankgedichten van zijn echtgenote aan. Allen ontlokt ook zeer expressieve klanken aan de synthesizer en het binnenwerk van de vleugel, en voert de meest extatische gesprekken op de cd in twee duetten met de altsax van Ornette Coleman.

Matthew Shipp 'String' Trio: By The Law Of Music. hat ART CD 6200.

Ook bij Matthew Shipp is muziek een spirituele aangelegenheid, een voertuig voor introspectie en extase. Zijn bekendste werkgevers, de hemelbestormende tenoren Charles Gayle en David S. Ware, proberen die te bereiken door de poorten van de ziel wijd open te gooien en ongebreideld te loeien. Misschien ligt het voor een deel aan Shipps instrument, maar zijn pianoverkenningen gaan op een intellectuelere, meer gestructureerde manier te werk.

Deze cd moet opgevat worden als een suite waarin simpel basismateriaal onderworpen wordt aan eindeloze herschikkingen, vaak gelijktijdig, wat de muziek een enorme dichtheid geeft.

Ritme en melodie zijn wel aanwezig maar sterk verbrokkeld, in opeenstapelingen van korte aanduidingen. De improvisaties zijn dus semi-abstract, maar zeker niet vrij. William Parker, min of meer Shipps vaste bassist, volgt hem op de voet. Violist Mat Maneri is net als zijn vader, rietblazer Joe Maneri, gefascineerd door microtonaliteit, zodat hij tussen Shipps noten door glijdt en kronkelt, wat soms enigszins vloekt met het 'wohltemperierte Klavier', maar vaak ook intrigerende nieuwe klankcombinaties oplevert.

Frank van Herk

Meer over