Platen: Jazz

Palatino varieert op melodische weelde in boeiende Eurojazz Palatino: Tempo. Label Bleu LBLC 6605 HM 83. Distributie: Choice Music...

Het valt steeds sterker op dat Europese jazz geregeld frisser en verrassender klinkt dan Amerikaanse. Nederlandse jongeren worden op nieuwe manieren geïnspireerd door de traditie, maar ook uit Frankrijk en Italië komt veel begerenswaardigs. Inheemse volksmuziek wordt op jazzwortels geënt, en een klassieke, kamermuziek-achtige aanpak laat het onderscheid tussen solist en begeleiders vervagen, zodat alle instrumenten creatief bijdragen aan het totaal. Het internationale collectief Palatino, bestaande uit trompettist Paolo Fresu, trombonist Glenn Ferris, bassist Michel Benita en slagwerker Aldo Romano, heeft duidelijk naar voorbeelden uit de Verenigde Staten geluisterd, en Fresu heeft veel van Miles Davis in de kast staan, maar dat was slechts het uitgangspunt voor een geheel eigen, luchtige en dansante stijl, die vooral blijft boeien en behagen door de weelde aan prachtige melodieën. Die melodieën staan ver van de blues en Amerikaanse songs af, maar ze worden zo goed aangevoeld dat ze niet alleen de thema's vormen, maar ook de organisch eruit opbloeiende variaties. Michel Portal: Dockings. Label Bleu LBLC 6604 HM 83. Distributie: Choice Music. De mooiste jazz-cd sinds tijden is ook gemaakt door een internationaal gezelschap, door Fransen gedomineerd. Portal is een rietblazer die zich specialiseert in de bas- en besklarinet, en ook af en toe de bandoneon ter hand neemt. Hij is tevens actief in de hedendaags-klassieke praktijk, en zijn instrumentaal meesterschap is onmiskenbaar. Toch gaat het ook hier om groepsmuziek uit één stuk, waarin alle partijen, soms in verschillende maat- en toonsoorten, gelijktijdig bouwen aan een kunstige structuur, die op elk nummer weer op andere vondsten steunt. Dat een van die nummers Dolphy heet, is veelzeggend: diens basklarinet was hoorbaar een inspiratiebron, en het ensemblespel gaat met Franse zwier verder waar diens Out To Lunch ophield. Steve Swallow en Bruno Chevillon, op elektrische en akoestische bas, verzorgen een breed en rijk geschakeerd fundament, pianist Bojan Zulfikarpasic en trompettist Markus Stockhausen sluiten er naadloos op aan, en Joey Baron is zo'n drummer die niet hoeft te soleren omdat hij als teamspeler al voortdurend vernuftige patronen creëert. Bobby Hutcherson: Skyline. Verve 559 616-2. Vibrafonist Bobby Hutcherson behoorde halverwege de jaren zestig tot de gematigde avant-garde die opnam voor het label Blue Note, en die nieuwe spelregels bedacht voor de improvisatie in plaats van alle afspraken te schrappen. Na zijn werk met Eric Dolphy, Sam Rivers en Andrew Hill werd hij beschouwd als mogelijk de belangrijkste man op vibrafoon sinds Milt Jackson. Die belofte heeft Hutcherson zelden ingelost, bij hem hield je altijd het gevoel dat er veel meer in zat dan er uit kwam. Op zijn nieuwste cd, de eerste voor Verve, lijkt het vooral de fantasieloze context te zijn die de creativiteit aan banden legt. Begeleid maar niet uitgedaagd door een competent kwartet maakt hij van wat standards plus weinig opmerkelijke eigen composities een wel aangenaam werkstuk, dat echter te weinig opvalt in de bakken vol met Amerikaanse doorsnee-jazz. Steve Turre: Lotus Flower. Verve 559 787-2. Als instrumentalist is Turre niet zo briljant als Hutcherson, hij is gewoon een goede trombonist met een vol, warm geluid. Dat hij veel Latin door zijn hardbop strooit, is op zich ook niet bijzonder. Dat hij toch heel leuke cd's maakt, is te danken aan de achtergronden die hij ontwerpt. Dit keer vult hij de traditionele ritmesectie aan met een violiste en een celliste, Regina Carter en Akua Dixon. De strijkers dienen niet als overbodige fondantlaag, ze swingen overtuigend mee en soleren met pit. Vindingrijke arrangementen geven vaak een breed, orkestraal geluid, zoals in het Ellingtoniaanse The Fragrance of Love, een hemelbed van akkoorden waarin Turre stijlvast de plunger mute laat spreken. Uit de titels en het cd-boekje waait een hippie-achtige spiritualiteit je tegemoet, en de sfeer is dan ook blijmoedig en positief. Het meest ontroerende stuk is echter het meest tragische: de kleine suite The Inflated Tear van Turres voormalige werkgever, Rahsaan Roland Kirk, die daarmee in klanken wilde vatten hoe het voelde om blind te worden.

Meer over