Plaatsen van herinnering Nederland in de 17e en 18e eeuw

Op schoolreis door de geschiedenis

Thom¿se P.F.

Een populaire opvatting is dat de geschiedenis ons veel kan leren. Het verleden als een schatkamer van Voorbeeldige Levens, een verkleedkist waarin men naar hartelust kan wroeten tot men de pet van zijn gading heeft gevonden. Een historische rechtvaardiging verschaft het handelen als bij toverslag een soort heiligheid. Simpele geesten met ambitie schermen dan ook graag met De Geschiedenis, als betrof het hier een onwankelbare autoriteit die elke tegenspraak bij voorbaat in het verdachtenhoekje plaatst.

Het wekt dan ook geen verbazing dat de geschiedenis weer helemaal terug is. De verwarring is immers groot. Een paar jaar terug, maar een eeuwigheid geleden, was het nog anders. Toen blonk de toekomst ons zo high-tech tegemoet dat onze ouwe grauwe geschiedenis daarbij muf en mottig afstak als een uitdragerij die allang niet meer wordt gelucht. Maar de toekomst blinkt niet meer als tevoren, de torens van onze hoogmoed donderen om waar we bijstaan, dat heeft iedereen op de televisie kunnen zien, het getal van het beest luidt voortaan Nine-Eleven, vandaar dat we massaal in die oude uitdragerij zijn gedoken om ons te wapenen tegen onze eigen angst.

Vriend en vijand verdringen elkaar om hun eigen gelijk tevoorschijn te vissen tussen de afgedankte oude troep.

Zelfs het meelijwekkende Nederland maakt zich op om zich te tooien als een Historische Natie, dit onder de zelfbenoemde leiding van allerlei Krachtige Geesten die het anders slecht met 'ons' zien aflopen. Een Historische Canon moet er komen, een Museum voor Nationale Geschiedenis. En natuurlijk standbeelden, hele mooie grote zware standbeelden die niet kunnen omvallen. De Geschiedenis als ijkpunt om uit te maken wie 'wij' zijn en wie 'zij' - daar komt het toch altijd weer op neer.

We leven in anti-intellectuele tijden, waar vragen 'uit' zijn en antwoorden 'in'. Een debat wordt hier in het laagland gewonnen door eenvoudigweg steeds harder te gaan praten. Intimidatie in plaats van argumenten, waarbij de Geschiedenis en God iets hards vormen waarmee geslagen kan worden. Geweld is trouwens ook weer helemaal in als methodiek om de ander te helpen overtuigen. Een welgemikte trap tegen hun bek en ze praten wel anders!

Het is altijd weer even schrikken als ik ergens lees dat we best trots mogen zijn op ons verleden. Want dan denk ik meteen: wie zijn 'we'? Historisch chauvinisme dient toch in de eerste plaats om onwelgevallige elementen buiten te sluiten. De geschiedenis van maatschappijen is de geschiedenis van grenzen. Van de ene kant van de streep en de andere. Van binnenland en buitenland, van taal en dialect. Van rangen en standen, van groepen en facties. Van alle mogelijke soorten en maten dus.

In hoeverre ben je historisch gezien 'wij'? Wanneer verander je in 'zij'? Als je stamboom naar Duitsland of Frankrijk afbuigt? Of naar Polen? Of naar Marokko? Hoever ga je terug en waarheen ga je terug? Tot in de naamloze modder? Waar in de geschiedenis vind je jezelf? En waar vind je jezelf niet meer terug? Identiteit zegt vooral iets over degenen die er niet onder vallen. Wie een nationale identiteit verlangt, verlangt een uitsluitingscriterium. Dit zijn we, maar dat zijn we niet.

In die zin bestaat een veronderstelde Nationale Geschiedenis uit kernmomenten waarbij die uitsluiting zichtbaar wordt. De hoogtepunten van een rechtgeaarde vaderlandse geschiedenis zijn daarom altijd conflicten waarbij het foute wordt verslagen en het goede zegeviert. Waarbij we het foute achter ons laten en het goede als een trofee meenemen naar de toekomst. Die trofeeën moeten dan worden uitgestald in het Museum voor Nationale Geschiedenis. Het wordt daarmee een Museum voor Nationale Eigenschappen. Tolerantie (nee, geen onverschilligheid). Onverzettelijkheid (nee, geen rechtlijnigheid). Handelsgeest (nee, geen opportunisme). De gelijkheidsgedachte (nee, geen afgunst). Onafhankelijkheid (nee, geen vrijblijvendheid) en Vrijheidsliefde (nee, geen vluchtgedrag). Noem ze m

aar op. Ik weet er nog wel een paar. En die vermaledijde hoofddoekjes gebruiken we als poetslappen om de vitrines mooi te laten glimmen.

Het is daarom oppassen geblazen als er weer eens iets Vaderlands wordt ondernomen. Landgenoten, weest waakzaam!, zou ik in dit verband willen opmerken. Ze willen ons weer eens komen vertellen wie wij zijn en wie wij niet zijn.

Dus toen ik vernam van het project Plaatsen van herinnering werd ik niet meteen per se erg vrolijk. Alleen de titel al, ontleend aan dat zware Franse begrip lieu de mémoire.

Gedenkplaats, plaats om te herdenken. Je ziet de tricolore al wapperen, de militairen hun saluutschoten lossen. Niet iets waarvan je denkt: gut, dat zouden wij Nederlanders ook eens wat vaker moeten doen.

Maar deze bezwaren vallen meteen weg als je gaat zitten bladeren, lezen, bladeren, lezen in de drie dikke delen die tot dusverre zijn uitgebracht, één over de 20ste eeuw, één over de 19de eeuw en - nu - één over de 17de en 18de eeuw. Nergens wordt een poging ondernomen om Nederland en zijn geschiedenis te definiëren, zoals in het verleden zo vaak is gebeurd, als de geschiedenis van een staat, van een volk, van een rivierdelta, van een taalgemeenschap. De opzet is veel losser. In wezen zijn de boeken op te vatten als capita selecta. Steeds wordt er uitgegaan van een Belangrijke Plek, en van daaruit wordt teruggekeken op het verleden.

In dit opzicht doet het project denken aan In Europa van Geert Mak, waar het reizen in de tijd wordt opgevat als reizen in de ruimte en waar de beminnelijke bestsellerauteur ons meeneemt naar plekken waar de geschiedenis vroeger echt gebeurd is, om het op die wijze zintuiglijk te ervaren. De historische sensatie te voelen.

In Plaatsen van herinnering is echter niet één vriendelijk onderwijzende verteller aan het woord, maar een keur aan gespecialiseerde historici en andere doctorandici, die ieder als het ware een eerstejaarscollege geven over een topic uit hun vakgebied. Ze beginnen allemaal op de plek waar het vroeger allemaal echt gebeurd is. Wat mij meteen een soort schoolreisjesgevoel gaf. Kinderen, als jullie goed kijken kunnen jullie hier en daar ook de kogelgaten nog zien. Hè, waar zitten ze nou? Hier? Nee ook niet. Ze zouden het toch niet opnieuw gestuct hebben? En nu weer allemaal in de bus, hup, op weg naar het volgende onderwerp.

Die schoolse aanschouwelijkheid waarmee de hoofdstukken beginnen, heeft hetzelfde effect als de beroemde oude schoolplaten van Isings en Westerman en dergelijke tekenaars. Omdat het zo natuurgetrouw wordt gedaan, geloof je het meteen. Het brengt de geschiedenis op een gezellig niveau, een soort toneeltjes waar hoofdrolspelers hun kunstjes vertonen. Barentsz in het Behouden Huys overwinterend op Nova Zembla, Balthasar Gerards die Willem de Zwijger neerknalt in het trapportaal van het Delftse Prinsenhof, de stokoude raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt onversaagd op het schavot naast de Ridderzaal, de aanhouding door rebelse Patriotten van het rijtuig van de stadhouderlijke gemalin Wilhelmina van Pruisen bij Goejanverwellesluis. Veel bloed en tranen, zoals het hoort op het toneel, en veel stichtende moraal.

Deze nationaalburgerlijke geschiedschrijving is uitgevonden in de 19de eeuw, toen Nederland zich moest verzoenen met zijn kleinheid en liever terugdacht aan tijden waarin een klein land groot had kunnen zijn. Grootheid op huiskamerformaat, dat leerden wij van Isings en co.

In Plaatsen van herinnering wordt zo'n historisch 'kiekje' steeds als uitgangspunt genomen voor een exposé over de stand van zaken op een bepaald onderzoeksterrein.

Een 'schoolplaat' van de Slag bij Nieuwpoort in het jaartaljaar 1600 wordt dan een excursie in de militaire geschiedenis van de Tachtigjarige Oorlog. Een bezoek aan Dordrecht, waar de Dordtse Synode spoorloos uit het straatbeeld is verdwenen, leidt tot een stukje protestantse kerkgeschiedenis. En een uitstapje naar een onherbergzaam lap

Meer over