Pinters stuk zit vol onontdekte schatten

Holland Festival. The Homecoming van Harold Pinter door the Royal National Theatre. Regie Roger Michell. Gezien 5 april in National Theatre Londen....

HEIN JANSSEN

'I need some air'.

Dat ene zinnetje uit Pinters familiekomedie The Homecoming uit 1965 blijkt in de nieuwe productie van The National Theatre opeens van cruciaal belang.

'Ik heb wat frisse lucht nodig' of 'Ik ga een frisse neus halen'. Zo wordt het in Nederlandse opvoeringen meestal vertaald en het klinkt vaak als een tussenzinnetje. Lindsay Duncan is de actrice die in de Londense productie Ruth speelt, de vrouw die frisse lucht nodig heeft. En als zij het zegt, dringt de ernst van die mededeling meteen tot de toeschouwer door: die vrouw is in ademnood. Onder die kalme woorden, klinkt de wanhoop - ze wil weg uit dit huis, ver weg van hier, weg van al deze mannen, dit huishouden van Jan Steen waar het ruikt naar duffe sokken, verschaald bier en volle asbakken. Maar aan het eind van The Homecoming zal Ruth weer in dit huis zitten en er waarschijnlijk nooit meer weggaan.

The National Theatre speelde The Homecoming dit voorjaar met groot succes in Londen en staat de komende dagen in het Holland Festival, als een van de extra theaterproducties. Het is een, in de beste zin van het woord, klassiek-traditioneel Engelse toneelvoorstelling, met alles erop en eraan.

Maar onder die traditie zit een helderheid die zowaar een nieuw licht werpt op dit veel gespeelde stuk. The homecoming is een stuk waarvan je bij de zoveelste opvoering denkt 'nou heb ik het wel gezien', en dan ineens blijkt het na ruim dertig jaar een onontdekte schat te verbergen.

Het meest opmerkelijk aan deze Engelse Pinter is het huis waarin die afgesloofde vader Max, zijn twee zoons Lenny en Joey en zijn vrijgezelle broer Max wonen. In Nederland wordt De Thuiskomst van Pinter bijna altijd gespeeld in een sober decor, meestal met een paar stoelen en wat zwarte gordijnen.

In deze productie heeft decorontwerper William Dudley een echt huis gebouwd, met een voordeur, een woonkamer met schemerlampen en een keuken waarin thee wordt gezet. Er is zowaar ook nog een eerste verdieping met slaapkamers waarin gesnurkt wordt.

Maar de muren in dit toneelhuis zijn geen echte muren, ze zijn gemaakt van doorzichtig gaas, zodat een soort röntgenopname van dit huis ontstaat. Je ziet zelfs de rommelzolder met een kinderstoeltje en een fietsje, overblijfselen uit een tijd dat hier nog leven in huis was, dat er nog bloemen op tafel stonden. Want ooit heeft tussen deze mannen een vrouw geleefd, een vrouw en een moeder.

Deze Homecoming gaat vooral over moederloos, over vrouwloos zijn. Vader Max, ooit de beroemdste slager uit de buurt, was getrouwd met Jessey maar Jessey is dood. Hun oudste zoon Teddy is net op tijd naar Amerika gevlucht, Lenny en Joey bleven achter, de één pooier, de ander amateurbokser. Jongens waarvoor je op moet passen, het geweld schuilt onder hun smoezelige t-shirts.

Als altijd bij Pinter is er weinig handeling, behalve het onverwachte binnendringen van een vreemde die het vertrouwde doorbreekt. In dit geval is dat het bezoek van Teddy en zijn vrouw Ruth die een reisje door Europa maken en Londen aandoen voor een kort bezoek aan het ouderlijk huis.

Teddy heeft in Amerika carrière gemaakt en is nu professor in de filosofie. Ruth is zijn liefhebbende echtgenote, maar tevens het grote mysterie van dit stuk.

Zij komt uit dezelfde buurt, was vroeger model maar zeker niet voor hoeden. In een paar ragfijne dialogen ontstaat het vermoeden dat ze eigenlijk een omhoog geklommen snol is. Mensen die hun milieu ontvluchten hebben het moeilijk bij Pinter. Ruth is de enige vrouw in dit gezelschap en katalysator van opgekropte frustraties. Deze mannen hebben te lang een vrouwenhand ontbeert, zowel op hun hart als op hun kruis.

Zo weeft Pinter even geniaal als onopvallend belangwekkende thema's in elkaar. Hij doet dat in licht absurde dialogen, die altijd net langs de waarheid lijken te scheren. Prachtig zijn de bespiegelingen van vader Max over hoe goed het leven vroeger was. Ongekend spannend en elektrisch geladen is de aanwezigheid van Lindsay Duncan als Ruth. Als zij heel even haar benen van elkaar duwt, rolt er een vloed van vrouwelijkheid over het podium.

In de voortreffelijke acteursregie van Roger Michell worden ieder woord en ieder detail tot in de perfectie uitgespeeld. Dat levert ook irritatie op. Het spel van David Bradley als vader Max is zo overdone dat je hem haast zijn tedere momenten niet gunt. Bradley acteert met krakende stem en uithalen alsof hij de oude vader is uit Stiefbeen & Zoon.

Daar staat schitterend klein spel tegenover van Sam Kelly als oom Sam die van dienstbaarheid zijn levenstaak heeft gemaakt. Lindsay Duncan moet niet alleen voor Pinter maar ook voor iedere Pinter-liefhebber de ideale Ruth zijn. Met haar voorbeeldige tekstbehandeling en haar betekenisvolle verschijning lijkt zij Pinters ondoorgrondelijkheid tot in de finesse te snappen.

The Homecoming is soms erg grappig maar ook deprimerend. Want de intellectueel is hier geen haar beter dan de domme kracht, vrouwen worden gemept of blijven voorgoed achter het aanrecht, afkomst is een niet te verslaan kwaad. Alle vooruitgang wordt teniet gedaan. 'Don't become a stranger', zegt Ruth tegen haar man Teddy die aan het slot met de staart tussen de benen het huis verlaat. Nee, in dit huis zal nooit meer frisse lucht doordringen.

Hein Janssen

Meer over