Theater

Pierre Bokma is virtuoos als King Lear bij Schauspielhaus Bochum ★★★☆☆

In elke stembuiging en oogopslag is hij de deerniswekkende patriarch in Shakespeares grootste koningsdrama. Maar de statische enscenering van regisseur Johan Simons schept grote afstand.

Pierre Bokma als radeloze koning in ‘King Lear’ van Schauspielhaus Bochum. Beeld JU Bochum
Pierre Bokma als radeloze koning in ‘King Lear’ van Schauspielhaus Bochum.Beeld JU Bochum

Natúúrlijk is het smullen van Pierre Bokma als King Lear. In een bijna drie uur durende livestream vanuit het Duitse Schauspielhaus Bochum maakt hij in de titelrol van Shakespeares grootse koningsdrama alle verwachtingen waar. In elke stembuiging en oogopslag, in elk driftig of radeloos handgebaar is hij de deerniswekkende patriarch die zijn macht voelt verdampen, en razendsnel grond onder zijn voeten verliest. Virtuoos wankelt en struikelt Bokma over het toneel – vanaf de eerste scène tastend en zoekend, totdat hij steeds verder verdwaalt in het donker van een afbrokkelend brein.

Regisseur Johan Simons ontdoet de tragedie vakkundig van franje. Behendig deconstrueert hij de anekdote, knipt en plakt waar nodig in de tekst en tilt een sleutelzin uit het laatste bedrijf helemaal naar voren: ‘Ik ben een dwaze oude man. En waarschijnlijk niet helemaal bij mijn volle verstand.’ Zo wordt King Lear hier van meet af aan een zwanenzang van een man in het aangezicht van dementie en dood.

Pierre Bokma Beeld JU Bochum
Pierre BokmaBeeld JU Bochum

Helaas kun je bij King Lear niet helemaal onder de complexe anekdote uit. Het aanvangsdrama is helder genoeg: Lear wil zijn rijk onder zijn drie dochters verdelen, en vraagt in ruil mondeling bewijs van hun loyaliteit. Waar Goneril (Mourad Baaiz) en Regan (Michael Lippold) zich uitputten in hypocriete liefdesverklaringen, blijft de jongste dochter, Cordelia (Anna Drexler) nuchter maar oprecht. Waarop Lear zijn liefste kind verstoot, een dwaze daad waarmee hij zijn eenzaamheid vergroot en zijn verval schrikwekkend versnelt.

Maar dan is er nog de schaduwplot van de graaf van Gloucester (mooi aards gespeeld door de Duitse ster Steven Scharf) en diens zoons Edmund en Edgar, plus een hoop verwikkelingen met onder anderen de koning van Frankrijk – hier een frustrerend vlakke rol van Ann Göbel in een lelijk turnpakje van de Franse tricolore. Simons ensceneert zijn spelers statisch en geïsoleerd, op grote afstand van elkaar, sprekend tot de zaal – of, in dit geval, de camera. Misschien ingegeven door coronaregels, misschien bedoeld om de fundamentele eenzaamheid van de mens te onderstrepen, maar het resultaat is hoe dan ook een al te grote afstand. Dat effect wordt door het kijken op de laptop nog versterkt.

Wat bij de inleving evenmin helpt is de in Duitsland heersende misvatting dat krijsende hysterie het equivalent is van kunstzinnige expressie (zie Drexler als Cordelia).

Gelukkig biedt Bokma daaraan superieur weerstand. Hij neuriet, mompelt en zingt zijn zinnen, wisselt voortdurend van sterkte en toon, laat zijn stem virtuoos verkleuren. In zijn waanzin kauwt en knauwt Lear op de zinnen, knarst, lalt, jankt en blaft, terwijl zijn ogen angstig door de ruimte dwalen en zijn onrustige vingers grijpen in het niets. Zo creëert Bokma te midden van alle steriele retoriek alsnog een roerend monument van menselijkheid.

King Lear

Theater

★★★☆☆

Door Schauspielhaus Bochum. Regie: Johan Simons. Met oa Pierre Bokma, Steven Scharf, Anna Drexler.

10/4 livestream

Meer over