Picasso met de kwaliteit van een Wonderbra

Hij kocht een Pissarro zoals hij een koekjesfabriek of een supermarkt kocht. Theorie noch filosofie hinderde hem, hij oordeelde by the smell....

Van onze verslaggever

Eric van den Berg

LAREN

In Parijs kocht hij in 1945 zijn eerste schilderij, voor vijfhonderd dollar. Hij liep op straat en zag in een etalage een schilderij van een 'onbekend' kunstenaar. Gevangen door de kleuren en misschien ook wel door de titel die Camille Pissarro eind vorige eeuw had gegeven aan het tafereel op het land: Rijke oogst. Hij ging van kunst houden, maar vergat nooit dat ook kunst uiteindelijk iets moest kunnen opbrengen.

Vóór alles was Cummings, oprichter van de Amerikaanse multinational Sara Lee Corporation, zakenman. Prachtig, de Vrouw met een hond (1962) van Picasso die hij voor twintigduizend dollar heeft kunnen kopen, maar toen een museum een miljoen dollar bood, was-'ie toch echt verkocht. En echt verontwaardigd was hij als hij was 'bedrogen', bijvoorbeeld door de man die 200 duizend dollar durfde te vragen voor een Toulouse-Lautrec.

De Picasso hangt nu ergens in Parijs, Danseres zittend op een roze divan (1886) van Henri de Toulouse-Lautrec hangt in het Singer Museum in Laren. Het is een van de vijftig topstukken die voor het eerst gezamenlijk in Europa zijn te zien. Over drie maanden gaat de Cummings-collectie weer terug naar haar thuisbasis: de 47ste verdieping van het Sara Lee-hoofdkantoor in Chicago, de executive floor. Daar kijkt de Schilderende vrouw van Georges Braque gewoonlijk uit over de bestuurstafel, danst de Russische danseres van Edgar Degas boven het hoofd van president-directeur John Bryan, en staat het bureau met bloemenvazen van de receptioniste in een immense tuin van Edouard Vuillard (Gebladerte, eikenboom en fruitverkoper).

Niet bekend

Sara Lee, uitgegroeid tot een levensmiddelengigant met een jaaromzet van zo'n negentien miljard dollar en 140 duizend werknemers in ruim veertig landen, heeft in 1980 het plan opgevat een bedrijfscollectie te beginnen. Natuurlijk, het is ook p.r. - 'art is a way of life' -, maar het was ook een ode aan de oprichter: alleen schilderijen en beelden die Cummings ooit in zijn bezit had gehad werden gezocht en gekocht.

'Soms zijn de stukken echt te duur geworden, dan koopt Sara Lee ze niet', zegt Richard Brettell, impressionisten-kenner en adviseur van Sara Lee. Desalniettemin hangt er nu naar schatting voor zo'n vijftig miljoen dollar in het Singer - 'minder bekende werken van de groten, en de beste werken van de iets minder groten'.

Cummings gokte als verzamelaar en zakenman vaak goed, hij was het prototype van de self-made man. Begon als reizend schoenverkoper, legde hij in 1939 de basis voor wat later Sara Lee ging heten; hij werd manager van C.D. Kenny Company of Baltimore, Maryland, producent van koffie, thee, en suiker. Twee jaar later was hij eigenaar.

Cummings kocht bedrijf na bedrijf en verhuisde van zijn geboorteland Canada naar Chicago, waar hij het hoofdkantoor vestigde. Hij woonde er met vrouw en kinderen op de 21ste verdieping van de Drake Towers: een magnifiek uitzicht over de lichtjes van de stad en Lake Michigan, vond mevrouw Cummings - 's nachts was het haar diamanten halssnoer'. Een kunstenaar schilderde het uitzicht, en Nathan Cummings was impressed. Dít was dus kunst, een passie was geboren.

Je zou ook kunnen zeggen: het hek was van de dam. Cummings kocht niet één schilderij of twee, maar soms hele tentoonstellingen. Menig manager krabte achter zij oor, als de baas weer eens een schilderij kwam afleveren - 'voor op de afdeling', zei hij dan. En matrozen uit zijn visserijbedrijf zijn hun schepen 'drijvende galerieën' gaan noemen.

Cummings had eigenlijk te veel schilderijen en bronzen, hij was wel gedwongen zijn Renoirs, Monets en Légers mee te nemen naar kantoor. Zelfs het meer dan riante buitenhuis in Winnetka, nabij Chicago, was al krap. Een rondgang, in 1957: bij de entree een stilleven van Manet, naast de trap een Picasso, in de slaapkamer van Master Suite Number 1 een Pissarro. Kleinzoonlief speelde in zijn kamer tussen Delfts blauw. Jaren later was er in zijn negen-kamerappartement in de New-Yorkse Waldorf Towers geen stukje muur onbedekt.

Cummings wilde leven tussen en met kunst. En werken. Hij raadde al zijn werknemers aan regelmatig tien à vijftien minuten naar een kunstwerk te kijken - inspirerend, altijd iets nieuws of moois te vinden. En met zo'n gedachte kan Sara Lee ook nu nog iets. Zonder blikken of blozen: Picasso, Matisse en Monet staan voor kwaliteit, je weet wat je krijgt; zo ook bij Sanex, Pickwick, Stegeman en de Wonderbra.

Sara Lee wil de kunst 'delen' - een tour door het hoofdkantoor, een expositie in een stad waar een vleesfabriek staat. Zoals Nathan Cummings zijn kunst met anderen deelde. Met goed presterende werknemers, maar ook met de Graaf van Windsor en de bewoner van Downingstreet 10. Trots was hij als hij gasten in het Waldorf aan de arm nam en van van gang naar wc sleepte, en als Bob Hope tijdens zijn verjaardag uit een taart sprong. Maar ook als hij Jonge vrouw in tuin van Berthe Morisot liet zien. 'Dat model ken ik', riep hij dan. 'Dat is Milly! En daar achter zit Julie Manet, het nichtje van Edouard Manet.'

An Impressionist Legacy, Meesters van de Moderne Kunst - de collectie van de Sara Lee Corporation. Singer Museum Laren, tot en met 18 januari 1998.

Meer over