beeldende kunst

Picasso-Giacometti is geen ronkende tentoonstelling, maar juist bescheiden en verdiepend ★★★★☆

De tentoonstelling Picasso-Giacometti in Museum Voorlinden in Wassenaar.  Beeld Els Zweerink
De tentoonstelling Picasso-Giacometti in Museum Voorlinden in Wassenaar.Beeld Els Zweerink

Museum Voorlinden is niet in de val van de blockbuster-duo-tentoonstelling getrapt. Een verademing. Het artistieke gebibber van Giacometti en de beeldende grootspraak van Picasso vullen elkaar aan.

Gaap. Hoe slaapverwekkend zijn aankondigingen van duotentoonstellingen doorgaans niet? Manet-Monet, Rafaël-Da Vinci, Rodin-Cézanne, je schudt de combinaties zo uit je mouw. Er is altijd wel wat te melden over de onderlinge verschillen en overeenkomsten, en er staan al gauw rijen bezoekers voor de deur. Maar in de meeste gevallen is de conclusie toch dat ‘1+1’ geen ‘3’ maar ‘1,5’ oplevert. Een zoutloze nevenschikking van hoogtepunten waarvoor het veelal dringen is.

Het had de expositie Picasso-Giacometti in Museum Voorlinden in Wassenaar ook kunnen overkomen. Op papier. De combinatie van de twee blockbuster-kunstenaars is een gegarandeerd succes. Beiden zijn publiekslievelingen en hebben een tot de verbeelding sprekend oeuvre nagelaten. Ze leidden een boeiend leven, als vrienden en rivalen, en met naar het schijnt gedeelde geliefden.

Het verhaal: dat de twee, ondanks hun leeftijdsverschil, meer dan gewone collega-kunstenaars waren. De geboren Spanjaard Pablo Picasso (1881-1973) en Zwitser Alberto Giacometti (1901-1966) woonden en werkten in de jaren dertig en veertig in Parijs bij elkaar in de buurt. Picasso in zijn ruime rive-gauche-atelier aan de mondaine Rue des Grands/Augustins; Giacometti in een mottige, stoffige ‘hut’ aan de Rue Hippolyte-Maindron, vlak bij de lawaaierige Périphérique. Twintig jaar lang zouden ze elkaar haast dagelijks ontmoeten, te midden van een schare gemeenschappelijk vrienden, pratend en discussiërend over nieuwe tendensen in de kunst. En over vrouwen.

null Beeld Els Zweerink
Beeld Els Zweerink

Het verschil in atelierkeuze kwam overeen met het verschil in karakter. Picasso, de levenslustige: gulzig, zelfverzekerd, zelfingenomen; de vrouwenverslinder die zich wentelde in zijn succes. Giacometti, de aarzelende en onzekere, die het liefst zijn eigen werk na voltooiing vermorzelde en een monnikenleven leidde. Een verschil dat ook hun werk kenmerkt, zoals in Wassenaar blijkt. De schriele beelden en priegelige portretschilderijen van Giacometti naast het testosterongeweld van zijn Spaanse collega-schilder en -beeldhouwer.

Picasso-Giacometti

Beeldende kunst
★★★★☆
Museum Voorlinden, Wassenaar. 16/10 t/m 13/2.

Laat Museum Voorlinden nu juist dat verschil tot de kern van de tentoonstelling hebben gemaakt. Zeker, hoogtepunten zijn er genoeg. Zoals het ziekelijke zelfportret van Picasso (wat het begin van zijn Blauwe Periode betekende), de portretten van zijn (eerste) vrouw Olga met waaier in leunstoel en van hun zoontje Paulo in blauw-geel geblokt harlekijnspak; enkele anorexiadunne vrouwen van Giacometti en het portret van zijn vrouw Annette met donkere ogen, geschilderd op een grof uitgesneden stuk linnen.

Topwerk genoeg, maar de combinatie heeft niet geleid tot de verwachte zouteloze opsomming. Integendeel: het artistieke gebibber van Giacometti en de beeldende grootspraak van Picasso vullen elkaar als contrasten juist aan. Waar de Spanjaard zijn opgebaarde vriend Casagemas schilderde bij flikkerend kaarslicht, boetseert de Zwitser zijn (eveneens door suïcide) overleden buurman als een Pinokkio-hoofd met priemende neus (titel: Neus). Waar Giacometti zijn Annette in gips en brons neerzet, met opgeheven kin, als een Egyptisch afgodsbeeldje, met het silhouet van Anne Frank, of als slanke mannequin met twee verschillende borsten, zo portretteert Picasso zijn talloze ex-geliefden als dolgedraaide hoeveelheden vlees of als een slappe, langzaam leeglopende fietsband.

null Beeld

Steeds vind je een equivalent van het ene kunstwerk in het andere, van de ene zienswijze in de andere. Niet ronkend, wel bescheiden, En verdiepend. Per thema, heen en weer springend door de tijd. Dat beide kunstenaars een vergelijkbare ontwikkeling van realisme via abstractie naar surrealisme en weer terug naar abstractie en realisme hebben doorgemaakt, en hoe dat allemaal chronologisch in elkaar steekt: het is van geen enkel belang. En wie alle ontbrekende werken uit hun oeuvre mist, gaat maar naar het Musée Picasso of het Fondation Giacometti in Parijs, waar de meeste bruiklenen vandaan komen.

Wie de open blik en de experimenteerdrift van het duo van zaal tot zaal wil volgen, kan terecht in Wassenaar.

Rivaliteit en egoïsme

Twintig jaar waren ze bevriend met elkaar, Pablo Picasso en Alberto Giacometti. Het begon met een bezoekje van de toen 30-jarige Giacometti, samen met Joan Miró, aan Picasso, die toen al naam en faam kende. In een brief aan zijn (Zwitserse) ouders schreef Giacometti hoe trots en euforisch hij was Picasso te gaan ontmoeten. Eind jaren vijftig kwam aan die vriendschap een einde, uit rivaliteit en egoïsme. Op de vraag van kunsthandelaar Daniel-Henry Kahnweiler aan Picasso of ook Giacometti bij zijn galerie mocht exposeren, was Picasso’s antwoord ‘Nee, die wil ik niet, ik waardeer hem als vriend, maar ik wil hem niet in de galerie.’

De ruzie die daarna ontstond, toen Giacometti Picasso daarover aansprak, betekende niet gelijk het einde van hun vriendschap. Wel een verwijdering. Ze spraken elkaar nog zelden. Sindsdien vond Giacometti Picasso’s schilderijen ‘leuke posters’. Volgens Picasso waren de beelden van zijn vroegere vriend ongelooflijk monotoon.

Meer over