Piano's mishandelen is een vorm van optimaal gebruik

Drie eeuwen van uitgebreide piano-techniek zijn nu in een studie vervat...

Mishandeling wil hij het niet noemen, al ligt het voor de hand om dat wél te doen als je ziet dat een piano in stukken wordt gezaagd of door een muur wordt gereden. Luk Vaes (44) spreekt liever van ‘oneigenlijk gebruik van de piano in positieve zin’. Oftewel: extended piano techniques, uitgebreide pianotechnieken, het onderwerp waarop hij komende dinsdag aan de Universiteit Leiden promoveert.

Vaes, een Vlaams concertpianist, wil het genre van het oneigenlijk pianogebruik op een positieve manier onder de aandacht brengen. Dat was ook een belangrijke drijfveer voor zijn promotieonderzoek. ‘In de periferie van het pianorepertoire kleeft er een stigma aan dit genre’, zegt hij. ‘Er wordt vaak op neergekeken, zowel bij het publiek als onder professionele pianisten. En dat is onterecht.’

Hij bestudeerde zeventienduizend partituren uit de periode 1700-2000, verdiepte zich in de theorie, de geschiedenis en uitvoeringspraktijk van uitgebreide pianotechnieken en stuitte op een verbijsterend gebrek aan bronnen, definities en beschrijvende lectuur. ‘Er is zelfs geen efficiënte definitie van het eigenlijke pianospelen, anders dan: één vinger per toets verticaal gearticuleerd.’

Wat moeten we onder uitgebreide pianotechnieken verstaan, wat is oneigenlijk pianogebruik? In de bevindingen van Vaes is het een ruim te nemen genre: het kan variëren van het klassieke glissando – met de nagel chronologisch over de toetsen gaan – tot elektronica, het met twee vingers aanslaan van een toets, het vullen van een piano met hooi en de geprepareerde piano of stiltecomposities van de Amerikaan John Cage (1912-1992).

Vaes: ‘John Cage liet schroeven en bouten op de pianosnaren bevestigen. Hij experimenteerde met plastic materiaal om de tonen een kwart te verlagen of het geluid van een zwaar slagwerk uit de piano te halen – want eigenlijk is de piano een slagwerk. Hij stak ook kaartjes en stukjes rubber tussen de snaren om een andere klank te krijgen.’

De uitgebreide pianotechniek komt in de 18de eeuw tot ontwikkeling en groeit uit tot een genre dat van Wenen tot Parijs sterk aan populariteit wint. Er verschijnen battlefield-stukken waarin het verloop van een veldslag wordt gevolgd – zoals in het voor orkest geschreven Wellingtons Sieg van Beethoven. In Frankrijk worden kanonslagen muzikaal vertaald met de vlakke hand, vuist of elleboog op de toetsen. In Wenen worden bellen en slagwerk-attributen gebruikt die aan de pedalen zijn vastgemaakt. In ander werk laten componisten de toorn Gods neerdalen op de hoofden van de gelovigen met ‘orgel-donderstukken’ waarbij met planken alle pedalen tegelijk worden ingedrukt. Rond het Congres van Wenen in 1815, na de ondergang van Napoleon, houdt de evolutie van de piano-extensies op. In de 19de eeuw is het nieuwe eraf en komt het accent op de perfectionering van het eigenlijke pianospel te liggen.

Een eeuw later wekken componisten als Henry Cowell, John Cage en Mauricio Kagel de uitgebreide pianotechniek weer tot leven. Het genre wordt verbonden met resonantie-experimenten en theatrale praktijken, en bereikt een hoogtepunt in de jaren vijftig.

Hoe ver kan het gaan? Vaes: ‘Je kunt zeggen: een piano heeft 88 toetsen die je zo gelijkmatig mogelijk moet bespelen, en dat is het dan. Maar je kunt zoveel meer met een piano doen, aan de buitenkant én aan de binnenkant. En daarin ook een hoog niveau bereiken. Dat zie je bijvoorbeeld in het werk van Friedrich Wilhelm Rust, een hoogtepunt in de 18de-eeuwse extended pianotechniek.’

Het kan ver gaan. Vaes kwam conceptuele partituren tegen met aanwijzingen als: wees stil, duw de piano door een muur, zaag hem in stukken, verbrand hem, plaats hem in een meer en speel er dan Liszt op. ‘Het hoeft niet altijd zo extreem’, zegt hij. ‘Extended pianotechnieken kunnen ook worden gebruikt voor muziek die net zo mooi is als Mozart. Dat kan men dan toch niet afgrijselijk noemen.’

Meer over