Review

Pianist Ivo Pogorelich pendelde tussen briljant en bot

In de Doelen werd het oor heen en weer geslingerd tussen 'nee nee nee!' en 'ja ja ja!'

Guido van Oorschot
Ivo Pogorelich poseert eerder deze maand na een concert in Parijs. Beeld Lionel Bonaventure
Ivo Pogorelich poseert eerder deze maand na een concert in Parijs.Beeld Lionel Bonaventure

Ivo Pogorelich heeft in Nederland nog altijd fans. Met elkaar vulden ze in de Rotterdamse Doelen bijna een halve Grote Zaal. Ze waren trouw gebleven aan de klavierleeuw die ooit triomfen vierde, maar die intussen alweer bijna twee decennia bivakkeert aan de schemerrand van het piano-wereld.

Pogorelich (56) is de beroemdste niet-winnaar van het fameuze Chopin Concours in Warschau. De Kroaat vloog er in 1980 in een voorronde uit, waarna Martha Argerich zijn carrière lanceerde door uit protest de jury te verlaten. De furore die de dandy-achtige Pogorelich maakte, kwam tot een abrupt eind toen in 1996 zijn vrouw (en voormalige lerares) overleed.

Pogorelich herpakte zich, maar volgens velen werd hij nooit meer de oude. De sporadische keren dat hij in Nederland optreedt, luidt dan ook altijd de vraag: hoe staat 'Pogo' ervoor? Valt er tussen de excentriciteiten door nog wat te genieten?

In zekere zin was het verfrissend, een solist die in Liszts Dante-sonate niet maalde om gecultiveerde klank. Met overtuiging gebruikte Pogorelich de vleugel als donderbak. Denkend aan Liszt, de jeugdige romantische bluffer, viel er nog iets voor te zeggen ook.

Temperen

Dat hij met links wel degelijk kan fijnschilderen, liet Pogorelich horen in Schumanns Fantasie opus 17. In het eerste deel, 'fantastico ed appassionato', stegen uit de diepere klanklagen tovertinten op. Daartegenover stonden vergruizelde melodieën in deel twee, waarin Pogorelich amper de moeite nam de schelle hoogten van zijn instrument te temperen.

Ook in Brahms' Paganini-variaties werd het oor heen en weer geslingerd tussen 'nee nee nee!' en 'ja ja ja!'. Het thema ruiste uit de toetsen als de mysterieuze tinkeling van een kroonluchter. Een paar variaties later donderde het ding toch weer van het plafond.

En zo pendelde Pogorelich tussen briljant en bot, met weinig ­nuance in het midden. De muzikant is een raadsel. Vermoedelijk ligt de sleutel niet in smaak, maar in psychologie. Als vanouds schuifelde hij over het podium met een mimiek die nooit van harte leek afgestemd op zijn publiek.

Op de bladomslaander evenmin. Die moest zijn kruk bij elke opkomst een decimeter verschuiven. Gênant was de berisping tijdens Brahms. Met maaiende arm, tussen twee variaties door, gebaarde Pogorelich dat hij meer vaart wenste. De eerstvolgende ­keren pakte hij de pagina's maar zelf.

Meer over