Documentaire

Peter Van Straaten/Een Gelukkige Hand

Nog niet bevrijd van zwakten

Een gelukkige hand is een soort kubuspuzzel waarbij drie beeldverhalen om elkaar heen draaien. Twee daarvan zijn drama en één is documentair, te weten de biografie van hoofdpersoon Peter van Straaten. Een gelukkige hand gaat over het leven van deze begenadigde tekenaar, die in het voorjaar de fitis wil horen zingen en in het najaar met zijn oude vrienden biljart. Van bos naar kroeg en lange uren in het atelier daartussenin.

Het eerste beeldverhaal heeft iets therapeutisch. Peter van Straaten gezeten aan een tafel en vertellend over zijn ondeugden (roken, drinken, vroeger ook vreemdgaan), met op de achtergrond steeds die grote zwartwitfoto waarop de nagels van twee vrouwenhanden aan elkaar zijn genaaid. Als illustratie van de moeite die het hem kost om geheelonthouder te worden. Zeventig jaar is hij nu en hartpatiënt, maar hij heeft zich nog niet bevrijd van zijn zwakten, die ook de zwakten zijn van zijn getekende personages. Pieter Verhoeff toont Van Straaten tijdens een proeverij, genietend van 'de neus' van een mooie wijn. Maar we zien ook: de bejaarde tekenaar in de fitnessruimte, trekkend aan glimmend staal, om de cardio op te krikken.

De biecht van de kunstenaar wordt onderbroken en verhelderd door shots van zijn tekeningen, met de vertrouwde moedeloze, melancholieke zondaars, zittend op de rand van een bed of leunend op een barkruk. Hun wangen hangen en hun wallen zijn niet meer te redden. Vanuit de badkamer roept een man geschrokken naar zijn vrouw: 'De Efteling? Die is toch zeker al dicht, hoop ik?' Verhoeffs camera kijkt over de schouder van Van Straaten mee hoe zijn kroontjespen de badkamertegels tekent, strak uit de hand. De pupillen van de man krijgen nog een extra toefje zwart om het afgrijzen te versterken.

Vaak wordt gezegd: Van Straaten tekent het menselijk tekort, maar het menselijk tekort kent vele kanten. Hijzelf is altijd gelukkig geweest, zegt hij tegen Verhoeff. En toch vindt hij het aantrekkelijk 'het zachte verdriet van anderen' in beeld te brengen. Hoe beter hij zich voelt, hoe wreder zijn grappen worden. Sadisme is het niet, meer een wetenschappelijk soort belangstelling voor de uiterlijke kant van gedrag. Hij wordt veel vergeleken met Carmiggelt, maar misschien moet ook Desmond Morris erbij worden gehaald, die gezichtsuitdrukkingen en lichaamshoudingen verzamelde.

Het derde beeldverhaal, afgewisseld met de bekentenissen en de cartoons, bestaat uit acht korte scènes die samen een compleet feuilleton vormen. Renée Fokker vertolkt hierin de rol van Agnes, 'de onafhankelijke afhankelijke vrouw van veertig' wier leven door Van Straaten werd beschreven in drie romans. Mooi idee van Verhoeff om nou net het deel van Van Straatens oeuvre dat niet is getekend toch te visualiseren. Fokker krijgt steun van Hans Kesting (Arthur), Pierre Bokma (Fuut) en Michiel Romeijn (Willem), en samen geven zij een mooi portret van het liederlijke leven in de grachtengordel, waar drankzucht, lust en gelatenheid de dienst uitmaken. De Engelsen kennen het begrip 'self-indulgence', dat niet hetzelfde is als zelfgenoegzaamheid. Het betekent meer dat je geen nee kunt zeggen. Van Straaten, zijn getekende figuren en de personages die Verhoeff tot leven heeft gewekt: zij lijden allen aan hetzelfde euvel. Ze kunnen geen nee zeggen, maar worden er ook niet héél erg ongelukkig van.

Het is een zegen dat Van Straaten niet alleen binnenskamers is gefilmd, nippend aan zijn glas. De mooiste stukken van Een gelukkige hand spelen zich af in het Italiaanse of Gelderse bos waar hij naar vogels spiedt. Hoor! Een Vlaamse gaai! Gewapend met een verrekijker staat hij te wachten op gevleugelde schoonheden. Hij tuurt naar de bomen en de kijker tuurt naar hem. Kun je Van Straaten zelf ook eens op een houding betrappen.


Meer over