Peter Struycken stapt terecht naar de rechter

De luchthartige manier waarop het architectuurinstituut met het lichtproject van Peter Stuycken omspringt, getuigt van zo weinig respect voor zijn kunstwerk dat hem niets anders overbleef dan naar de rechter te stappen, zo meent Carel Blotkamp....

CAREL BLOTKAMP

VANDAAG dient een kort geding van kunstenaar Peter Struycken tegen het NAi (Nederlands Architectuurinstituut) in Rotterdam. Hij heeft dat aangespannen nadat hij eerder geen gehoor had gekregen voor zijn protest tegen de aantasting van zijn lichtkunstwerk in de arcade van het gebouw. Op de zuilen daarvan werden enkele maanden geleden kleurrijke schilderingen aangebracht in het kader van een Zuid-Afrika-manifestatie. Er is toen van verschillende zijden commentaar op die ingreep geleverd, en dat gebeurde afgelopen week opnieuw.

Adri Duivesteijn, oud-directeur van het NAi en nu lid van de Tweede Kamer, betoogde (Forum, 29 augustus) dat een goed kunstwerk in de openbare ruimte niet bezwijkt, ook al wordt het 'door velen in beslag genomen.' Hij noemt als voorbeeld de Poort van de kus spreken verliefden af, op de stenen tabouretten rondom de Tafel der stilte klauteren soms kinderen. Maar juist met dat voorbeeld geeft hij haarscherp aan wat het verschil is tussen eigenlijk en oneigenlijke omgang met kunstwerken in de openbare ruimte.

Struycken, die op vele openbare plaatsen in Nederland werken heeft gerealiseerd en een grote reputatie op dat gebied geniet, gaat er allerminst vanuit dat mensen van een veilige afstand en in stille contemplatie zijn kunstwerk dienen te aanschouwen, alsof het om een schilderij in een museumzaal gaat. Wie 's avonds in de arcade een afspraakje wil maken, wil skateboarden of zijn hond wil laten rennen, kan dat rustig doen.

Maar door schilderingen op de zuilen te laten aanbrengen, die het belangrijkste onderdeel zijn van het fascinerende, telkens wisselende lichtspel dat in de arcade wordt opgevoerd, heeft het NAi het werk van Struycken in het hart aangetast. Het heeft bij monde van de de directrice bovendien laten weten dat het een dergelijk 'gebruik' in de toekomst zeker niet wil uitsluiten.

Dat is de reden dat Struycken naar de rechter is gestapt. In de hem destijds verstrekte opdracht was gebruik van de zuilen voor andere doeleinden niet voorzien. Was dat wel zo, dan zou hij daarmee ongetwijfeld rekening hebben gehouden en een ander werk hebben gemaakt.

Een aspect dat in de discussie nog niet ter sprake is gebracht betreft het soort instelling dat het NAi is. Het is het nationale architectuurmuseum, dat in zijn collectievorming en tentoonstellingsprogramma het beheer en behoud van waardevolle architectuur onder de publieke aandacht wil brengen. Men kan zich, gezien de luchthartige manier waarop met Struyckens kunst wordt omgegaan, afvragen hoe ruimdenkend directie en bestuur van het NAi zich opstellen als het om veranderingen in architectuur gaat zonder dat van dwingende noodzaak sprake is.

Zouden zij het bijvoorbeeld acceptabel vinden, in het kader van een of andere manifestatie, om het Rietveld-Schröderhuis pimpelpaars, oranje en groen te schilderen? Zouden zij, omdat het veel gezelliger staat, de binnenwanden van het eigen, door Jo Coenen ontworpen gebouw betimmeren met donkerbruine schrootjes en beplakken met bloemetjesbehang, ook al is het maar voor tijdelijk en weer afneembaar?

Van een instelling als het NAi mag respect worden verwacht, voor architectuur en voor kunst in de architectuur.

Carel Blotkamp is hoogleraar moderne kunstgeschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Meer over