Perplexicon

Hoeveel nonsens kun je hebben?

Fens Kees

344 Pagina's telt het door Tysger Boelens en Gerrit Komrij samengestelde boek Perplexicon, dat als ondertitel heeft Het abc van de nonsens . Al meteen op de eerste pagina van de 'Inleiding' staan deze twee, bijna elke andere gedachte overbodig makende zinnen:

Nonsensicale humor is humor die nergens goed voor is. Het is absolute humor, l'humour pour l'humour.' Het absolute kan men slechts met mate tot zich nemen. Het is voor fijnproevers. En dan nog voor de kleine fraaie hoeken van hun geest. De 344 pagina's achter elkaar lezen is dan ook onverantwoord; men eindigt in een hoge staat van ledigheid in het hoofd, waarin woorden zonder betekenis ronddwalen. Ik heb het boek niet bij delen en deeltjes gelezen, maar in twee lange leeszittingen; ik bleek daar niet tegen bestand. Ik verried de humor om de humor. Bij het heel mooie hoofdstuk 'niemand & niets' had ik dit heel kleine fragment (maar hoe verfijnd en kostbaar) langzaam in mij op moeten nemen en lang moeten naproeven:

"'Ik zie niemand', zei Alice. 'Ik wou dat ik zulke ogen had', zei de koning jaloers. 'Dat je Niemand kan zien! En nog wel van zo'n afstand!'"

Dat is de grote Lewis Carrol, die in het boek het meest wordt genoemd. Hij is voor vele vormen van nonsens voorbeeldig. (Het allergrootste raadsel liet hij natuurlijk bij zijn dood achter: de inhoud van zijn hersens.) Na aan Odysseus en de cycloop met de naam Niemand te hebben gedacht (een wel heel effectieve nonsens , geen humor om de humor, want Odysseus redde er zijn leven mee), las ik door en dat was niet verantwoord.

De kracht van het geciteerde dialoogje is uiteraard de vanzelfsprekendheid ervan. Het gaat om normale zinnen. De onlogica kan alleen in de logica triomferen. Waar de taal zelf op hol slaat , niet alleen in zinnen, maar ook woord voor woord, krijgt men een heel andere, gemakkelijker te dragen humor. De koning met zijn taal wekt bij de lezer de altijd slapend aanwezige angst voor de wartaal, voor een niet meer kloppende wereld waarop de taal geen vat meer heeft. De Engelsen zijn gelukkig met woorden die zichzelf niet meer in de gaten hebben. Het nonsensgedicht 'On the Ning Nang Nong' van Spike Milligan (van hem is ook de fraaie paradox: 'Als ze nu nog leefde, zou ze dertig jaar dood zijn') is hun favoriete komische vers. Het begint zo:

On the Ning Nang Nong

where the cows go Bong

and the monkeys all say Bon!

There is Nong Nang Ning

where the trees go Ping

and the tea pots Jibber Jabber Jou!

Ik moet zeggen (en dat geldt voor meer nonsensteksten) het enige raadselachtige aan het vers de uitroeptekens te vinden. Dat nadrukkelijkheidsteken wijst op de nonsens van de nonsens . En daarmee verdwijnt die nonsens ! Een heel hoog nonsensgehalte wordt ook bereikt in de parodieën en satiren. Er staan meesterwerkjes in het boek - Van der Plas, Komrij zelf, Kousbroek.

Wat Perplexicon laat zien is hoeveel uitingsmogelijkheden nonsens kent. Hoeveel verschillende ook. Maar men kan ook ontdekken dat niet elke rare inval nonsens oplevert. Een melig talent is het minst geschikt voor de beoefening van de nonsens.

We krijgen een beknopte geschiedenis van de nonsens . Even wijken we uit naar buiten Europa en lezen dan deze dialoog:

'"Een leerling zei verontschuldigend tot een zenmeester: 'Ik ben hier met lege handen gekomen.' 'Leg het daar maar neer!', zei de meester. 'Maar ik heb niets bij me, hoe kan ik het dan neerleggen?', vroeg de leerling. 'Neem het dan maar weer mee!', zei de meester."'

De leerling moet door zulke teksten of ervaringen het licht leren zien, staat in de begeleidende tekst. Het zal wel, maar dan alleen met schele ogen.

Na de geschiedenis krijgen we een verleidelijke bibliografie van de nonsens ; heel veel geleerden hebben aan de bestudering ervan hun rijpe, ernstige jaren besteed.. Daarna begint het abc, het gelukkigst makende deel van het boek. Erin zijn ondergebracht begrippen en genres en b

elangrijke beoefenaars van de vormen van nonsens .

Het eerste trefwoord is 'abracadabraïsme' en daaronder vinden we teksten in wartaal of laltaal. Het Nederlandse hoogtepunt wordt 'Oote' van Jan Hanlo geacht, dat ik nog altijd een mooi gedicht vind. Het vers wordt gevolgd door een fraai beschroomd commentaar van Remco Campert, geschreven in 1952.

De laltaal-afdeling (de serieuze laltaal van pinksterfeesten ontbreekt natuurlijk) bewijst de belezenheid van de twee auteurs. Ze houden die ongewone kennis van wat velen als een periferie zullen beschouwen - ten onrechte - vol tot het laatste trefwoord 'Zwarte humor'.

De eerste tekst ervan, een kwatrijn van Edward Arnold, is meteen kachelzwart (de vertaling is van Komrij):

Mijn broertje Piet, met zijn nieuwe

das,

Viel in het vuur, en verbrandde tot

as.

't Wordt kil in de kamer, de kachel

gaat roken.

Toch vind ik het hard om mijn

Pietje te poken.

Van de grote figuren ontbreekt, geloof ik niemand (van de kleinere misschien ook niet, maar die ken ik niet allemaal): Woody Allan, Battus, Bomans, Breemer en Buddingh', Lewis Carroll , de televisieserie Monty Python, Chars, de grote nonsenskunstenaar Ionesco (wiens De kale zangeres in het begin van de jaren vijftig voor mij een openbaring was), Edward Lear (na Carroll de meest genoemde), tot mijn grote geluk; The Marx Brothers, John O'Mill (ten onrechte vergeten in een nog altijd durend lang leven), Morgenstern uiteraard, de absolute taalvirtuoos Queneau, Michel van der Plas, Schwitters, Daan van der Vat, een van de grootste Nederlandse nonsensdichters.

Het absolute en dus fijnzinnige karakter van de nonsens veroorzaakt geen luide lach; die komt doorgaans uit gemakzucht voort. Perplexicon vereist zorgvuldige lezing en goed nadenken. De lach is een stille lach van begrijpen, misschien vooral van de dwaasheid van alles dat geen nonsens is.

Een van de mooiste uitspraken staat boven het hoofdstukje 'Nonsenswetenschap'. Hij is van Marcel Duchamp en luidt: 'Het is niet zo eenvoudig om nonsensicaal te zijn, omdat nonsensicale dingen vaak heel zinnig blijken te zijn.'

Als het waar is - en dat geloof ik - zijn heel wat nonsensicale auteurs uit het boek mislukt, want ik heb zelden zoveel zinnigheden op alfabet bij elkaar gezien.

Wat moet ik nu? Heb ik bijna alles verkeerd gelezen? Geen beter boek dan dat je met veel twijfels achterlaat. Dat is een zeer zinvol bedoelde mededeling.

Meer over