De week in boekenVerschillende plots

Percival Everett schreef drie versies van één roman en hoopte op verwarring. Maar corona gooide roet in het eten

Percival Everett schreef met Telephone eigenlijk drie boeken.  Beeld Getty Images
Percival Everett schreef met Telephone eigenlijk drie boeken.Beeld Getty Images

Een beetje discussie over de interpretatie van een roman valt voor een auteur natuurlijk alleen maar toe te juichen. Maar er zullen weinig boeken zijn die tot zoveel debat, onenigheid ­– en ja, zelfs handgemeen – hadden kunnen leiden als Telephone van Percival Everett.

Lezer 1: ‘Ik vond die neo-nazi’s op het eind wat vergezocht.’

Lezer 2: ‘Neo-nazi’s? Waar héb je het over? Bedoel je die deelnemers aan de workshop poëzie?’

Lezer 3: ‘Hebben jullie het boek eigenlijk wel gelezen?’

De Amerikaanse schrijver Percival Everett bracht deze week zijn nieuwste roman uit. Of eigenlijk, hij bracht drie nieuwe romans uit: allemaal onder dezelfde titel (Telephone verwijst naar het spel waarbij je in het oor van je buurman een zin fluistert die aan het eind van de fluisterketen totaal veranderd is). De drie boekomslagen lijken identiek, maar zijn een Zoek de drie verschillen voor gevorderden.

Ook binnenin wijken de romans aanvankelijk nauwelijks af: ze verhalen over een geoloog die zijn dochter verliest aan een progressieve ziekte, in de binnenzak van een op internet besteld jasje een noodkreet vindt (‘Help ons!’) en spoorslags naar New Mexico afreist om daar wél iemand te kunnen redden. Aan het eind van het boek krijgt hij daarbij hulp van: zie lezer 1, zie lezer 2, of (lezer 3) een zwijgzame detective.

Ruim dertig boeken schreef Everett (63) al. Die zijn lastig onder één noemer te vangen: van het absurdistische I Am Not Sidney Poitier (over een man met de naam Not Sidney Poitier) en een satire over poststructuralisme verteld door een baby die praat als Roland Barthes, tot een nep-handleiding voor slavenbezitters.

Het leverde Everett een reputatie op van ‘writer’s writer’, hogelijk gewaardeerd onder kenners. Alleen in Frankrijk, geboorteland van het structuralisme en van Raymond Queneau (met zijn 99 vertellingen van dezelfde gebeurtenis), is hij breed bekend. Dáár liggen zijn boeken bij de bestsellers.

Met Telephone wil Everett de kwestie aankaarten wie de werkelijke baas in een boek is. De schrijver? Of de lezer, die er zijn eigen invulling aan geeft? Wat al blijkt uit het feit dat veel lezers er voetstoots van uitgaan dat Everetts personages wit zijn – tot Everett op driekwart van een boek een hint geeft dat ze gekleurd zijn, net als hijzelf.

Het meest had Everett zich verheugd op de chaos, zegt hij in een interview in The New York Times. Op de recensies, die over totaal verschillende plots zouden gaan. Maar corona gooide roet in het eten.

De bedoeling was geheim te houden dat er drie verschillende versies zijn, en de verwarring te laten groeien. Maar nu de onzekerheid door het virus al groot genoeg is, vond de uitgever dat niet kies. En maakte de verschillen wereldkundig.

Dus zit er voor Everett niets anders op dan naar zijn volgende boek uit te kijken. Het is al af. Het gaat over lynchen.

Meer over