Parijs is een blondje

Jong en langbenig gaat naar Versace, Ungaro is voor de beter geföhnde kapsels, en de jetset zit bij Valentino. In de modewereld liggen de rollen vast, maar nieuwkomers als Viktor & Rolf laten in Parijs zien dat haute couture nog verrassen kan....

DE BEELDENDE KUNST is verdampt. Misschien omdat ze de relatie met het menselijk lichaam is kwijtgeraakt, en zo haar ziel heeft verloren. Gelukkig hebben we nog haar zusje haute couture, die de strategie en culturele kritiek van de beeldende kunst combineert met een vakmanschap dat verbonden is met de menselijk vorm.

Dit zegt Douglas Coupland in het mini-essay dat hij schreef voor de couturecollectie voor winter 2000/2001 van het Nederlandse duo Viktor & Rolf. Coupland gaf de ontwerpen ook hun namen: Hawk (System Error Please Restart) bijvoorbeeld, of Wasp (You've Got Mail). Overigens zonder ook maar één creatie te hebben gezien: de communicatie tussen Rolf Snoeren en zijn favoriete schrijver speelde zich af per e-mail.

Afgelopen woensdag sloot de show van Viktor & Rolf de halfjaarlijkse haute-coutureweek in Parijs af. De verwachtingen waren hooggespannen. Viktor & Rolf, van wie net de eerste prêt-à-portercollectie in de winkels hangt, is de aflopen jaren uitgegroeid tot een van de meest spraakmakende namen in de modewereld.

Het was, inderdaad, weer een verrassende show. Door een dichte mist liepen modellen in kleren die op zichzelf klassiek en weinig opzienbarend zouden zijn, ware het niet dat ze versierd waren met honderden, soms duizenden zilver- en goudkleurige belletjes. Bij een crèmekleurige trenchcoat zaten ze onder meer aan de binnenkant van de kraag. Een roze baljurk had een met belletjes afgezette ceintuur, waaraan een grote koeienbel hing. En dan was er de van onder tot boven met bellen bedekte, mouwloze veren jas, die dankzij de versiering honderd kilo woog.

Tijdens de show was geen muziek te horen, alleen het geluid van al die belletjes. Twaalf keer dat zachte getingel door de mist, en toen was het voorbij. De bezoekers bleven beduusd op hun stoelen zitten, nog niet helemaal wetend wat ze met dit statement aanmoesten.

'Mode is meer dan een beeld', legde Rolf Snoeren na afloop uit, tussen felicitaties van ontwerper Azzedine Alaïa en André Leon Talley van de Amerikaanse Vogue. 'Het gaat ook om het aura eromheen. En dat is niet tastbaar, dat moet je voelen. Daarom kon je niet zien, alleen horen dat de kleren eraan kwamen.'

Haute couture heeft tegenwoordig vele gezichten. Jarenlang fungeerden de couturecollecties vooral als generator van publiciteit. Hoe extremer de ontwerpen, hoe meer publiciteit, hoe sterker het aura van een merk en hoe groter de verkoop van parfums en tassen, de zaken waarmee grote modehuizen echt geld verdienen. Vooral Dior-ontwerper John Galliano is daar nog altijd goed in.

En nu zijn er ook ontwerpers als Viktor & Rolf, die hun werk zien als een vorm van beeldende kunst. Maar haute couture blijft natuurlijk gewoon op maat gemaakte, dure kleding. Over de hele wereld zijn er misschien een paar duizend vrouwen die zich dat kunnen en willen permitteren, maar ze zijn er wel degelijk.

Jong en langbenig gaat naar Atelier Versace, op de eerste rij bij Ungaro zitten dames van zekere leeftijd met zorgvuldig geföhnd haar, de internationale vrouwelijke jetset zoekt het bij het glamoureuze Valentino.

Met die vrouwen, die tienduizenden guldens neerleggen voor een jurk, wordt natuurlijk ook rekening gehouden. Dit seizoen was dat af en toe wel heel duidelijk. Het was alsof een aantal couturiers wilde zeggen: kom maar hier met dat dotcom-geld, je krijgt er een fijne jurk voor, die je nog kunt begrijpen ook.

Versace, vroeger vaak over-the-top en een tikje ordi, kwam sexy voor de dag, maar vrouwvriendelijk sexy en redelijk ingetogen. Dat wil zeggen: voorzover je een knielange jurk van perzikkleurig krokodillenleer ingetogen kunt noemen - of een over de vloer slepende jas van sabelbont, of felgekleurde, gedrapeerde jurken, die de rug en vaak ook een gedeelte van de billen bloot laten.

Laatstgenoemde exemplaren zullen we ongetwijfeld vele keren terugzien op foto's van Jennifer Lopez, Gwyneth Paltrow en Liz Hurley. Paltrow en Lopez zaten op de eerste rij, Lopez uiteraard hand in hand met Puff Daddy.

Ook Karl Lagerfeld betoonde zich deze keer bijzonder klantvriendelijk. Zijn show speelde zich af in een zwembad, waar modellen in hoge, doorzichtig plastic laarzen over een doorzichtige catwalk boven het water liepen. Hij toonde er ontwerpen voor Chanel: jasjes, jurken en mantelpakjes tot net boven de knie, met als enige versiering een brede, simpele heupceintuur.

Alexander McQueen, de Engelse ontwerper van Givenchy, wil dat zijn cliëntèle vooral lol heeft. Hij bouwde op het podium letterlijk een feestje, waartussen modellen paradeerden in heel uiteenlopende, maar altijd vrolijke ontwerpen, zoals een gebloemd strak leren motorpak met bijpassende helm, een gele baljurk met een hoepelrok van geel bont en een geheel transparante jumpsuit.

Het oogde een beetje geforceerd, maar wel leuk. Misschien een beetje té: soms was het moeilijk je blik los te maken van de uitbundig dansende figuranten, die gewoon hun eigen kleren droegen. De modellen staken er een beetje stijf bij af.

HET HUIS Saint Laurent is onlangs overgenomen door Gucci, en Tom Ford, de man die van het oubollige Gucci een must-have-label maakte, zal met ingang van komend seizoen de prêt-à-porter voor vrouwen ontwerpen. Maar de couture is onafhankelijk van Gucci gebleven en valt nog steeds onder verantwoordelijkheid van Saint Laurent zelf. En die had er duidelijk zin in: maar liefst 92 outfits ontwierp hij, meer dan wie ook. Er waren weliswaar herhalingen; niet één lange zijden kaftan, maar drie op een rij, maar het blijft een ongelooflijk aantal.

Vooral de avondkleding was fraai: satijnen jurken met lange mouwen en wijd uitlopende rokken, rokken die onder de billen bijeen worden gehouden met een kwieke strik, een strapless jurk van veren. Bijna vrolijk nam de toch niet als blijmoedig bekend staande Saint Laurent zijn staande ovatie in ontvangst.

De naam die al een tijdje rondzingt als mogelijke opvolger van Yves Saint Laurent is die van Jean-Paul Gaultier, die zich nadrukkelijk manifesteert als Franse ontwerper, dit keer zelfs letterlijk. Op de bruidsjurk na, een mini-jurk van bont, noemde hij alle 55 ontwerpen naar Parijs (A Paris, quand une amour fleurit; Paris, c'est une blonde; Paris secret - wijlen Max Heymans, die zijn ontwerpen elke keer weer dezelfde Franse namen gaf, zou er jaren mee vooruit hebben gekund) en de stad is dan ook uitgebreid terug te vinden in zijn ontwerpen.

Zijn rokken en jurken zijn versierd met portretten van de oerparisiennes Edith Piaf en Kiki de Montparnasse, liefdesverklaringen aan Parijs staan in fluwelen letters als kraag op zwart fluwelen jurken. Voor deze winter maakte Gaultier zelfs een jurk in de vorm van de Eiffeltoren, die er niet eens gekunsteld uitziet. Gaultier, die pas een paar jaar haute couture doet, gebruikt het genre vooral om ouderwets vakmanschap tentoon te stellen.

Viktor & Rolf is niet meer het enige Nederlandse duo dat doorgedrongen is tot de Parijse haute couture. Ook Keupr/vanBentm showde zijn eerste couturecollectie, zij het buiten het officiële programma om. Net als voor Viktor & Rolf is couture ook voor hen vooral een middel om een artistiek statement te maken.

Waar andere couturiers hun show beginnen met een bontjas of een mantelpak, openden Michiel Keuper en Francisco van Benthem met een asymmetrische roze leren jas, in de vorm van, jawel, een paard. Het levensgrote paardenhoofd zat naast het hoofd van het mannelijke model, vier zilverkleurige metalen hoeven bungelden aan de voor- en achterkant. Stallion heette het ontwerp dan ook.

Na de hengst kwamen nog 23 uitzinnige ontwerpen, waarin af en toe nog een gedeelte van een colbert, een rok of broek te herkennen was, maar verder in niets leken op gangbare kleren. Keupr/vanBentm schrikt er niet voor terug een volmaakte rechthoek, die ver voorbij de schouderlijn komt, als achterpand te gebruiken. Raar, maar wel uitgebalanceerd en tussen al dat bont en krokodillenleer heel fris.

Ondraagbaar? Je zou zeggen van wel, al waren Keuper en Van Benthem niet te flauw om nog even in een eigen ontwerp het podium op te komen.

Meer over