Film

Paolo Sorrentino: ‘Een Oscar brengt eerst veel geluk, maar dan zakt je enthousiasme’

Toni Servillo (links) en Filippo Scotti als vader en zoon in The Hand of God. Scotti speelt het jonge alter ego van regisseur Paolo Sorrentino. 
 Beeld Gianni Fiorito
Toni Servillo (links) en Filippo Scotti als vader en zoon in The Hand of God. Scotti speelt het jonge alter ego van regisseur Paolo Sorrentino.Beeld Gianni Fiorito

Het werd tijd voor zijn grote autobiografische film, vond Oscarwinnaar Paolo Sorrentino (51). In The Hand of God keert hij terug naar Napels, Maradona en de plotselinge dood van zijn ouders.

Bor Beekman

Zestien jaar was Paolo Sorrentino, toen de cineast uit Napels voor het eerst toestemming kreeg van zijn vader om een uitwedstrijd van Napoli te bezoeken. Samen bezochten ze trouw de thuiswedstrijden: idolaat van Diego Maradona, die tegen alle verwachtingen in had getekend bij de povere club uit het zuiden van Italië. En nu wachtte de wedstrijd in en tegen Empoli, op 5 april 1987. Dat weekend ging Paolo, anders dan gebruikelijk, níet met zijn ouders mee naar hun vakantiewoning in de bergen. Om het Argentijnse voetbalwonder te aanschouwen. Het werd 0-0, in Empoli. En de volgende dag belde de conciërge van het berghuisje: Sorrentino’s beide ouders waren omgekomen door koolmonoxidevergiftiging. Voortaan was hij wees, samen met zijn broer en zus.

En zo ontstond ook de gedachte dat het Maradona was geweest, in zekere zin, die hem voor het lot van zijn ouders had weten te behoeden. ‘Ik zag dat zo, op een gegeven moment. Of ik dacht erover na.’

Handsgoal

Sorrentino (51) zit ontspannen op een terras in Venetië, omringd door een vijftal journalisten. Gebronsd gelaat, flanellen pak, sigaartje tussen de vingers. Het is begin september, de wereldpremière van zijn eerste autobiografische speelfilm The Hand of God. Met daarin ingebed het ongeluk en de Maradona-verering; de titel zinspeelt op Maradona’s eerdere Goddelijke interventie: de handsgoal in de WK-kwartfinale 1986 tussen Argentinië en Engeland. Het drama speelt zich af in de jaren tachtig en volgt de jonge jaren van Sorrentino’s alter ego Fabietto Schisa, een wat slungelachtige Napolitaan met een kleurrijke schare aan tantes en (aangetrouwde) ooms.

De jongen trekt op met een zich per speedboot verplaatsende smokkelaar, maar lijkt in zijn dromen van een ander, grootser leven toch vooral gebiologeerd door een lokale filmregisseur. ‘La realtà è scadente’, stelt Fabietto: de realiteit is ondermaats, die schiet altijd tekort. Maar filmers kunnen die realiteit verheffen, zodat het tóch wat lijkt.

‘Misschien werd ik mijn carrière een beetje zat’, antwoordt Sorrentino, glimlachend bij de vraag waarom hij zijn eigen jeugd als onderwerp had gekozen. ‘Ik had het idee dat ik de hele tijd min of meer dezelfde film aan het maken was, dat ik zo’n regisseur zou worden die alleen nog binnen zijn eigen traditie werkt. Zoals veel regisseurs die worden bewonderd om hun vroege werk, ook door mij, maar daarna films maken die lijken op de films die ze in het begin maakten, alleen minder goed. Dus ik besloot dat het anders moest, bij deze film. Ik heb mijn wijze van regisseren maximaal omgegooid.’

Paolo Sorrentino op de grasmat.
 Beeld Gianni Fiorito
Paolo Sorrentino op de grasmat.Beeld Gianni Fiorito

Academy Award

In 2014 won hij een Oscar voor La grande bellezza, zijn ode aan landerig Rome. ‘Als je een Academy Award wint, is het alsof je die ene unieke film die je ooit zou maken in je leven ook hébt gemaakt. Dat idee bestaat eerst in de perceptie van anderen, maar uiteindelijk ga je er zelf ook in geloven. Omdat alles in je leven zich ineens verhoudt tot die film: wat je ervoor deed, wat je erna zult doen. Zo’n prijs brengt je eerst heel wat geluk, maar doet toch ook iets met je enthousiasme: dat daalt, een behoorlijk eind. Ik vond het wel weer terug, hoor, dat enthousiasme. Ik zie er vandaag misschien een beetje moe uit, maar ik ben heel enthousiast. Vooral over deze film.’

Sorrentino de filmer staat bekend om het grotere gebaar; de stilist die graag uitpakt. Sorrentino de prater is van een ander slag. Eerder gemoedelijk. Geamuseerd door de vragen van de internationale pers, die nooit helemaal door zijn ironische grondhouding lijkt te kunnen prikken. Meent de cineast nou echt dat hij met zijn nieuwe film iets anders probeert?

Vooruit, Sorrentino schuift met The Hand of God dichter op de schoot van Fellini: terug naar de Italiaanse jeugdjaren, ook hier vergezeld van een stoet groteske figuren, van een exhibitionistische tante tot een mythische Napolitaanse kindmonnik. Ook is er de oudere broer van hoofdpersonage Fabietto, die zo graag gecast en ontdekt wil worden door grootmeester Fellini. Maar al vanaf het magnifieke openingsshot van The Hand of God, waarin de camera boven de baai van Napels zweeft, weet je meteen: we kijken naar een Sorrentino.

‘Ik denk dat ik een simpelere film heb gemaakt’, zegt hij, desondanks. ‘Niet te artificieel. Dat wilde ik tenminste proberen. Ik maak me altijd druk om de stijl, om het visuele. En uit angst om niet interessant genoeg te zijn, probeer ik altijd zo veel mogelijk in een film te stoppen. Dat heb ik dit keer niet gedaan.’

En die hand van God uit de titel, dat moet ook niet te serieus worden genomen. ‘Ik geloof dat je verkeerd eindigt als je écht denkt dat je de hand van God bent.’

Teresa Saponangelo in The hand of God.

 Beeld Gianni Fiorito
Teresa Saponangelo in The hand of God.Beeld Gianni Fiorito

Ironie

Meer nog dan Fellini, eert Sorrentino zijn leermeester Antonio Capuano, de Napolitaanse cineast die de jonge Fabietto in The Hand of God van levensadviezen voorziet. De inmiddels hoogbejaarde cineast bezorgde Sorrentino in de jaren negentig diens eerste baantje op de set. ‘Hij wees me op het belang van conflict. Niet alleen in het werk, maar ook in mijn privébestaan. Hoe conflict noodzakelijk is als je een vol leven wilt leiden.’

The Hand of God is ook een ode aan Napels. ‘Die stad betekent veel voor me’, zegt de regisseur. ‘Ik kan dat niet zomaar even opsommen. Het is de plek die me vormde. In de jaren tachtig, toen ik als jongen hele dagen door de stad struinde, mensen leerde kennen op straat. Je moet weten dat lopen door Napels in die tijd een soort safari door de jungle was, zonder de veiligheid van een auto om in te springen als de leeuw op je afkomt. Het straatleven in Napels was grappig, maar evenzeer gevaarlijk. Chaotisch ook, vol briljante personages voor films.

‘Van mijn familieleden heb ik geleerd hoe je ironie gebruikt. Het was er altijd, die ironie: om problemen te verbergen of problemen iets kleiner te maken. Een typische eigenschap van mijn Napolitaanse familie.’

Sorrentino peinst even over de vraag of het hem toch ook vrij maakte, toen hij zo jong al zijn ouders verloor. ‘Je wordt wel vrij. Maar die vrijheid is tegelijk iets waardeloos, op dat moment. Het klopt dat je kunt doen wat je wilt, als je ouders er niet meer zijn. Maar zelf was ik nog niet in staat die vrijheid op een juiste manier te hanteren.’

Vond hij het pijnlijk om sommige scènes uit zijn jeugd te regisseren?

‘Soms wel. Dan deed ik alsof het over iemand anders ging, in plaats van mijzelf. Maar er zaten ook veel grappige scènes bij. Een film maken is een lang proces. De hele reikwijdte aan nuances en gevoelens trekt aan je voorbij.’

Maradona is ook te zien in The Hand of God, als de voetballer (een digitaal bewerkte dubbelganger) tijdens de training van Napoli met ongekend gemak de ene na de andere bal exact in dezelfde hoek van het doel trapt. Sorrentino werkte eerder met een Maradona-lookalike voor Youth , zijn dramatische komedie uit 2015 over twee gepensioneerden (Harvey Keitel, Michael Caine) in een Zwitsers kuuroord, waar een zwaarlijvige medegast en ex-voetballer zijn ongeëvenaarde hooghoudkunst demonstreert door een tennisbal steeds recht de hemel in te trappen.

Voor het overlijden van de voetballer in 2020 kondigde Maradona’s advocaat mogelijke juridische actie aan tegen The Hand of God, daar de voetballer zijn portretrecht niet had afgestaan. Volgens Netflix, dat de film produceerde, ging de film niet over Maradona, maar over de jeugdjaren van de cineast. ‘Dat met die advocaat kwam van kringen om Maradona heen’, zegt Sorrentino. ‘Mensen die niet per se leuk zijn, of eerlijk, of de beste intenties hebben. Ik denk dat ze er wat geld uit hoopten te slepen.’

De filmmaker droeg zijn Oscar voor La grande bellezza (mede) op aan Maradona. ‘Daarna stuurde hij me een T-shirt. Hij heeft me na de Oscaruitreiking ook nog gebeld, maar toen zat ik in een vliegtuig. De stewardess riep: doe die telefoon onmiddellijk uit! Zo heb ik mijn kans om Maradona te spreken gemist.’

Netflix

Paolo Sorrentino's The Hand of God , de Italiaanse Oscarinzending, werd op het filmfestival van Venetië bekroond met de grote juryprijs. Vanaf 15 december is de film behalve in de bioscoop ook te zien op Netflix. Ook de twee seizoenen van Sorrentino's Vaticaan-serie (The Young Pope en The New Pope) zijn bij de betaalzender te zien, evenals zijn met de Oscar bekroonde meesterwerk La grande bellezza.