InterviewPaolo Cognetti

Paolo Cognetti: ‘Het schrijven wordt steeds moeilijker’

Paolo Cognetti Beeld Mattia Balsamini
Paolo CognettiBeeld Mattia Balsamini

Paolo Cognetti (43) voelt de last van zijn wereldwijde bestseller De acht bergen, ook bij zijn nieuwe roman Het geluk van de wolf.

Ergens rond zijn dertigste keek de toen nog berooide Paolo Cognetti naar zijn leven en besloot dat hij ontevreden was over wat hij zag. Of specifieker: hij keek in een Milanese bioscoop naar de film Into the Wild, over een jongeman die alles achter zich laat en in de wildernis van Alaska gaat wonen en voelde een niet te negeren aandrang hetzelfde te doen.

Dat bioscoopbezoek veranderde zijn leven voorgoed, zegt Cognetti. De film injecteerde hem met zo’n dosis heimwee naar zijn jeugd in de bergen, naar die magistrale Alpen van Noord-Italië waar hij vroeger tijdens de zomervakanties lange, zwijgzame wandelingen maakte met zijn vader, die inmiddels overleden was, dat hij, toen hij de bioscoop uitliep, zichzelf voornam om dat hele vermaledijde stadsleven in Milaan achter zich te laten en naar Estoul te verhuizen, een plaatsje aan de voet van de Monte Rosa in Valle d’Aosta waar het niemand wat interesseerde dat hij geld noch succes had. Hij ging er als kok werken in het lokale restaurant en begon over de bergen te schrijven.

Ziedaar de twee thema’s die sindsdien altijd terugkeren in het schrijversleven van Paolo Cognetti: de bergen en die vreemde drang het roer compleet om te gooien en opnieuw te beginnen. In zijn buitengewoon succesvolle roman De acht bergen (2017) was het de dertiger Pietro die de stad verruilde voor de Alpen, in zijn autobiografische Zonder de top te bereiken (2020) was het Cognetti zelf die in Nepal op zoek ging naar een zalvende ervaring en ook in zijn nieuwe boek Het geluk van de wolf trekt een berooide schrijver met een mislukt huwelijk naar een dorp in de bergen waar hij een baantje als kok neemt (bij hetzelfde Il Pranzo Di Babette waar de echte Cognetti werkte), verliefd wordt op serveerster Silvia (een personage gebaseerd op Cognetti’s partner Federica) en al wandelend steeds meer van zijn onbehagen verliest.

‘Toen ik gisteren in de trein zat naar Amsterdam, zag ik weer dat we in een deel van de wereld leven waar de mens overal aanwezig is’, zegt Cognetti in datzelfde Amsterdam, waar hij even op bezoek is. ‘Vanuit je raampje zie je overal huizen, bewerkte velden, steden, spoorwegen; het is een wereld die volledig door de mens wordt gedomineerd. Maar als je nu, rond deze tijd van het jaar, naar mijn huis in Estoul gaat, is daar helemaal niemand. Precies dat idee, dat er in het hart van Europa nog een plek bestaat die niet door de mens is aangeraakt, is wat mij betreft iets wonderlijks. Het is iets dat mij blijft ontroeren en is dus ook iets waar ik graag over schrijf.’

In uw nieuwe boek trekt het hoofdpersonage Fausto geregeld met een schrift de bergen in om alles te beschrijven wat hij ziet. Heeft u het zelf ook zo geleerd?

‘Ik heb rond mijn zeventiende, of achttiende besloten dat ik schrijver wilde worden. Alleen waren er toen geen schrijversopleidingen in Milaan, waardoor ik mij heb ingeschreven op de Scuola di Cinema in Milaan. Niet omdat ik film wilde maken, maar omdat ik een verhaal wilde leren vertellen. Daar heb ik heel veel geleerd. Het is bovendien de reden waarom ik nog altijd in beelden schrijf. Ik vertel mijn verhalen graag aan de hand van dingen die je kunt zien.

‘Verder is schrijven natuurlijk een beroep voor autodidacten. Mijn zelfgekozen meesters waren in het begin vooral Amerikaanse schrijvers van korte verhalen, zoals Raymond Carver, J.D. Salinger, Ernest Hemingway. Later is mijn smaak iets meer richting de Italiaanse literatuur geschoven, die ik tijdens mijn middelbare schooltijd nog saai en ouderwets vond en de laatste tijd lees ik vooral natuurschrijvers als Barry Lopez. Hij weet de natuur zo goed te beschrijven dat het bijna een foto wordt. Dat heb ik nu ook geprobeerd. Voor mij is het belangrijk om, ook al is dit het vierde boek dat ik over de bergen schrijf, elke keer weer iets nieuws te doen. Ditmaal heb ik geprobeerd om de natuur echt als een eigen personage neer te zetten. Er zijn hoofdstukken waar bijvoorbeeld geen mensen in voorkomen. Alleen een wolf en een gletsjer.’

Paolo Cognetti  Beeld Mattia Balsamini
Paolo CognettiBeeld Mattia Balsamini

Is schrijven iets wat u van nature goed afgaat of moet u er hard voor werken?

‘Ik moet zeggen dat het steeds lastiger wordt. Waarschijnlijk omdat je niveau steeds moet meegroeien met je ambities. Het moet continu beter, waardoor het ook moeilijker wordt. Vroeger schreef ik bijvoorbeeld veel meer dan ik nu doe. Jarenlang was het voor mij onmogelijk om een dag niet te schrijven. Dat is al lang niet meer zo. Nu heb ik veel meer voorbereiding nodig. En dan bedoel ik geen technische voorbereiding, maar mentale voorbereiding. Ik heb een enorme dosis concentratie nodig en moet mijzelf echt beloven dat ik mijn tijd puur aan schrijven besteed. Anders lukt het niet. ’

Misschien heeft dat te maken met het gigantische succes van De acht bergen, dat zowel de prestigieuze Premio Strega als de Prix Médicis étranger won, in meer dan veertig landen werd uitgegeven en meer dan een miljoen keer werd verkocht. Het maakte Cognetti weliswaar wereldberoemd, geliefd, aanbeden en gierend rijk, maar zadelde hem tegelijkertijd op met een bijna niet waar te maken verwachting over dat wat nog komen gaat.

Kijk alleen al naar wat er in Nederland gebeurde: al een paar maanden na de publicatie van De acht bergen, op het moment dat zijn Nederlandse uitgever begreep goud in handen te hebben, verscheen een vertaling van De buitenjongen, een dun boekje dat bij publicatie in Italië in 2013 nauwelijks aandacht had gekregen, maar nu opeens door recensenten werd vergeleken met De acht bergen (‘Minder van hetzelfde’, kopte De Groene Amsterdammer).

Iets soortgelijks gebeurde met Sofia draagt altijd zwart, een boek dat Cognetti al in 2012 schreef en dat nu opeens in tig talen werd vertaald – en in evenzoveel talen werd neergesabeld omdat het minder goed was dan De acht bergen (‘Pas op de laatste bladzijden (...) voel je iets van de betovering die je in De acht bergen de hele tocht in de greep hield’, aldus de Volkskrant). Weer een paar maanden later, toen Zonder de top te bereiken uitkwam, gebeurde hetzelfde (twee sterren in de Volkskrant) en ook over Het geluk van de wolf hing al voor de publicatie de onvermijdelijke schaduw van zijn imposante, maar immer aanwezige acht bergen.

Zijn recensies belangrijk voor u?

‘Natuurlijk. Ik kan wel doen alsof dat niet zo is, maar dat zou onmenselijk zijn. Ze zijn heel belangrijk voor me.’

Vindt u schrijven nog wel leuk?

‘Als het boek af is.’

Voor of tijdens het schrijven niet?

‘Nee, voor ik begin is er vooral angst en benauwdheid. Tijdens het schrijven zijn er soms wel mooie momenten – van die momenten waarop het opeens begint te stromen, als een beekje waarin je zwemt en dat je meevoert zonder dat het al te veel moeite kost. Bij dit boek was er bijvoorbeeld een hoofdstuk dat ik in twee, drie dagen heb geschreven. Op dat soort momenten ben ik dankbaar. Die momenten eindigen wel altijd, maar het is gelukkig niet allemáál een kwelling.’

Die benauwdheid die u voor het schrijven ervaart, wat is dat voor een gevoel?

‘Niet weten of het je wel lukt. Continu het gevoel hebben dat je tekort schiet ten opzichte van hetgeen je wilt bereiken. Het gevoel dat je beter kunt, dat het niet genoeg is, dat hetgeen er in je hoofd zit veel beter is dan dat wat je op papier krijgt.’

Maar na het winnen van een Premio Strega en het verkopen van een miljoen boeken weet u toch wel dat u goed kunt schrijven?

‘…’

Of wilt u het daar niet over hebben?

‘Jawel. Juist wel. Dit is alleen een onderwerp waar niemand mij ooit naar vraagt. Dus ik moet even nadenken. Het is vooral belangrijk te begrijpen dat ik mijn succes voornamelijk in het verleden heb behaald. Daardoor is een deel van mij altijd onzeker of ik het nog wel kan. Vergelijk het met tennis. Ook een tennisspeler heeft momenten waarop alles lukt en hij elke bal goed slaat, terwijl hij de wedstrijd daarna totaal de mist in kan gaan. Hoe kun je dat verklaren? Hoe is het uit te leggen dat een kampioen als Novak Djokovic in de finale van de US Open, tijdens de belangrijkste wedstrijd van zijn leven, een complete black-out krijgt en verliest? Hij zal, als nummer één van de wereld, toch ook wel zeker van zichzelf zijn? Hij weet dat hij goed kan tennissen, dus waarom overkomt hem dat? Ik denk dat het antwoord op die vraag ook op mij toepasbaar is. Ik weet echt wel ik dat ik onder de juiste omstandigheden en met de juiste ideeën iets moois kan maken – of misschien wel iets heel moois – alleen weet ik nooit of die juiste omstandigheden er wel zijn op de momenten dat ik ze nodig heb.’

Heeft u last van uw succes?

‘Het is ingewikkeld, want tegelijk met die onzekerheid ben ik gek genoeg ook zekerder geworden. Tot mijn vijfendertigste herschreef ik vrijwel alles. Al mijn oude boeken hebben een ontelbare hoeveelheid versies gekend. Ik schrijf altijd met de hand en ik heb thuis stapels schriftjes liggen die tot het plafond reiken, omdat ik sommige pagina’s wel twintig keer heb herschreven. Over Sofia draagt altijd zwart heb ik daarom wel vijf jaar gedaan en als je dat nu leest, voel je alle moeite die erin zit. Dat is niet goed. In dit nieuwe boek, dat ik in minder dan een jaar heb geschreven, is dat veel beter gelukt. Er zit een zekere lichtheid in de stijl, omdat ik nu, dankzij mijn succes, weet dat wat er op papier verschijnt mooi is. Het probleem is alleen dat ik in een optimale mentale staat moet geraken voor ik echt aan het schrijven kan beginnen. Precies daar komt die benauwdheid om de hoek kijken.’

Paolo Cognetti Beeld Mattia Balsamini
Paolo CognettiBeeld Mattia Balsamini

Denkt u op dat soort momenten aan uw honderdduizenden lezers die wachten op een nieuw boek? Of aan uw uitgevers die willen dat u haast maakt?

‘Het zou fijn zijn als ik daar nooit aan dacht, maar dat is helaas onmogelijk. Ik denk achter mijn schriftje natuurlijk niet letterlijk aan die kwart miljoen Nederlandse lezers die wachten op mijn nieuwe bestseller, maar hun aanwezigheid is er wel degelijk. Ik kan niet doen alsof ik nog nooit een boek heb gepubliceerd. Dus ja, soms voelt succes als een vonnis. Maar tegelijkertijd is het natuurlijk een stimulans. Als ik dat pistool niet continu op mijn achterhoofd zou voelen, als de uitgever mij niet zoveel geld zou betalen om een nieuw boek te schrijven en mij niet om de zoveel tijd zou vragen wanneer het eindelijk klaar is, zou er misschien niets uit mijn vingers vloeien.

‘Ik hoop overigens niet dat ik ondankbaar overkom door dit allemaal te vertellen. Soms hoor je wel eens profvoetballers klagen over hoe zwaar hun leven is – Cristiano Ronaldo die zeurt dat hij de straat niet op kan vanwege zijn roem – en dan denkt 99 procent van de mensen: waar heb je het over, met al je geld? Dat denken jouw lezers misschien ook over mij, want ik leef precies het leven dat ik altijd ambieerde. Ik wilde van jongs af aan schrijver worden en inmiddels kan ik van mijn boeken leven, mag ik naar Amsterdam reizen om interviews te geven; ik leef mijn droom. Alleen merk ik dat het lastig is een goed evenwicht te vinden tussen het positief inzetten van alle druk die daarbij komt kijken, en je er niet door laten verpletteren.’

null Beeld De Bezige Bij
Beeld De Bezige Bij

Paolo Cognetti: Het geluk van de wolf. Uit het Italiaans vertaald door Patty Krone en Yond Boeke. De Bezige Bij; 208 pagina’s; € 21,99.

Wie is Paolo Cognetti?

Paolo Cognetti werd op 27 januari 1978 geboren in Milaan. Hij studeerde aan de Scuola di Cinema en vertrok op relatief jonge leeftijd naar New York om er documentaires te maken. Hij schreef enkele verhalen en boeken, maar toen het succes uitbleef, gooide hij rond zijn dertigste het roer om en ging in Estoul wonen, een dorpje in de Italiaanse Alpen waar hij over de bergen begon te schrijven.

Het bleek een gouden greep: zijn roman Le otto montagne (De acht bergen) won in 2017 de prestigieuze Premio Strega, werd in veertig talen vertaald en bijna een miljoen keer verkocht. Van de winst kocht Cognetti een berghut waar hij zomers woont en eens oer jaar het culturele festival Il Richiamo della Foresta organiseert, genoemd naar een van zijn lievelingsboeken: De roep van de wildernis van Jack London.

Meer over