Panamarenko’s luchtfietserij ingehaald door techniek

‘Ik, euh, wil stoppen’, liet hij enkele maanden geleden nog weten. Het bereiken van de pensioen gerechtigde leeftijd (65), zijn huwelijk met Eveline Hoorens en bovenal een overzichtstentoonstelling in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel – het waren voor Panamarenko genoeg redenen het einde van zijn carrière aan...

Een wijs besluit? Je zou er niet gelijk aan denken, maar nu Panamarenko zelf de vraag heeft opgeworpen, kijk je heel anders naar zijn werk. Heeft Panamarenko in zijn inmiddels veertig jaar durende oeuvre inderdaad alles wel zo’n beetje gemaakt?

Het is even wennen om op die manier over hem te denken. Pa-na-ma-ren-ko, de geniale luchtfietser, de kunstenaar die de vleesgeworden vertolker is van de zinsnede ‘the sky is the limit’. Op de Brusselse Retrospectieve staat zijn werk, bijna al zijn werk nog eens netjes opgesteld: de vliegende sigaar, de V1, de oervogel met zonnecellen Archaeopterix, de stijgende parachute, magnetische ruimteschepen, de loodzware eenmansonderzeeër Panama Nova Zemblaya en het recente model van het Vliegend Eiland.

En zoals bekend: niets vliegt of vaart in het heelal en de wateren van de Vlaming, die werd geboren als Henri van Herwegen, maar zijn pseudoniem ontleende hij aan de firmanaam Pan American Airlines and Company. Dat is ook het opmerkelijke én de makke van deze tentoonstelling: verdiepingen vol luchtschepen, helikopters en vliegtuigen; een bonte variatie aan voertuigen om de zwaartekracht te trotseren, om de mens onderdeel te laten zijn van een gewichtsloos bestaan, tussen de vogels en het liefst de sterren – maar alles staat levenloos en onbeweeglijk op de grond. Te zwaar om op te stijgen, te broos om in te gaan zitten, te ingewikkeld om te besturen.

Een grote hangaar vol fraaie sculpturen, zonder de actie die je zou verwachten. Eerder klassieke beeldhouwkunst dan sprankelende concepten.

Zeker, als er één kunstenaar is die je kan laten lachen door zijn onbegrensde fantasie en je kan laten genieten door zijn esthetisch oog voor constructie en detail, dan is het wel Panamarenko. Iedereen weet dat hij niet een van de gebroeders Wright is. Hij is een visionair, onder het motto ‘Alles kunnen doen en alles kunnen weten’. Zonder praktische noodzaak. Dat is de charme van zijn werk.

Het is ook een deceptie. Een vliegende schotel die niet kan vliegen – okay. Een paar ruimteschepen die nooit van de grond komen – ook goed. Een verdieping vol rugzakken met straalmotoren – waarom niet. Maar na twee verdiepingen houdt het op. Hoeveel keer kan een toeschouwer een beroep doen op zijn voorstellingsvermogen, voordat datzelfde voorstellingsvermogen hem in de steek laat?

Bovendien, helemaal onwaarschijnlijk zijn de dromen van Panamarenko niet geweest. Het is misschien wat te veel eer, maar zijn ontwerpen hebben wel degelijk een uitvoerbare navolging gekend. Enkele jaren geleden ontwikkelde het Amerikaanse bedrijf Caltech de Microbat, een ultra klein formaat vliegtuigje met een lengte van tien centimeter, dat de vleugels op en neer moet bewegen om te vliegen, als een libelle. De klapwiekende UAV (Unmanned Air Vehicle), uitgerust met batterijen en camera, zou de ideale vondst voor ongeziene spionage zijn. Het kwam wél overeen met Panamarenko’s Umbilly I, die hij dertig jaar geleden al had gebouwd. En wat te denken van zijn Piewan (1975), een eveneens onbemande driehoekige reuzenvleugel, voorzien van twintig propellers, die weer lijkt op Aeroenvironment van NASA uit 2001.

Wat voor de Vlaming puur immaginair ontwerpen was, is inmiddels door de voortschrijdende techniek ingehaald. Panamarenko heeft zijn taak volbracht. Na veertig jaar fantaseren, denken, timmeren en solderen zijn zijn dromen waarheid geworden. Een mooi moment om te stoppen.

Meer over