Paardenstal, pakhuis en weer synagoge

Tal van monumenten zijn speciaal dit weekeinde geopend voor publiek. Tijdens de jaarlijkse Open Monumentendagen staat dit keer de 19de eeuw centraal....

Nell Westerlaken

Op een vroege zondagochtend lijkt de nog autoloze straat (parkeren verboden) in Tilburg te wachten op de paardenkoetsen van de textielbaronnen. Geen fiets, geen buggy, geen neonreclame te zien. De bewoners slapen achter voorname voordeuren waarboven hier en daar een gietijzeren levensboom is aangebracht. De Willem II-straat dateert uit de gouden industriedagen in 19de eeuw, en is ontkomen aan de slopershamers van de 20ste.

Tussen de rechte gevels trekken de oriëntaalse hoefijzerramen en de siertorentjes van nummer 20 de aandacht, evenals de bakstenen reliëfs in de muren. Oorspronkelijk synagoge, vervolgens paardenstal, balletlokaal, pakhuis. Het gebouw uit 1874 had wisselende functies na de Tweede Wereldoorlog, totdat vrijwel niemand meer wist waar het ooit voor was bedoeld. Maar sinds eind jaren negentig is de synagoge weer synagoge. En het is er druk dezer dagen.

‘Erg druk’, verzucht Jackie de Waal, voorzitter van de Liberaal-Joodse Gemeente Brabant ‘Aree Hanegev’, terwijl ze voorzichtig een thorarol verplaatst. Afgelopen week werd het begin van het joodse jaar 5771 gevierd. Volgende week zijn de gebedsdag Kol Nidrei, en Jom Kipoer aan de beurt, Grote Verzoendag. Bovendien houdt de Tilburgse synagoge – normaal alleen toegankelijk tijdens gebedsdiensten en op joodse feestdagen – deze zondag open huis vanwege de Open Monumentendagen die ‘De smaak van de 19de eeuw’ als thema hebben.

Hoe sierlijk de buitenkant ook is, het interieur is sober. Door de hoge ramen valt het zonlicht op strak witte muren onder een blauw plafond. ‘Veel bezoekers valt het op dat het zo kaal is’, zegt De Waal.

Toch bevat de synagoge nog bijzonderheden. In een vitrine liggen de restanten van een oude thoramantel, het doek waarin de thorarol traditioneel wordt bewaard. Met goudkleurig draad zijn Hebreeuwse letters en twee Leeuwen van Juda op donkerrood fluweel geborduurd. ‘Jaren na de oorlog is de mantel gevonden in de tuin’, vertelt De Waal. ‘Vermoedelijk heeft iemand hem begraven toen de Joden uit de stad werden weggevoerd.’

Het beschadigde doek dat door het Tilburgse Textielmuseum zo goed mogelijk werd gerestaureerd, lijkt symbolisch voor het lot van de vooroorlogse Joodse gemeenschap. Van de 500 Tilburgse Joden kwamen er maar vijftig terug, ‘te weinig om nog een orthodoxe synagoge te onderhouden’.

Een van de weggevoerden was Helga Deen, een jonge Joodse vrouw van Duitse afkomst die in 1933 met haar familie naar Tilburg was gevlucht. Via kamp Vught kwamen Helga en haar familie terecht in Sobibor, waar ze in 1943 werden vermoord. In Vught hield Helga voor haar Tilburgse geliefde een dagboek bij dat pas in 2004 werd gevonden en gepubliceerd. Een straathoek naast de synagoge is enkele jaren geleden ingericht met bankjes en planten ter nagedachtenis aan de ‘Tilburgse Anne Frank’.

De gemeente Tilburg, die eigenaar was van de synagoge, verkocht het gebouw in de jaren negentig voor het symbolische bedrag van een gulden aan de toenmalige liberaal-joodse gemeente. Met hulp van Monumentenzorg werd de restauratie in gang gezet. Niets was er over van het vroegere interieur. ‘De benodigde spullen zijn een beetje bij elkaar gescharreld’, zegt De Waal. ‘Deze thorarol bijvoorbeeld is tweedehands, uit Israel.’

Met het gebedshuis kwam de liberaal-joodse gemeenschap in Brabant tot leven. Inmiddels wonen zo’n veertig gezinnen de tweewekelijkse diensten bij onder leiding van de vrouwelijke rabbijn Hetty Groeneveld, en ‘we groeien nog altijd’, volgens De Waal. Omdat mannen en vrouwen bij de ‘liberalen’ niet meer gescheiden bidden, is het traditionele vrouwenbalkon omgebouwd tot kantoor.

Tijdens de restauratie kwam aan het licht dat in de fundamenten van een zijgebouw een diepe put zat. ‘Men concludeerde dat dit een mikvah moet zijn geweest’, zegt De Waal, ‘een bad voor rituele reiniging.’ Het eenvoudige bad is tot nu toe de enige mikvah in een liberaal-joodse synagoge in Nederland.

Een gedenksteen bij de uitgang herinnert aan het begin van de bouw in de 19de eeuw. In 1873 werd de eerste steen gelegd door ene meneer Van Ham. ‘Die naam’, zegt De Waal, ‘is het enige niet-kosjere in dit gebouw.’

Meer over