Fantasie

Oz the Great and Powerful

Deze Oz is een invuloefening zonder inspiratie en eigenheid

Kansas, 1905. In de chronologie van het land van Oz bevindt deze film zich voor de musicalklassieker The Wizard of Oz uit 1939. James Franco is nepgoochelaar Oscar Diggs, roepnaam Oz. Een hartenbreker, maar ook de toekomstige leider van het fantasieland uit de boeken van L. Frank Baum.

In deze prequel wil Oscar dolgraag de nieuwe Harry Houdini of Thomas Edison zijn, maar in de mooie, in zwart-wit en 4:3-formaat gedraaide openingsscène van Oz the Great and Powerful slaat hij na de zoveelste halfbakken truc op de kermis noodgedwongen op de vlucht met een luchtballon. Oz raakt verzeild in een tornado en wordt in kleur en breedbeeld wakker in een glanzende fantasiewereld, waar niet alleen bijtgrage rivierfeeën hem verwelkomen, maar ook een drietal heksen, van wie er één zal uitgroeien tot de befaamde knalgroene Wicked Witch of the West.

Volgens een of andere legende zit Oz te wachten op de komst van een tovenaar - en zonder omhaal wordt de charlatan onthaald als de nieuwe verlosser.

Daar gaat het meteen al mis, want voor een oplichter speelt de doorgaans uitstekende Franco opvallend ongeloofwaardig, alsof hij zich in de kale studio geen enkele raad wist met het acteren voor een blauw scherm, waarop Disneys computertovenaars later zijn digitale tegenspelers programmeerden, waaronder een suffig vliegend aapje en (wél leuk) een porseleinen popje met gebroken beentjes. De mooie heksen (Michelle Williams, Mila Kunis, Rachel Weisz) doen hun best, maar ogen al even verloren.

Wat rest is een invuloefening - we weten hoe het afloopt - zonder inspiratie en eigenheid. Van de gele klinkerweg tot het kasteel waarin Oz uiteindelijk zijn thuis vindt; bij het ontwerp van de fantasiewereld leek men vooral druk doende om te verwijzen naar de originele film uit 1939, zonder daarnaast originele ideeën uit te werken. Op de soundtrack klinkt dan ook geen equivalent van het onvergetelijke Over the Rainbow, maar de generieke sprookjesmuziek van Danny Elfman.

Waar Tim Burton met zijn zeer Burtonesque en inhoudelijk vergelijkbare film Alice in Wonderland (2010) slaagde (en Disney en passant bakken met geld opleverde), lukt het Sam Raimi niet om Oz the Great and Powerful naar zich toe te trekken. Heel soms sijpelt zijn eigenzinnige, wilde visuele stripboekstijl (Evil Dead, de Spider-Man-trilogie) tussen de voegen van de saai gladgepoetste vormgeving door, maar de persoonlijke stempel die hij op zijn eerdere werk drukte, is onder de vlag van de Disneystudio tot een minimum beperkt.

Meer over