Overtuigend effectbejag van Havekost

Beeldende Kunst..

Sacha Bronwasser

De schilder Eberhard Havekost nodigt ons bij hem thuis uit. Hij leidt ons rond langs een vuilnisemmer, een vaal aanrechtdoekje over de rand van een afwasteil, een leeg bureau, een rood-blauw-geel speeltentje, het venster van de wasmachine en het bovenaanzicht van zijn vriendin.

Op de overzichtstentoonstelling Harmony 2 van Eberhard Havekost (1967, Dresden) in het Stedelijk Museum in Amsterdam is de serie van achttien schilderijen Privat 1-18 (2001) onverwacht intiem. De andere zalen worden bevolkt door gebouwen, voertuigen en anonieme personen die Havekost van internet haalde en tegenwoordig zelf fotografeert.

Directeur Gijs van Tuyl nam de tentoonstelling gedeeltelijk over van zijn vorige werkplek, Kunstmuseum Wolfsburg. Daar besteedde van Tuijl eerder regelmatig aandacht aan jonge Duitse schilderkunst. Eberhard Havekost maakt deel uit van de succesvolle 'Dresdener Schule', een groep schilders die aan het begin van de jaren negentig aan de Hochschule für Bildende Kunst studeerde in het van kunst en geschiedenis doordesemde Dresden. Havekost was de jongste kunstenaar ooit die zijn complete grafische werk tentoonstelde in het vermaarde Kupferstichkabinett.

Een degelijke achtergrond voor deze 'Photoshoprealist'. Havekost bewerkt foto's in de computer voordat hij ze op het doek zet. Hij rekt het beeld op in de breedte of in de lengte, zodat vliegtuigen, caravans, garages, bouwsteigers en gevels verworden tot bijna abstracte strepen. Of hij gebruikt de fotonegatief-optie, en schildert een in smetteloos wit-blauw geklede ski-ster naast haar zwart-oranje evenbeeld. Een op zijn achterpoten staande beer (Beauty walks the Razor's Edge, 2003 ) is angstaanjagend door de in verticale vegen vervaagde achtergrond; het soort bewegingsonscherpte dat we kennen uit foto's en film, maar dat een mensenoog nooit ziet. De beer is in een eeuwigdurende opwaartse brul bevroren.

Wie foto's en schilderkunst zegt, zegt Gerhard Richter. De Duitse schilder (ook uit Dresden) besloot in 1966 foto's te gaan naschilderen. 'Ik erken alleen wat er is', zei hij. De verbeelding van het niet-zichtbare vond hij 'onzinnig'. Hij gebruikte zowel actuele als willekeurige foto's en legde een enorm fotoarchief aan. Zijn serie onscherpe schilderijen van politie- en krantenfoto's van RAF-aanslagen, van RAF-leden en van hun begrafenissen werd een ijkpunt in de schilderkunst.

Net als Richter schildert Havekost alle onderwerpen zonder emotie of drama. Of het nu een verminkte oorlogsheld is of een glanzend nieuwe koepeltent in een outdoor-winkel.

Maar typisch voor Havekost is het streven zijn gezichtsvermogen uit te breiden - dat hij 'wat er is' tot in alle uithoeken wil verkennen, zonder aan het fantaseren te slaan. Hij gebruikt foto's en Photoshop net zoals eerder de verrekijker, het perspectiefraam, de spiegel en het flitslicht door schilders zijn gebruikt, of zoals filmers soms voor slowmotion kiezen.

In de series die Havekost regelmatig maakt, is dat streven het duidelijkst. Voor Spiel 1-4 fotografeerde hij zijn dochter die een sneeuwpop maakt. Het kind scharrelt ergens onder in beeld rond, haar rode capuchon steekt fel af tegen haar zwarte slagschaduw, veroorzaakt door de flitser, tegen de witte sneeuw. Aan het vlekkenpatroon in de sneeuw zie je dat Havekost met het kind mee om de pop is gedraaid.

Hij schildert het vier keer. Uitgeveegd met een droge kwast, als een niet zo scherpe herinnering. Hij rekt de paar seconden van het kinderspel op en kijkt erin in rond, met dezelfde analytische blik als waarmee hij de gevel van een flat in zes miniem verschillende delen schildert (Winter 2003-2004) of een verlaten autowrak van alle kanten (Destiny 2005). Het is een soort Matrix-effect voor schilders.

'Effect' klinkt negatief, maar Havekost overtuigt ermee. Zoals alleen een goed schilder kan, dwingt hij je met zijn effecten om beter te kijken naar de vele gezichten die de werkelijkheid heeft. Zelfs als het om zoiets banaals gaat als een koepeltent.

Sacha Bronwasser

Meer over