Overdag een kantoor, 's avonds een feestpaleis

Het Bijlmer Parktheater is overdag niet makkelijk te vinden. Het staat bescheiden, beschut gekleurd, verscholen achter barakken en bulldozers. Een statige entree ontbreekt, een fiere naamsaanduiding al evenzeer en de gestalte van het gebouw – twee ellipsvormige schijven die net ten opzichte van elkaar verschoven zijn – doet eerder denken...

Hilde de Haan

Die twee ‘gezichten’ – paviljoen en feestpaleis – weerspiegelen precies de dubbelfunctie van het bouwwerk. Het overgrote deel bestaat uit kantoren en studio’s van allerlei theatermakers, vooral voor de jeugd, zoals het befaamde circus Elleboog. Mooie, lichte ruimten zijn dat allemaal, soms een beetje klein maar er valt goed te werken. Zelfs de zaal, het hart van het gebouw, is overdag een goed geoutilleerd repetitielokaal, waar via hoge ramen daglicht binnenkomt.

’s Avonds is het een echt theater, en architect Paul de Ruiter is er wonderwel in geslaagd om daarvan bij zo’n klein budget toch iets te maken. De ellipsvorm past bijvoorbeeld perfect bij de plek: midden in het toekomstig Bijlmerpark, pal langs het water – daar hoort een vorm bij die aan alle kanten sierlijk is. Een houten gevel bleek te duur, daarom is voor stalen golfplaat gekozen. Maar houten lamellen, dwars erop, verhullen nog aardig dat dit lapwerk is.

De verschoven ellipsen zijn een slimme vondst. De bovenste vormt een luifel, precies boven de hoofdingang. Deze is aan de onderkant met hout bekleed dat zich binnen voortzet als ‘aankleding’ die, mét vrolijke vloerschilderingen van René Tosari, de hal/foyer nog enige allure geeft. Verder is het hier soberheid troef.

De zaal daarentegen is rijk en prachtig, terwijl ook dat geen sinecure was door tegenstrijdige eisen. Circus Elleboog wou een ronde zaal, de theatermakers een rechthoekige. Verder moest het podium geschikt zijn voor trapezewerkers maar tevens voor ‘gewoon’ toneel. Na workshops met toekomstige gebruikers werd de oplossing bedacht: een simpele doos, met een podium dat extra breed wordt als de coulissen zijn opgehesen. Dan worden, op het zijtoneel, halfronde tribunes uitgeklapt: een circuspiste. In combinatie met de steile hoofdtribune lijkt het Bijlmer Parktheater dan een heus mini-Carré.

Een ding is reuzejammer: in toneelstand is de zaal piepklein. Uitbreiden kan niet, er is ruimte voor loges noch balkons. De toeloop neemt echter dagelijks toe – geen wonder bij zo’n bruisend stadsdeel. Jörgen Raymann stond hier al, de zaal had makkelijk drie keer kunnen worden uitverkocht. Een hopeloos gemiste kans.

Meer over