Overal een outsider

Het mooiste compliment voor Wally Tax (49) was dat hij als solozanger heel Paradiso aan het huilen kreeg. Afgekickt van de heroïne en de drank keert hij na 28 jaar terug met zijn oude groep The Outsiders....

'Als ik zeker wist dat er geen hiernamaals bestond, had ik er vandaag al een einde aan gemaakt. Maar, stel dat het gesodemieter dan nog niet is afgelopen? Ik hoop zo, met heel mijn hart, dat er na mijn dood gewoon niks meer is, dat ik echt weg ben, alsof ik nooit bestaan heb. Had ik die zekerheid, dan zou ik graag allang dood willen zijn.

Heeft niet iedereen eigenlijk een vreselijk rotleven? Ik snap mensen niet die zeggen dat ze elke dag weer met goede zin beginnen. Ik ken mensen die nog veel meer ellende hebben meegemaakt dan ik en nog steeds optimistisch zijn. Die vertrouw ik niet helemaal. Ik denk dat ze liegen. Dat ze zich goedhouden. Dat ze continu op de rand van krankzinnigheid balanceren, net als ik.

Ik heb aanleg voor verdriet. In mij zit een bijna voordurend aanwezige droevigheid. Alles raakt me heel hevig. Ik heb altijd veel medelijden met mezelf gehad. Zelfs als ik me kapot lach, is het meestal om iets tragisch. Vroeger verdoofde ik mijn ziel met drugs en alcohol. Een paar uur per dag er eigenlijk niet zijn.

De craving, het heftige verlangen naar de verlichting die heroïne en drank brengen, zal ik de rest van mijn leven blijven houden. Sommige mensen blijven in bed als ze verdriet hebben. Die slapen dan 24 uur. Dat zou ik ook wel eens willen. Maar ik heb geluk als ik tegen acht uur 's morgens een paar uur in slaap val, en dan nog met een slaappil.

In november 1995 ben ik gestopt met drinken. Daarvoor was ik alleen niet dronken als ik moest werken. Wanneer ik maar enigszins kon, was ik lazarus. Als ik weinig geld had van de Beerenburg, anders van de whisky. Een heel ordinair merk goedkope Amerikaanse bourbon hoor, Four Roses. Ik hou niet van Jack Daniels, die smaakt mij te veel naar houtskool.

Ik was zo stijf van het afkicken dat ik uitgleed over een appelschil en mijn schouder brak. Daar zit nu plastic in. In het ziekenhuis dacht ik: nou kan ik twee dingen doen. Zielig en weer gaan zuipen, of er echt mee ophouden. Ik wilde me niet dooddrinken. Da's geen manier om dood te gaan. Dat vind ik laf.

Zonder mijn muziek had ik nog minder reden om niet dronken te zijn. Ik wil The Outsiders een nette begrafenis geven. De enige echte reünie. Het eerste officiële optreden is op 11 mei, in Het Paard in Den Haag, vooral voor degenen die het eerste Outsiders-album hebben. Een klassieke plaat in de Nederlandse popmuziek. We brengen alleen de oude shit. Dat klinkt oneerbiedig als het gedrukt staat, maar het is gewoon een muzikantenterm. Zoveel is shit. Dope is ook shit.

Een meesterwerk uit die tijd is Lying all the time:

Love was blind

and my love was too blind

to see

love was blind

Zestien was ik toen ik dat schreef. Ik verdiende bijna drie keer zoveel als mijn vader. We hadden een contract met Las Vegas, op de Nieuwendijk in Amsterdam. De eerste keer dat we daar op het podium stonden, werden we eruit gelazerd door de Dijkers. Jeugd uit de arbeidersklasse, die hun haar achterover hadden gekamd met vet erin en puntschoenen droegen onder broeken met strakke pijpen. Ze luisterden vooral naar blanke rock 'n' roll, Elvis Presley, hoewel Little Richard er ook inging. Dat was dan wel een neger, maar van muzikanten vonden ze dat niet erg.

Ons noemden ze flikkers. Maar na een half jaar mochten we in die Dijkerstent van hetzelfde publiek zes maanden komen spelen, vijf avonden in de week. Terwijl we muziek maakten die eigenlijk bij de Pleiners hoorde: wat oudere, beetje intellectuele jongeren, met lang haar zonder vet erin, dus dat hing. Ze droegen dikwijls capes, hadden vaak snorren en baardjes, liepen op Clarks en hun broekspijpen waren wijd aan de onderkant.

Er was dus een duidelijke scheiding der geesten onder de jeugd. Ik was erg gespleten. Ik vond de vervoermiddelen van de patsers sowieso beter. Dijkers moesten het hebben van opgevoerde racebrommers, snelle, agressieve merken die ook naar mijn inzicht veel mooier waren dan die opoefietsen van de Pleiners. Die Tomosbrommertjes waren rotbrommertjes, net als die Solexen. Een Kreidler die 120 kon als je hem een beetje had opgevoerd, dat was tenminste echt iets.

In beide groepen vonden ze me vreemd. Je kon niet én van Charlie Parker houden én van Elvis Presley. Je kon wel van Charlie Parker houden en van Edith Piaf. Ik hield van alles wat goed was. Ik hield ook zielsveel van Johnny Jordaan.

De Dijkers deden aan speed en alcohol. Wij deden aan marihuana en peppilletjes en we dronken ook wel wat. De eerste keer dat ik heroïne gebruikte, was ik veertien. Ik kreeg het van een oudere vriend van me, een zeemannetje van twintig dat heel goede rhythm & bluesplaten verkocht. Hij nam een snuifje en zei toen dat het horse was. Paard?, dacht ik. O ja, dat is heroïne. Dat had ik gelezen in een boek over Charlie Parker. Omdat Charlie Parker het gebruikte, wou ik het natuurlijk ook proberen. Na tien minuten kotsen vond ik het erg lekker.

Pas in de jaren zeventig begon ik echt met heroïne. Ik kocht gelijk een bag, een ounce. Geld zat en het was handig om in huis te hebben, naast mijn pondje hasj en een paar pakken speedtabletten. Ik had het nodig voor mijn huisapotheek, zeg maar. In New York bewaarde ik mijn heroïne altijd in honderd-dollar-bills. Ik weet nog dat ik mijn vaste taxichauffeur betaalde en hij mij het pakje teruggaf: Wally, your dope.

Met heroiïe had ik het gevoel dat ik thuiskwam. Mijn moeder is nooit thuisgeweest. Ze was een half-zigeunerin uit Rusland. Op haar zestiende is ze uit Oekraïne gedeporteerd naar Duitsland. Ze heeft mijn vader in het concentratiekamp leren kennen. Als kind kon ik al niet goed slapen. Ze had vreselijke dromen. 's Nachts kon ik haar soms echt horen gillen.

Mijn moeder hield van Russische muziek, zigeunermuziek, met violen, veel violen. Elvis Presley vond ze ook goed, een knappe jongen die mooi kon zingen, zelfs in de tijd dat je tegen hem moest zijn. Toen hij van die apenpakken begon te dragen en die diamanten ringen. Hij had een wagenpark waar je helemaal niet goed van werd. Wat moet je nou toch met vijftig auto's die meer dan een ton per stuk kosten?

Van mijn vader kreeg ik alles van Buddy Holly. Ik was elf toen Buddy Holly stierf en ik heb zeker een maand om hem gerouwd. Terwijl ik hem niet persoonlijk kende. Maar iemands muziek is heel intiem. Vooral als je alleen kunt zijn met iemands muziek. Nu heb je videotapes met muzikanten en dat is minder intiem dan wanneer je alleen platen draait. Vooral het afluisteren van singles was een ritueel. Een nummer per plaatje, je moest veel geconcentreerde, bijna serene handelingen verrichten voordat je een muzikant kon horen.

Wij woonden in een klein arbeidershuisje op de Laagte Kadijk en hadden drie pick-ups, dus was het zaak om te zorgen dat je het eerst aan de beurt was. Dan kon de rest niet draaien, zoveel fatsoen hadden wij nog wel. Als er iemand zat te luisteren naar muziek, moest je hem zijn gang laten gaan.

Afgelopen november is mijn moeder overleden. Ik ben er nog steeds niet over uit hoe dat voor mij is. Ik ben er helemaal nog niet aan gewend. Ik ben er eigenlijk nog niet aan begonnen. Ik heb het nog niet toegelaten.

Na de dood van mijn vorige vriendin, Laurie, twaalf jaar geleden, ben ik zeker een jaar op de vlucht geweest. Qua zielsverwantschap is zij de mens die het dichtst bij me staat. Ik was al verliefd op haar toen ik achttien was, maar we kwamen pas echt bij elkaar op mijn dertigste. Daarvoor durfden we niet samen te gaan wonen. We hadden erg veel vrijheid nodig en die gaven we elkaar niet als we samen waren, uit een gevoel van overbezorgdheid en bezitterigheid. We vraten elkaar geestelijk op.

Echt woedend was ik, toen ze doodging. Ik heb me een jaar lang heel erg onbeschoft gedragen tegenover iedereen. Maar ja, dat krijg je als je niet weet wat je met je verdriet moet doen. Ik ben in een jaar tijd met veertig vrouwen naar bed geweest.

Mensen hebben heel wat opslagplaatsjes. Ik voel haar aanwezigheid nog elke dag in mijn cellen. Ik heb liedjes over haar dood geschreven, maar ik vind het ongepast daaruit te citeren, terwijl ik niet eens de moed kan opbrengen die nummers uit te brengen. Misschien laat ik ze pas na mijn eigen dood uitkomen - maar het is moeilijk toegankelijke muziek.

Ze heeft heel lang geweigerd te onderkennen wat ze had. Kanker. Ze durfde het gevecht met het noodlot niet aan. Ik heb haar gedwongen naar het ziekenhuis te gaan om een uitgebreid onderzoek te laten doen. Laurie zag daar wat er met haar zou gebeuren als ze haar op de gewone medische manier behandelden. De rest van de tijd dat ze nog te leven had zou ze medicijnen moeten slikken en hormooninjecties krijgen om vrouw te kunnen blijven.

Ze zat in die kringen van alternativo's. Ik stond er sceptisch tegenover, maar we hebben heel wat afgereisd op zoek naar genezing. Met alles wat er nog in haar restte heeft ze zich in Japan gestort op een filosofie waarvan ik nu nog niet precies begrijp wat ie voorstelt. Oki-do heette die beweging, de weg van Oki, een meester zonder achternaam of niks, die een allegaartje van alle topjes van de ijsberg tot een klontje had samengesmeed. Hij beloofde iedereen genezing, tegen ontzettend veel geld. Ik bleef achter met hoge schulden. In de alternatieve geneeskunde zitten heel veel slechte mensen.

Ik heb haar geholpen te sterven. Ze had haar verstand niet verloren, dus ik heb gelukkig geen enkele beslissing voor haar hoeven nemen. Van een bevriende arts kreeg ik een recept, in tweeën. Ga nou naar twee apotheken, zei hij. Ik heb het hele pakje gewoon bij één apotheek ingeleverd. Weet u het zeker?, vroegen ze daar, weet u hoe u daarmee om moet gaan? Ja, ik ben op de hoogte van de werking, zei ik. Het woord werd niet genoemd.

Na haar overlijden was ik constant onder invloed van coke en drank. Coke om wakker te blijven en dus meer te kunnen drinken. Eens in de vier dagen viel ik in een diepe slaap. Een paar uur, want dan kreeg ik ontwenningsverschijnselen. Na een paar borrels had ik weer zin om te eten. Da's de reden dat ik nog leef: dat ik dan echt honger had. Zuip je een maand en eet je niet, dan krijg je Korsakov en daar is niks meer aan te doen. Maar ik heb wel de indruk dat mijn geheugen niet meer is wat het hoort te zijn.

Ik ben een wrak. Behalve dat plastic in mijn schouder heb ik ook een gescheurde wervel. En kapotte knieën. Maar ik leef nog. De meesten die hebben geprobeerd te leven zoals ik, zijn dood voordat ze mijn leeftijd hebben bereikt. Ik heb echt een beschermengeltje.

Het is herhaalde malen gebeurd dat ik over de grens van de krankzinnigheid schoot. Mette heeft mij eens aangetroffen in mijn studiootje, out van de drank en de pillen, met de kabel van de telefoon om mijn nek. Ik had geprobeerd iemand te bellen om te vragen om hulp, en mezelf bijna gewurgd.

Ik ontmoette Mette een jaar na de dood van Laurie in café Welling; café Kwelling noem ik het altijd, omdat ik het zo'n droevig café vind. We raakten in gesprek. Want dat heb je wel: als je drinkt, raak je gauw met mensen in gesprek. Van nature ben ik nogal verlegen. Ze vroeg of ik niet wat moest eten. Die nacht heb ik voor het eerst weer serieus gepraat met iemand sinds Laurie was overleden.

Sindsdien waren we goede vrienden en dat is later echte liefde geworden. We zijn elkaar altijd heel trouw gebleven als vrienden. Dat is zeldzaam. De meeste mensen die verliefd op elkaar worden, zijn vaak niet elkaars beste vrienden. Wij wel. Dat had ik met Laurie ook. Maar verder kun je Laurie en Mette helemaal niet met elkaar vergelijken. Niemand is hetzelfde.

Mette is nu zonder meer de belangrijkste vrouw in mijn leven. Als mijn moeder nog had geleefd, had ik gezegd dat er twee belangrijke vrouwen in mijn leven waren. Nou ja, er is natuurlijk nog een ander vrouwtje, mijn hondje Truusje. Maar die is dertien en blind nu. Het is een inteeltpoedeltje. Ze is net geopereerd aan haar pootje. Aan een kankergezwel, maar dat zat niet vast.

Kijk, zoals de meeste muzikanten ben ik ook wel eens naar bed geweest met vrouwen die me verder als mens totaal niet interesseerden. Ik ben de biologische vader van drie kinderen, maar niet de echte vader. Ze zijn welkom hoor, maar je moet niet vergeten dat ze nu allemaal echte vaders hebben. Ik ben overal een outsider. Het was nooit mijn bedoeling vader te worden. Die vrouwen hebben me in de maling proberen te nemen. Twee van de drie probeerden me het huwelijk in te chanteren. Maar die vrouwen hielden dus meer van mij dan ik van hen.

Ik heb wel eens tegen Simon Vinkenoog gezegd, toen hij vroeg waar mijn liedjes over gingen: over liefde en strijd. Negentig procent van mijn liedjes gaat over liefde, hooguit tien procent heeft een maatschappij-kritische ondertoon. De liefde is het beste onderwerp om liedjes over te schrijven, en avonturenromans en toneelstukken. Als ik in een film niks over iemands liefdesleven te weten kom, vind ik 'm zo incompleet. Ik geloof dat je gemakkelijker een dag zonder eten kunt dan zonder liefde. Uiteindelijk zal eten het winnen van de liefde hoor, als je echt honger krijgt.

Het is nu 28 jaar geleden dat ik The Outsiders heb opgeheven. Maar al die tijd heb ik toch altijd nog een of twee Outsiders-songs gezongen als ik solo optrad. Omdat het publiek dat vroeg en omdat ik vond dat deze belangrijke periode in de Nederlandse popmuziek niet vergeten moest worden. De naam had ik al op mijn elfde bedacht. Een outsider is een paard waar bij de rennen niet op wordt gewed. Maar als het paard wint, dan wint het ook het meest. Het was voor mij een boekaniersnaam, strijdbaar vond ik 'm klinken: ik heb toch schijt aan jullie. Die houding heb ik tot op heden nog steeds weten te bewaren.

Toen de andere bandleden me vroegen om een reünie zei ik eerst steeds nee. Omdat het heel gevaarlijk is iets dat dertig jaar geleden zo succesvol is geweest, te herhalen. Het was zo'n andere tijd toen.

Bij al dat flower-power-gedoe heb ik me altijd vreselijk naar gevoeld. Philips noemde mijn eerste solo-album Love-In, naar zo'n bijeenkomst met hipjes, met bloemen in hun haar. Zonder dat ik het wist, hadden ze voor de foto op de hoes bloemen in mijn haar gemonteerd. En ik hield niet van die manier van omgaan met elkaar, dat je ieders vriend moest zijn. Ik vind niet dat je iedereen met wie je niet kunt opschieten hoeft dood te schieten, maar het andere uiterste is dat je van iedereen moet houden. Demagogisch geklets was het.

Maar ik heb wel lange tijd gedacht dat we in de jaren zestig iets hadden verworven. Nou: moet je nu kijken naar die gekke-idiote generatie van rond de dertig jaar die alleen nog maar aan geld denkt. Ook al kotste ik van het verschijnsel love-in, er was wel een gevoel dat we met z'n allen de wereld wilden verbeteren. Er was meer broeder- en zusterschap onder de mensen. Al ging dat gepaard met allerlei mystieke waanideeën. Toen ik in 1969 voor het eerst in Amerika kwam, vroegen ze niet hoe ik heette, maar: wat is je sterrenbeeld?

De eerste repetitie waaraan ik meedeed voor de reünie is toevallig opgenomen op band. Toen ik die film terugzag, was dat voor mij een bijna-doodervaring. Wat mensen hebben die op het randje van de dood liggen en naar zichzelf kijken. Het leek alsof ik het boek van mijn eigen leven weer bijna dertig jaar had teruggeslagen.

In de zomer gaan we optreden op popfestivals. Dan kondigen we niks aan, maar worden er alleen maar geruchten verspreid. Vanaf oktober staan we in clubs zoals Paradiso. Die kunnen we tot een redelijk minimum vullen, dat we niet voor lege zalen spelen. Dat is een redelijk safe gok. Van de reünie maken we een live-album. Welke maatschappij 'm gaat uitbrengen, weet ik niet: ik heb nog niemand begunstigd met mijn handtekening. Tot een echte weeropstanding van The Outsiders zal het niet komen. Of ze moeten me miljoenen bieden. Ook ik ben te koop.

Het is wel raar om te merken hoe groot onze cult-following is. In Amsterdam is een eerste Outsiders-album geveild voor vijfduizend gulden. Die zat nog in het cellofaan, met het prijsje erop en een bonnetje erbij. Mijn solowerk begint die Jezusachtige status nu ook te krijgen.

Het mooiste compliment dat ik ooit heb gekregen, was toen ik solo optrad voor 800 man in Paradiso en de hele zaal begon te huilen. De portier zei: Wally, ik heb ze geteld, niet één had droge ogen. Na het tweede nummer begonnen ze. Maar meteen zó erg dat ze ook niet meer konden ophouden.

Ik speelde die avond alleen maar de allerdroevigste nummers die ik in mijn leven had geschreven. Dus ook over zelfmoordpogingen. De plannen die ik daarvoor heb gemaakt, heb ik in liedjes vastgelegd. Hoe ik uitkeek naar het vooruitzicht dat ik eindelijk dood zou zijn. Hoe verdrietig iedereen dan zou zijn. Zoals een kind denkt: wat zullen ze huilen, eindelijk zullen ze me de liefde geven die ik heb verdiend. Dat gevoel dat je uiteindelijk toch hebt gewonnen. Die winst heb je altijd bij de hand. Daarom kun je zelfmoord ook zo lang uitstellen.'

Meer over