Over kleine en grote ergernissen

Zoveel lezers, zoveel meningen, lijkt het soms. Neem het gratis kunstboek dat zaterdag bij de krant zat...

Het overgrote deel van de lezers was razend enthousiast over dit cadeautje. ‘Eindelijk doet de krant ook eens iets voor trouwe abonnees’, mailde een lezer die zich eerder al eens had beklaagd dat de krant wel veel doet om aan nieuwe abonnees te komen, maar in zijn ogen de trouwe abonnees vergeet. ‘Hebben wij niet ook recht op een cadeautje zo nu en dan, als blijk van dank?’

Maar er waren ook lezers die het boek terugstuurden naar de krant, of me lieten weten dat ze het hadden weggegooid.

Een citaat uit een mail van een boze lezer: ‘Ik heb er niet om gevraagd, het is verspilling, het noopt tot plastic verpakkingsmateriaal, het dient uitsluitend een commercieel doel en het is ook nog eens een extra belasting voor de bezorgers. Daarvoor ben ik geen abonnee op de Volkskrant.’

Boek en Magazine, dat bij het boek verpakt zat, werden ongefrankeerd teruggestuurd naar de krant, met het verzoek het Magazine alsnog los na te bezorgen.

Dat laatste verbaasde me, want dat is ook een extra belasting voor de bezorger. Waarom dan niet gewoon het Magazine uit de verpakking gehaald?

Deze lezer klaagde ook over een drukwerk dat bij de zaterdagkrant was gevoegd. ‘Een enveloppe van Milieudefensie. Stop energieverspilling staat op de buitenkant. Helemaal mee eens. Ook deze enveloppe gaat retour, ongefrankeerd, aan jullie.’

Dat alles vergezeld van het dreigement dat in een volgend geval de krant wordt opgezegd.

Dit dreigement komt vaker voor. Mensen die op de brievenbus aangeven dat ze geen reclamedrukwerk willen ontvangen, klagen geregeld dat de Volkskrant zich daar ook aan moet houden en dus geen drukwerk moet bijvoegen. Ik heb het hier al eerder uitgelegd, de uitgever ziet dat anders. Zo’n enveloppe van Milieudefensie moet je zien als een gewone advertentie, die deel uitmaakt van de krant.

De krant om die reden opzeggen heeft ook weinig zin, want voor zover ik weet, hanteren alle uitgevers op dit terrein dezelfde regels. Het alternatief is dan helemaal geen krant, maar dat lijkt me een verschraling waar een abonnee van de Volkskrant niet op zit te wachten.

Zelf vind ik zo’n bijgevoegde enveloppe trouwens wel handig. Je kunt hem ongeopend weggooien als je niets hebt met de adverteerder, terwijl je advertenties in de krant ongewild toch bekijkt.

Dan een klacht van een heel andere orde. Het lijkt een futiliteit, maar sommige lezers kunnen er zich hevig aan ergeren. Het gaat om het gebruik van het woord Holland, waar Nederland wordt bedoeld. Vooral lezers die niet in Noord- of Zuid-Holland wonen, kunnen zich kwaad maken als de krant het heeft over Holland. ‘Ik woon niet in Holland, ik woon in Nederland’, schreef er laatst een. ‘Op mijn paspoort staat Koninkrijk der Nederlanden, niet van Holland. En onze websites eindigen op nl en niet op hl. Waarom doet de krant dit?’

In ieder geval niet om lezers te pesten. Maar soms is het wel handig om Nederland en Holland af te wisselen in een tekst.

Formeel hebben de klagers gelijk, maar in het dagelijkse spraakgebruik worden Holland en Nederland natuurlijk wel door elkaar gebruikt. Wie zich daar echt aan stoort, moet straks ook de wedstrijden van het Nederlands elftal in Zuid-Afrika mijden, want het voetbalpubliek roept altijd Holland, gewoon omdat het een gemakkelijker cadans heeft om te roepen. Het bijbehorende liedje heeft het vervolgens wel weer over Nederland dat kampioen wordt, al moet ik dat laatste eerst nog even zien gebeuren.

Vreemd genoeg laat het Stijlboek van de redactie zich niet uit over de vraag Holland of Nederland. Ik zou me kunnen voorstellen dat er in het boek een paragraaf komt waarin wordt gemeld dat de redactie in principe altijd kiest voor Nederland, behalve in die voorkomende gevallen waarin Holland de voorkeur verdient, zoals in Hollandse meesters, Hollandse luchten, Hollands welvaren, Hollandse nieuwe of Hollands landschap.

Dat zijn begrippen waarbij iedereen zich iets kan voorstellen. En wat is er tegen om in een kookrubriek te spreken van een klassieke Hollandse pot? Wie dat leest, krijgt visioenen van stamppot, draadjesvlees of erwtensoep. Het gebruik van het woord Holland is dan wel degelijk functioneel.

Een aardig compromis was in deze de keuze die (onbewust vermoed ik) is gemaakt bij de mooie interviewserie onder de titel ‘Nederland en ik’.

De interviews begonnen bijna allemaal met de beroemde zin van Marsman: denkend aan Holland zie ik Maar de serie ging over Nederland en ik. Niet Holland en ik, gewoon Nederland.

Meer over