Over Hazes mag je geen goede film maken

John Appels documentaire over André Hazes is met enthousiaste recensies en een prijs ontvangen. Verdacht, vinden sommigen. Maar treft het oordeel de film of de hoofdpersoon?...

PETER Brusse constateerde in het Volkskrant Magazine van 27 november dat de documentaire André Hazes - Zij gelooft in mij van John Appel alom enthousiast is ontvangen. Brusse zag de film niet, maar weet wel waar die lof vandaan komt: camp of cult, of 'opgeëist door de VPRO' - wat dat ook moge betekenen bij een film waaraan de NPS is verbonden.

Kennelijk kwam het niet bij Brusse op dat het misschien ook wel eens een goede film kon zijn, die om die reden werd geprezen. Hij zette een trend, want her en der in de media werd op de Hazesfilm en de positieve ontvangst ervan gereageerd alsof het om Hazes ging en niet om een film.

Het verst ging Stephan Sanders in de Volkskrant van 3 december. Uit zijn stuk blijkt niet dat hij de film zag. Hij speelt meteen op de man: Hazes, regisseur Appel en zij die de film prezen. Volgens Sanders voert André Hazes ('de snik, de kreupele tekst en het op hol geslagen vibrato, zoals je dat van paarden zegt') je mee naar 'de verkitschte wereld'. En hij weet heel zeker waarom de film van John Appel ('een studentikoze man, zo te zien, met een linksig, Frans brilmontuur') zo veel lof kreeg, 'juist van de culturele elite'.

Namelijk wegens lowism.

Sanders legt uit: 'Het verschijnsel dat mensen die beter zouden kunnen weten zich nestelen in de smaak van het simplistische universum van de eerste klas ambachtsschool'. Hij weet wel raad met zo'n verderfelijk verschijnsel: 'Ik ben daar ouderwets tegen.'

De jury die John Appel de Joris Ivens Award gaf op het International Documentary Filmfestival Amsterdam bestond uit een Nederlandse (Pieter Verhoeff) en vier buitenlandse, gerenommeerde filmmakers. De buitenlanders hadden nog nooit van André Hazes gehoord. Zij zagen de film in een afgeladen Tuschinski, bewonderden de maker, maar wilden de documentaire nog eens bekijken, zonder publiek en niet beïnvloed door het enthousiasme van de zaal.

En toen gaven ze Appel toch de hoofdprijs. Met een relevante argumentie. Het knappe van de film is dat Appel van het materiaal dat hij verzamelde tijdens het volgen van André Hazes een mooi verhaal heeft gemaakt. De dramatische structuur, culminerend in een emotioneel slot, leek fictie, maar was niet bedacht. Appel heeft de grens tussen documentaire en fictie niet overschreden, wel die tussen reportage en film. Het portret van Hazes was het verhaal van een filmmaker geworden, zonder dat deze aan de werkelijkheid had geknoeid.

Je moet het slot van de Hazesfilm zien en dan het slot van Heddy Honigmanns Crazy, om precies te kunnen begrijpen waarom Honigmann niet de prijs kreeg en Appel wel. Tegen het einde van haar film over de herinnering van Nederlandse jongens in dienst van een VN-vredesmacht voegt Honigmann geleende documentaire beelden uit Srebrenica in. Je ziet hoe vrouwen worden weggevoerd en Honigmann houdt het beeld vast van een oude en een jongere, aantrekkelijke vrouw.

Wanneer een soldaat vertelt over zijn ervaringen in Srebrenica en het heeft over de verkrachting van vrouwen, legt Honigmann dat eerdere beeld van die mooie vrouw weer terug. Dat is hoogst waarschijnlijk helemaal niet de vrouw over wie de soldaat het heeft, ofschoon Honigman dat door haar montage als een feit constateert, of minstens suggereert. Deze scène vond de jury manipulatie van de werkelijkheid. Een truc die méér 'fictie' is dan de dramatische vormgeving van Appel.

Appels film genoot ook de voorkeur boven de BBC-documentaire A Cry from the Grave. Naar het oordeel van de jury was dit eerder een document dan een documentaire.

Regisseur Leslie Woodhead heeft nijver allerlei materiaal verzameld en knap aan elkaar gemonteerd tot een gedetailleerd verslag van de gebeurtenissen in de door Nederlandse soldaten 'beschermde' Moslim-enclave. Oneerbiedig gezegd: goed journalistiek knip- en plakwerk, wanneer je filmische kwaliteit als norm neemt. Dat het tot een aangrijpend resultaat leidde, ontging de jury natuurlijk niet. A Cry from the Grave kreeg de Speciale Juryprijs.

De drie genoemde films hadden hun eigen aard en kwaliteit. Het begrip 'documentaire' is breed, maar omdat het om een filmfestival ging, gaven de filmische kwaliteiten voor deze jury van filmers de doorslag.

Dat de Hazesfilm won, en ook door recensenten gewaardeerd is, had dus helemaal niets met Hazes te maken.

Meer over