De week in boekenWilma de Rek

Over de vraag wanneer waarheid fictie wordt, of moet worden genoemd, wordt in de literatuur al eeuwen gediscussieerd

De Britse kroonprins Charles sjokt helemáál niet als een geslagen hond door het leven. Hij heeft zelfs nooit gebogen gelopen, verklaarde Dickie Arbiter, voormalig perschef van Buckingham Palace tegenover de BBC: ‘Kijk dan nu naar hem. Hij is 72 en staat rechtop!’ Dat acteur Josh O’Connor prins Charles in seizoen vier van Netflix-serie The Crown neerzet als een sneue hals is hoogst onterecht, vindt Arbiter. De serie, bekeken door miljoenen mensen, ligt onder vuur vanwege onduidelijkheid over wat waar is en wat niet. 

De afleveringen moeten worden voorzien van een melding dat sprake is van fictie, zei de Britse cultuurminister Oliver Dowden deze week, want nu denken kijkers dat alles wat ze zien ook echt zo is gebeurd. Met gruwelijke gevolgen, waarschuwde voormalig legerbaas Francis Richard Dannatt: ‘Op deze manier wordt de geschiedenis herschreven.’

Josh O’Connor speelt de Britse prins Charles in de Netflixserie The Crown.Beeld Courtesy of Des Willie / Netflix

De discussie over de vraag wanneer waarheid fictie wordt - of moet worden genoemd - is natuurlijk niet nieuw, in de literatuur gaat het er al eeuwen over. Het bekendste voorbeeld is De Bijbel, een verzameling fictieve verhalen die in sommige kringen nog altijd voor non-fictie worden aangezien. Connie Palmen schreef in 1998 I.M., over Connie Palmen en Ischa Meijer, en noemde dat een roman, wat haar een hoop gezeur opleverde. Charlotte Mutsaers schreef in 2017 een boek over haar kinderporno verzamelende broer en noemde dat geen roman, wat haar óók een hoop gezeur opleverde.

Begin dit jaar voltooide Hilary Mantel haar romancyclus over Thomas Cromwell, waarmee ze niet alleen Cromwell maar ook de Engelse koning Hendrik VIII en zijn tweede echtgenote Anna Boleyn een nieuw gezicht gaf. Hendrik en Anna waren trouwens de ouders van Elizabeth I, de ‘virgin queen’ met wie ik rond mijn 16e kennismaakte via een fijn boek waarin ze echt niet zo virgin was. In diezelfde periode leerde ik Napoleon kennen dankzij een roman die mijn lieve moedertje uit haar boekenkast plukte, Désirée van Annemarie Selinko, over Napoleons jeugdliefde en latere koningin van Zweden.

Waargebeurd en toch gelogen; dat geldt zelfs voor biografieën die, hoe feitelijk ook, zijn gekleurd door de persoonlijke interpretatie van de biograaf. Ons beeld van menig Romeins keizer stoelt op wat biograaf Suetonius over hen schreef in zijn deels op roddel gebaseerde De Vita Caesarum. Zelfs het waarheidsgehalte van menig dagboek is onduidelijk. Ja, de geschiedenis wordt voortdurend herschreven. De enige waarheid die overeind blijft, is dat niets of niemand haar daarvoor kan behoeden.

Meer over