Over akelige akkefietjes in kastelen

'Omtrent den jare 1360 lag er nog, tusschen de dorpen Wynechem en Santhoven, op dry uren gaens van Antwerpen, een woest en duyster woud.' Zo begon schrijver Hendrik Conscience in 1854 zijn Geschiedenis van Graef Hugo van Graenhove en van zynen vriend Abulfaragus....

BART DIRKS

Want in vervallen kastelen, onherbergzame streken of muffe kelders willen zich zo rond middernacht nog wel eens akelige akkefietjes voordoen. In duistere spelonken liggen geraamtes, dolende spoken en bloeddorstige vampiers op de loer om benarde maagden de stuipen op het lijf te jagen. Tenminste, in boeken.

De tentoonstelling Een koude hand, vanaf deze week in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, is geheel gewijd aan tweehonderd jaar griezelliteratuur. Gelijktijdig organiseert het Letterkundig Museum, ook in Den Haag, de expositie Griezelig Goed, over griezelboeken voor kinderen.

De oudste vorm van het griezelverhaal is de gotische roman, zegt D. Schouten, samensteller van de expositie in de KB. Kastelen en spoken zetten de toon. 'De gothic novels verschenen eind achttiende, begin negentiende eeuw. De gravure op de eerste pagina's, met een oud kasteel of spookachtige wezens, geeft de inhoud al prijs.' De bekendste roman is wel Mary Shelly's Frankenstein, uit 1818.

In de negentiende eeuw verschenen talloze griezelverhalen over vampiers, de uit het graf verrezen doden die zich laven aan het bloed van levende zielen. Bram Stoker schreef Dracula precies een eeuw geleden. Ook maakte het korte griezelverhaal furore, een genre waarin Edgar Allen Poe uitblonk.

Rond de vorige eeuwwisseling groeide de belangstelling voor mythische en occulte zaken. Hekserij en zwarte magie werden geliefde thema's. 'Maar het bovennatuurlijke was niet per definitie slecht', zegt Schouten. 'Er bestaat ook witte magie. De auteurs van dit genre geloofden deels in de fenomenen die ze beschreven. Velen verkeerden in kringen van theosofische genootschappen.' Couperus' Indische romans, zoals De Stille Kracht, gaan over dergelijke oerkrachten in de mens.

Anders dan in griezelverhalen, komt het onheil in gruwelverhalen niet van bovennatuurlijke verschijnselen, maar van de mens zelf. Zo beschreef Markies de Sade de menselijke bloeddorstigheid, wreedheid en seksuele fantasieën tot in de kleinste details. Hoewel De Sade De 120 dagen van Sodom al in 1785 schreef, kwam de eerste Nederlandse vertaling pas in de jaren zestig van deze eeuw. 'We zijn misschien te calvinistisch of te preuts geweest', gist Schouten.

In de jaren zestig kwam de 'kalme gruwel' op, een genre waarvan Roald Dahl de onbetwiste meester was. 'Bij kalme gruwel moet je denken aan verhalen die beginnen met een vredig huis-tuin-en-keuken-tafereeltje, dat een bizarre en vervreemdende wending neemt.' Langzaam wordt de spanning opgevoerd. 'Heel anders dan in gotische romans, waar het gevaar al in de eerste alinea's lonkt.'

Moderne horrorschrijvers zoals Stephen King en Clive Barker, combineren elementen uit vrijwel alle griezelgenres: de belaagde, vrouwelijke onschuld en het macabere uit de gotische romans, de wreedheid, het sadisme en het gewelddadige uit de gruwelverhalen, het bovennatuurlijke uit spookverhalen, en de projecties van angst en obsessies uit psychologische griezelverhalen, zoals Guy de Maupassant ze schreef.

'Voor minder doen volwassenen het tegenwoordig niet meer', zegt Schouten. 'Griezelboeken voor kinderen gaan vaak over spoken en vampiers, over bovennatuurlijke verschijnselen. Afgaand op de boeken van bijvoorbeeld Stephen King, lezen volwassenen liever over gruwelen die je in je eigen straat kunnen overkomen. Seriemoordenaars bijvoorbeeld.'

Bart Dirks

Meer over