Oude leeuw Crosby is in geen tijden zo goed in vorm geweest

De triomfantelijke grijns op zijn gezicht sprak boekdelen. David Crosby was in zijn element op het podium van het Amsterdamse Paradiso....

MUZIEK

David Crosby's CPR. 28/7. Paradiso, Amsterdam.

In een ruim tweeëneenhalf uur durend concert speelde het vijfkoppige gezelschap - naast Crosby zijn zoon James Raymond (keyboards) en gitarist Jeff Pevar, met in de tweede linie een drummer en bassist - een repertoire van nieuwe tracks afgewisseld met hoogtepunten uit Crosby's muzikale verleden: The Byrds en Crosby, Stills & Nash.

Raymonds keyboards en stem gaven de sound soms iets Steely Dan- of zelfs Toto-achtigs, maar grote delen van het concert klonk de band zoals Crosby, Stills, Nash & Young zo'n dertig jaar geleden geklonken moet hebben.

Gitarist Jeff Pevar heeft zich de hakkelende gitaarsound van Neil Young eigen gemaakt, terwijl de ritmesectie die heel specifieke, lome Westcoast-grooves effectief tot klinken bracht. Dat het hier toch om een nineties-concert ging, kwam eigenlijk alleen naar voren in Crosby's opmerking dat het publiek vooral de CPR-internet site moest bezoeken: 'Dan kunnen we met elkaar kletsen.'

De reden dat CPR niet alleen het eigen werk, maar ook het oude materiaal zo overtuigend kan neerzetten, komt vooral omdat David Crosby beschikt over een troef, die hij ook in zijn nieuwe band inzet: een zijdezachte stem, die het bindende midden-element vormt in scherpe close harmony. Het waren zijn vocale arrangementen en zijn stem, die - hoewel zelden in de lead te horen - The Byrds hun specifieke sound gaven. Later vervulde hij dezelfde rol bij Crosby, Stills & Nash, die close harmony tot het sleutelelement van hun sound maakten.

Ook bij CPR vervullen die vreemd verschuivende vocale akkoordenreeksen een hoofdrol. De stemmen van Crosby, Raymond en Lehar laten zich goed mengen, zo goed zelfs dat het trio wat dat betreft niet onder doet voor de groep waarmee Crosby eind jaren zestig wereldfaam verwierf. Dat kwam goed naar voren in nieuwe nummers als Somebody else's town, na een valse start laconiek weer opgepakt, en Rusty & Blue, een herfstige track die wat betreft sfeer en sound helemaal aansloot bij de - enthousiast ontvangen - klassiekers die de groep speelde: Triad, Guinnevere, Neil Youngs Ohio en Deja Vu - een complex nummer met maat- en tempowisselingen en duizelingwekkende harmonieën, die Crosby's nieuwe band hechter en overtuigender speelde dan zijn oorspronkelijke groep tijdens hun laatste bezoek aan het Utrechtse Vredenburg.

Ook vergeleken met het optreden van Crosby, Stills & Nash op het tweede Woodstock van 1994 is Crosby in zijn nieuwe band nu veel overtuigender.

De logge, oude man van toen heeft plaatsgemaakt voor een nieuwe Crosby, die voor het eerst in decennia weer zichtbaar plezier heeft in het optreden. De donkere periode uit zijn carrière, de jaren tachtig, toen een cocaïne-verslaving maakte dat hij zijn miljoenenkapitaal erdoor joeg, ligt inmiddels ver achter hem. Er moest dan wel een rigoureuze afkickperiode en een levertransplantatie aan te pas komen, maar nu is David Crosby dan ook weer de oude: gezellig en spraakzaam op het podium, waar hij met zijn grote lijf het absolute middelpunt vormt, en zingt en speelt zoals in zijn beste jaren. De nieuwe songs vormden dan wel de rode draad, maar steeds greep hij toch ook even terug op de sixties, zoals in de Byrds-hit Eight miles high, een nummer dat hij jaren niet heeft gespeeld, en in de tweede toegift de song, waar het publiek al het hele concert om had geroepen: Almost cut my hair.

En opnieuw verscheen die grijns op het gezicht van die oude leeuw. In jaren heeft hij niet zo goed geklonken, en dat is hij zich ook maar al te goed bewust.

Gert van Veen

Meer over