Ottensamer laat de herderstranen stromen

 Als je geluk hebt, zie je tijdens een concert van de Berliner Philharmoniker op de achterste rij van de houtblazers de jonge kop van Andreas Ottensamer. Hij is een klarinettist die je bij een solo in een symfonie het gevoel geeft dat de componist het fragment speciaal voor hem heeft geschreven.

null Beeld .
Beeld .

Diezelfde sensatie ontstaat als je luistert naar zijn nieuwe cd Brahms - the Hungarian Connection. Direct al bij diens Klarinetkwintet steekt hij de meest subtiele uitvoeringen van het stuk naar de kroon.

Met de stermusici Leonidas Kavakos en Christoph Koncz (viool), Antoine Tamestit (altviool) en Stephan Koncz (cello) is het goed communiceren; geen van het vijftal prominenten gedraagt zich als een prima donna. Ze maken van het begeleiden een erezaak: als Ottensamer zijn toon gewichtloos laat beginnen, weten Kavakos en Tamestit daar precies de intensiteit bij te vinden die maakt dat er een gloeiend straalkacheltje aanspringt waarbij de anderen zich in de handen wrijven.

Dan laat Ottensamer Brahms' muziek uitwaaieren naar Hongarije.

Veldwerk

Hij is 26, al een stuk ouder dan de 19-jarige cafépianist Johannes Brahms, die in zijn woonplaats Hamburg een concert meemaakte van een Hongaarse volksmuziekgroep. We weten nog wanneer dat was. Toen Brahms thuiskwam, schreef hij de noten van een van de liederen meteen op, met daarbij, onderstreept, 17 januari 1873. Alsof hij direct al besefte hoe wezenlijk de avond zou worden voor zijn verdere ontwikkeling. Kort daarna ging hij op tournee met de Hongaarse violist Eduard Reményi. Op het programma stonden uitgeschreven stukken en ook improvisaties.

Terug naar Ottensamer. Hij is opgegroeid in Oostenrijk, maar werd door zijn Hongaarse moeder gevoed met authentieke kinderliedjes uit haar geboorteland. Door die ervaring is hij ervan overtuigd dat Brahms niet kan worden weggezet als een man die even snel een Hongaars volksmelodietje wegsnoept, maar dat hij serieus veldwerk heeft gedaan. Met wetenschappelijk onderzoek van Adam Gellen op zak reist Ottensamer op zijn cd Brahms achterna.

Na het Klarinetkwintet, twee walsen en een Hongaarse dans wordt de band met Brahms losser. Een cimbalomspeler, een accordeonist en een bassist schuiven aan en Kavakos en Ottensamer leven zich uit in een Tzigane; een stuk netter gespeeld dan in de kroeg in Boedapest of Szombathély maar wel voorzien van een zinderende ontknoping.

De Hongaarse ziel

Dan is de componist Leó Weiner (1885-1960) aan zet. Két Tétel schreef hij. Twee delen, die elk maar kort duren en toch precies de vinger weten te leggen op de Hongaarse ziel: De bedroefde herder, en Dans van Székely. Met tonen die lijken te ontstaan uit zuchten laat Ottensamer de herderstranen stromen. De viool van Kavakos ondersteunt de droeve sfeer met net iets meer vibrato dan we van hem gewend zijn, de cimbalom volgt met beschroomde akkoorden. De dans van de bewoners van de streek Székely is licht en snel maar de beweging wordt telkens opnieuw onderbroken met een verleidelijke uithaal van de klarinet.

De finale is voor dansen uit Transsylvanië. We kennen ze van Béla Bartók maar de musici laten de noten knerpend uit de rails lopen. Dwars door de cimbalomriedels en de janktonen van de klarinet klinkt de wals van Brahms die ze eerder in zijn oorspronkelijke versie speelden. De cirkel is rond.

Eind juni kunnen we Ottensamer in Utrecht live meemaken. Dan speelt hij Brahms tijdens het Internationaal Kamermuziek Festival; niet met de Koncz-broers en Leonidas Kavakos, wel met Janine Jansen. Spektakel verzekerd.

Meer over