beeldende kunst

Oscar Murillo is een geëngageerde kunstenaar, maar in KM21 voelt die maatschappelijke betrokkenheid leeg ★★☆☆☆

Nergens in de schilderijen voel je iets van de problemen waar het Murillo blijkbaar om te doen is.

Sarah van Binsbergen
Oscar Murillo, surge (social cataracts), detail, 2019. Beeld Ter beschikking gesteld door Oscar Murillo
Oscar Murillo, surge (social cataracts), detail, 2019.Beeld Ter beschikking gesteld door Oscar Murillo

Het moet gezegd: het is indrukwekkend dat juist een relatief klein museum als KM21, met maar één zaal ter beschikking, komt met de eerste Nederlandse solotentoonstelling van internationale superster Oscar Murillo (36).

Murillo, geboren in Colombia en deels opgegroeid in Engeland, geldt al jaren als lieveling van internationale verzamelaars. Toen hij in 2012 afstudeerde aan het Londense Royal College of Art brachten zijn abstracte schilderijen bijna onmiddellijk enorme bedragen op. De populariteit van veel andere ‘zombie formalisten’, zoals Murillo en enkele tijdgenoten werden genoemd, ebde na 2016 weg. Murillo’s ster is juist gestaag blijven rijzen. Niet alleen op de commerciële kunstmarkt doet hij het goed, hij is ook een veel geziene gast op biënnales en in 2019 was hij een van de winnaars van de prestigieuze Turner Prize.

Oscar Murillo, Surge (Social Cataracts), detail, 2019. Beeld
Oscar Murillo, Surge (Social Cataracts), detail, 2019.

Waarom lukt het hem wel om carrière te blijven maken, en veel andere ‘zombies’ niet? Misschien omdat Murillo zichzelf steeds opnieuw uitvindt. Hij maakt niet alleen abstracte schilderijen die het goed doen aan de muren van miljonairs, maar ook video’s en grootschalige installaties die vaak juist niet te koop zijn. Bij elke tentoonstelling is het een verrassing welke versie van de kunstenaar je gaat aantreffen. Zo maakte hij voor zijn eerste grote solo in New York in 2014 een replica van de chocoladefabriek in Colombia waar zijn moeder werkte. In zijn werk verwijst hij bovendien naar maatschappelijke thema’s als migratie en de keerzijde van mondialisering, al jaren hot topics in de kunstwereld.

Zombie formalism

Kunstcriticus Walter Robinson riep in 2014 de term ‘zombie formalism’ in het leven om woorden te geven aan de conceptuele, abstracte schilderkunst die in die jaren heel populair was en die gretig aftrek vond onder verzamelaars. Zo besmeurde Oscar Murillo zijn doeken met aarde die hij van de ateliervloer had opgeveegd. Een ander bekend voorbeeld is Jacob Kassay, die doeken met een laag zilver bestreek waardoor zijn schilderijen net beslagen badkamerspiegels leken.

Critici als Robinson en Jerry Saltz (die de ‘stroming’ de nog meer tot de verbeelding sprekende titel ‘crapstraction’ gaf) spraken van kunst zonder ziel, die vooral werd gemaakt voor de kunstmarkt. Want wat gebeurde er: verzamelaars kochten deze werken bij galeries om ze later met veel winst weer door te verkopen. Voor veel kunstenaars barstte deze bubbel uiteindelijk. De gemiddelde prijs voor een werk van Kassay was in 2011 bijvoorbeeld nog zo’n 134 duizend euro, in 2018 was dat nog maar 33 duizend euro.

Dat die maatschappelijke betrokkenheid ook leeg kan voelen blijkt in KM21. Hier staat een serie nieuwe olieverfschilderijen centraal, geïnspireerd op de Franse impressionist Claude Monet. Monet kreeg op latere leeftijd staar, waardoor hij kleuren en texturen niet meer goed kon zien. Juist in deze periode schilderde hij zijn beroemde waterlelies. Murillo schilderde zijn eigen waterlelies op stukken ruw aan elkaar gestikt canvas met hier en daar een gat of een scheur erin. Bij hem geen pastelkleuren maar harde blauw- en roodtinten. Met grote gebaren is de verf op het doek gesmeerd.

Deze wilde schilderijen zijn op zichzelf best aardig. Het gaat mis bij de betekenis die de kunstenaar eraan geeft. Hij noemt de serie ‘sociale staar’ en trekt daarmee een parallel tussen Monets beperkte zicht en de sociale blindheid die ‘we’ in de samenleving voor elkaar aan de dag zouden leggen. De vergelijking is niet alleen vergezocht, hij blijft ook gratuit. Nergens in deze schilderijen voel je iets van de problemen waar het Murillo blijkbaar om te doen is.

Nog minder overtuigend is de installatie Mesmerizing Beauty. Hier verwijst de kunstenaar wel duidelijk naar een maatschappelijke realiteit. Hij bevestigde kleine schilderijen aan houten latten, waardoor ze lijken op protestborden, die allemaal op elkaar gericht zijn. Je zou er een – nogal voorspelbaar – commentaar op polarisatie in kunnen zien. Het zou ook een theekransje kunnen zijn. Door de plastic tuinstoelen waaraan de protestborden zijn vastgemaakt, en de tuttige lijstjes rond de schilderijen, ziet het geheel er vooral verward uit.

Slechts op één moment in de tentoonstelling voel je de spanning wel: in de video Collective Conscience, die vorig jaar al te zien was bij kunstmanifestatie Sonsbeek in Arnhem. Een lange rij papieren poppen ligt hier in een greppel tussen de suikerrietvelden van Murillo’s geboortestreek in Colombia. Associaties met groepen migranten die vanuit Latijns-Amerika naar de VS trekken, dringen zich op. Terwijl feestmuziek aanzwelt, gaan plotseling de explosieven af die in de poppen verstopt zaten. De stoet gaat in vlammen op. De urgentie van deze video mis je in de rest van de tentoonstelling, die aan elkaar hangt van grote woorden en niet ingeloste beloften.

Oscar Murillo - Social Cataracts

Beeldende kunst

★★☆☆☆

KM21 Den Haag. T/m 18/4.

Meer over